Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren.
RTG Zwolle 7 april 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54.
Gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De Inspectie verwijt de verpleegkundige seksueel grensoverschrijdend handelen jegens een cliënte die verbleef in een instelling waar hij werkte, door het aanleggen, activeren en vasthouden van een seksspeeltje. De verpleegkundige heeft het handelen erkend, maar voert verweer ten aanzien van het grensoverschrijdende karakter. Het college oordeelt dat sprake is van seksueel grensoverschrijdend gedrag en legt een voorwaardelijke schorsing van twee maanden op met als bijzondere voorwaarde het volgen van een cursus met het thema Afstand en Nabijheid in de werkrelatie. Het college merkt daarbij op dat het belangrijk is dat dit thema op de werkvloer wordt besproken met en tussen medewerkers. In een werksituatie, zeker bij een relatief langdurig verblijf van cliënten waarbij een zekere band kan ontstaan tussen cliënten en de zorgverleners, moet voldoende aandacht zijn voor afstand en nabijheid ook als het gaat om kwetsbare behoeftes zoals de behoefte aan intimiteit en seksualiteit.
RTG Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:70.
Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld toen klager zich via doorverwijzing van de huisarts bij de dermatoloog meldde met klachten waarvan klager zei dat die dezelfde waren als twintig jaar terug, toen bij klager lepra was vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de dermatoloog de maatregel van berisping opgelegd. Klager is het niet eens met die beslissing en heeft beroep ingesteld. Hij is van mening dat aan de dermatoloog een zwaardere maatregel dan een berisping moet worden opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in het beroep, gelet op het bepaalde in artikel 73, eerste lid onder a, van de Wet BIG.
CTG Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:66.
Klacht tegen een huisarts. Patiënte heeft een psychiatrische aandoening en verblijft sinds 2000 in een instelling voor beschermd en begeleid wonen. De huisarts is de vaste huisarts voor bewoners van de instelling. Zij bezoekt de instelling eens per twee weken en daarnaast indien nodig. De huisarts wordt verweten dat zij bij patiënte een heupfractuur over het hoofd heeft gezien, zij ten onrechte uitging van een psychische oorzaak van de klachten van patiënte en dat zij patiënte en haar mentor dagenlang niet serieus heeft genomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht alsnog deels gegrond, verwerpt het beroep voor het overige en legt op de maatregel van waarschuwing.
CTG Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:65.
Gegronde klacht tegen een arts, destijds in opleiding tot specialist (aios chirurg heelkunde). De klacht gaat over de behandeling van klaagster aan haar galblaas. Zij is op 15 november 2022 door de arts geopereerd. Het betrof een kijkoperatie, waarbij de galblaas zou worden verwijderd. Daarbij heeft de arts, in plaats van de afvoergang van de galblaas, de centrale galgang en de rechter leverslagader doorgenomen hoewel meerdere leden van het operatieteam aangaven dat zij twijfelden of de CVS was bereikt. Toen de arts de indruk kreeg dat het niet goed ging, heeft hij zijn supervisor erbij gehaald. Deze heeft de galweg rechtstreeks aangesloten op de dunne darm. Twee dagen later is klaagster opnieuw geopereerd. Klaagster is niet volledig hersteld. Zij ondervindt nog steeds beperkingen in haar dagelijks leven en zal die naar verwachting ook blijven ondervinden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing waarvan beroep, verklaart de klacht alsnog gegrond en legt aan de arts de maatregel van berisping op.
CTG Den Haag 1 april 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:71.
Deels gegronde klacht tegen psychiater werkzaam in de PI. Geen maatregel. Moeder en zus van overleden patiënte verwijten de psychiater een gebrek aan communicatie met de andere artsen en het off-label voorschrijven van doxazosine en tamsulosine. Voldoende overleg met de andere artsen. Regelmatige bespreking van patiënte in het PMO. Inzicht in de medicatie die aan patiënte was voorgeschreven. Art. 68 lid 1 Geneesmiddelenwet. Voorschrijven van medicatie voor indicaties waarvoor de middelen niet zijn geregistreerd. Permissieve richtlijn wel voor doxazosine maar niet voor tamsulosine. Geen overleg met apotheker over wenselijkheid en dosering van tamsulosine is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Zoektocht naar onconventionele medicatie vanwege complexe casus en prangende hulpvraag van patiënte.
RTG ’s-Hertogenbosch 1 april 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:62.
Gegronde klacht tegen een arbo-arts. De arts heeft onvoldoende zorgvuldig gehandeld, zowel in zijn medische beoordeling als in zijn professionele opstelling. De arts heeft vastgehouden aan een vooraf ingenomen standpunt, zonder voldoende ruimte te laten voor alternatieve medische verklaringen van de klachten. Diagnostische benadering was beperkt. Onvoldoende gebleken van een open en luisterende houding. Klacht gegrond. Geen blijk van reflectie. Berisping opgelegd met bekendmaking in het register.
RTG Amsterdam 31 maart 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:63.
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.