Volgens klager is sprake geweest van een onduidelijk ziektebeeld met als uiteindelijke diagnose een ernstige bacteriële infectie. Verweerder was als longarts overdag de behandelend longarts op de SEH. Gelet op de verslaglegging van de SEH-arts, ziet het college geen aanleiding te twijfelen aan de intensieve betrokkenheid van de longarts. Het college heeft begrip voor de drukke en onrustige omstandigheden die ochtend, zoals beschreven door verweerder, en het prioriteren van het zorgdragen van de overdracht. Er waren weinig aanwijzingen voor het bestaan van een ernstige bacteriële infectie en ook geen aanwijzingen om te handelen op basis van de NHG-standaard acute keelpijn en de richtlijn Sepsis. Alle klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
RTG Amsterdam 27 maart 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:59
RTG Amsterdam 27 maart 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:60
RTG Amsterdam 27 maart 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:61
Klager is de weduwnaar van klaagster in eerste aanleg (hierna: patiënte). Patiënte is in januari 2022 in verband met een zwelling in de rechterborst en pijnklachten door haar huisarts verwezen naar de afdeling radiologie van het ziekenhuis waar de radioloog werkt. Na verergering van de klachten en groei en toename van de zwellingen is zij nogmaals naar de afdeling radiologie en later naar de mammapoli chirurgie doorverwezen. Zij stond onder behandeling van een physician assistant en er zijn meerdere echo-onderzoeken uitgevoerd en drainages verricht door verschillende radiologen. Vanaf het eerste consult in het ziekenhuis is gedurende acht maanden uitgegaan van lactatieadenomen/galactocèles. Uiteindelijk bleek patiënte een zeldzame vorm van een (agressieve) borstkanker te hebben en is zij aan de gevolgen daarvan overleden. De radioloog wordt onder meer verweten dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en geen volledige diagnose heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht voor een gedeelte gegrond verklaard en aan de radioloog daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege is het hiermee eens en zal het beroep verwerpen.
CTG 25 maart 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:51
De radioloog heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam van 7 mei 2025 waarin aan hem een berisping is opgelegd met daarbij de bepaling dat deze maatregel, zodra de beslissing onherroepelijk is geworden, op grond van artikel 48 lid 11 Wet BIG zal worden aangetekend in het BIG-register en aldus openbaar zal worden gemaakt. Het beroep is beperkt tot de openbare publicatie van de maatregel. Het Centraal Tuchtcollege zal het beroep van de radioloog gegrond verklaren en de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege op dat punt vernietigen.
CTG 25 maart 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:52
Ongegronde klacht tegen een chirurg. Klager is door de chirurg geopereerd aan een darmtumor. Enkele dagen na de operatie verslechterde de nierfunctie van klager, met blijvende nierinsufficiëntie als gevolg. Klager verwijt de chirurg in vier klachtonderdelen dat hij niet adequaat heeft gehandeld in het postoperatieve traject. Het college is het met de chirurg eens dat een milde achteruitgang in de nierfunctie zich normaliter herstelt door het toevoegen van een (vocht)infuus. De acute nierinsufficiëntie van klager was naar het oordeel van het college dan ook niet te voorzien. Het college kan zich vinden in het door de chirurg ingezette beleid toen bleek dat klagers toestandsbeeld was verslechterd en -even later- dat zijn nierfunctie drastisch was verslechterd. De chirurg heeft hier naar het oordeel van het college tijdig en adequaat gehandeld, door het infuus op te hogen, een CT-scan aan te (laten) vragen en later de internist in consult te vragen. Alle klachtonderdelen zijn ongegrond.
RTG Amsterdam 30 maart 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:55
Klacht tegen gynaecoloog ongegrond. Gynaecoloog was goed op de hoogte van gezondheid van klaagster heeft dit meegewogen bij het bepalen van beleid. Geen sprake van onjuist behandelplan, ook al is pasgeborene overleden. De gynaecoloog had klaagster uitgebreider kunnen informeren over waarom een keizersnede niet de voorkeur had, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Informatieplicht niet geschonden. Medisch dossier voorzien van alle relevante gegevens.
RTG Den Bosch 18 maart 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:53
“Klacht tegen een huisarts. Klager verwijt verweerster dat zij haar beroepsgeheim, de AVG en de medische volmacht heeft geschonden en dat zij bij de zorgmelding over klager bij Veilig Thuis heeft gehandeld in strijd met de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Klacht deels gegrond, verweerster heeft onzorgvuldig gehandeld door de stappen van het in de KNMG-meldcode opgenomen stappenplan niet of onvoldoende te volgen, berisping.”
RTG Den Bosch 18 maart 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:54
Klacht tegen een plastisch chirurg. De plastisch chirurg heeft in 2022 een lipofilling-behandeling bij klaagster uitgevoerd. Deze behandeling bestond uit het op verschillende plaatsen in het gelaat en op de handruggen aanbrengen van lichaamseigen vet. Klaagster is ontevreden over de behandeling en ongelukkig met het resultaat. Zij verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij meer behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd dan waarvoor zij oorspronkelijk kwam en dat hij deze behandelingen heeft uitgevoerd zonder instemming van de psycholoog. Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klachtonderdeel a gegrond is, omdat het in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig was om aan klaagster bij het eerste consult meer behandelingen voor te stellen dan waarvoor zij bij de plastisch chirurg kwam. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt op dit onderdeel vernietigd.
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.