Klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat zij zonder het bespreken van alternatieven een spoedige excisie heeft geadviseerd voor een papel in zijn gezicht, wat achteraf onnodig bleek en heeft geleid tot een blijvend litteken. Het college is van oordeel dat de dermatoloog zonder goede reden is afgeweken van de richtlijn basaalcelcarcinoom van de NVDV. Aanvullend diagnostisch onderzoek was geïndiceerd en de dermatoloog heeft haar verantwoordelijkheid ten aanzien van de informatievoorziening aan klager miskend. Het college vindt het zorgwekkend dat de dermatoloog ter zitting blijk heeft gegeven dat zij nog altijd van oordeel is dat haar handelwijze de enige en juiste weg was, in plaats van de handelwijze die de richtlijn voorschrijft. Het college legt de maatregel van berisping op.
RTG Amsterdam 16 januari 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:16
Deels gegronde klacht tegen arts. Geen maatregel. Vader van overleden patiënte verwijt de arts dat de arts zonder supervisor de schouw heeft verricht en dat sprake is van een onverklaarbare onzorgvuldigheid in het schouwverslag. De arts, die in opleiding tot forensisch arts was, meende dat een andere arts, die bij de schouw aanwezig was, als zijn supervisor optrad. Vaststaat dat dit niet het geval was. In zoverre gegrond. Onjuiste vermelding van de lichaamstemperatuur is een evidente schrijffout. Het meten van de omgevingstemperatuur is in een forensische setting niet gebruikelijk en levert, gezien de vele factoren die van invloed zijn, geen relevante informatie op. Het geschatte tijdstip van overlijden is aannemelijk. Geen opmerkingen op het schouwrapport als zodanig.
RTG Den Bosch 14 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:10
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen huisarts in PI. Waarschuwing. Vader van overleden patiënte verwijt de huisarts een gebrekkige algemene analyse en diagnose van de gezondheidsklachten van patiënte. Klacht gegrond ten aanzien schildklierproblemen, gewichtstoename, oedeemvorming en de controle op de combinatie de gebruikte medicijnen. Ongegrond ten aanzien van de rugpijn. Zeer complexe medische situatie van patiënte. Ondraaglijke lijdensdruk. Alternatieve behandelmethoden waren uitgeput.
RTG Den Bosch 14 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:12
De inspectie draagt een fysiotherapeut voor aan het college met het verzoek hem in het BIG-register door te halen. Hij heeft herhaaldelijk opioïden gestolen uit medicatievoorraden van werkgevers en bij patiënten thuis, deze middelen zelf gebruikt en onder invloed zorg verleend. Dit leidde tot meerdere meldingen, inspectieonderzoeken en strafrechtelijke veroordelingen. Uit psychiatrisch onderzoek blijkt dat hij lijdt aan een ernstige opioïdenverslaving en persoonlijkheidsproblematiek, met een aanzienlijk risico op terugval, vooral bij toegang tot medicatie. De fysiotherapeut erkent zijn handelen, voert geen verweer en is het eens met de voorgestelde maatregel. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut ongeschikt is zijn beroep uit te oefenen wegens middelenmisbruik. Daarom wordt zijn BIG-registratie doorgehaald en wordt hij geschorst totdat deze beslissing onherroepelijk is.
RTG Den Bosch 14 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:13
Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. De huisarts heeft de zoon van klagers gezien op de HAP. Huisarts wordt verweten dat hij niet tijdig en adequaat heeft gereageerd op de klachten van de zoon en het om zaken heen draaien, ontkennen en leugenachtig reageren tijdens een gesprek met klagers. De huisarts is tekortgeschoten op het gebied van onderzoek en anamnese en heeft nagelaten een deugdelijk vangnetadvies te geven aan klagers. Niet voorschijven antibiotica niet verwijtbaar. College heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is geweest van het om zaken heen draaien, ontkennen en leugenachtig reageren door de huisarts. Waarschuwing. Veroordeling in de kosten.
RTG Den Bosch 13 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:9
Klacht tegen oogarts. De oogarts heeft bij klaagster een bovenooglidcorrectie uitgevoerd. Omdatklaagster niet tevreden was met het resultaat, plaatste zij online reviews over haar negatieve ervaring. De oogarts heeft klaagster in kort geding gedagvaard vanwege haar openbare uitlatingen. In die kortgedingprocedure heeft de oogarts een medisch advies van een externe deskundige overgelegd. Volgens klaagster heeft de oogarts zijn beroepsgeheim geschonden door zonder toestemming van klaagster haar medische gegevens aan deze externe deskundige te verstrekken. Daarnaast stelt klaagster dat de oogarts ten onrechte heeft geweigerd een verklaring van klaagster aan het dossier toe te voegen. Ook wilde de oogarts kosten in rekening brengen voor het toesturen van het medisch dossier aan klaagster op haar verzoek. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht grotendeels gegrond verklaard en ter zake daarvan aan de oogarts de maatregel van een berisping opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart net iets minder gegrond dan het Regionaal Tuchtcollege en legt aan de oogarts de maatregel van een waarschuwing op.
CTG 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:10
Gegronde klacht van inspectie tegen gz-psycholoog. Verweerster is een persoonlijke en seksuele relatie aangegaan met een cliënt tijdens de behandelrelatie, onderhield vriendschappelijke contacten met de cliënt en de echtgenote van de cliënt en drong ver in het leven van de patiënt. Verweerster schonk de cliënt en zijn echtgenote een geldbedrag en deelde informatie over andere cliënten met de cliënt. Maatregel: doorhaling, schorsing en algeheel beroepsverbod.
RTG Den Bosch 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:5
De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. De huisarts heeft de echtgenoot beoordeeld op de huisartsenpost. Dezelfde avond is de echtgenoot overleden. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat zij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de huisarts een waarschuwing opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond, waarmee de maatregel van waarschuwing komt te vervallen.
CTG 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:6
De echtgenoot van klaagster (hierna ook: patiënt) is overleden aan de gevolgen van een aortadissectie. Klaagster verwijt de huisarts, samengevat, dat hij onvoldoende zorg heeft verleend en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de klachten van patiënt en heeft vastgehouden aan een diagnose zonder medische onderbouwing. Ook verwijt klaagster de huisarts dat hij na het overlijden van haar echtgenoot geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. In beroep gaat het alleen nog over het verwijt dat de huisarts geen calamiteitenmelding heeft gedaan. Het Centraal Tuchtcollege verklaart die klacht alsnog gegrond, maar legt de huisarts geen maatregel op.
CTG 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:7
Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klaagster is patiënt van de huisarts. Zij verwijt de huisarts dat zij een onjuiste diagnose heeft gesteld en dat zij klaagster ten onrechte niet naar het ziekenhuis heeft verwezen. De huisarts hoefde tijdens de huisvisite niet te vermoeden dat sprake was van een hersenbloeding en kan dan ook niet worden verweten dat zij die heeft gemist. Zij hoefde klaagster daarom niet naar het ziekenhuis te verwijzen. Wel had de huisarts de ernstig verhoogde bloeddruk als afzonderlijk probleem moeten onderkennen en daarop gericht beleid moeten voeren.
RTG Den Bosch 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:7
Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klagers zijn patiënten van de huisarts. Zij verwijten haar onder meer dat zij ten onrechte heeft geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging te honoreren en onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking. Klager is in een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het oorspronkelijke verzoek van klaagster tot selectieve vernietiging was overzichtelijk en concreet. Van de huisarts kon redelijkerwijs worden gevergd hieraan gevolg te geven. Verschillende notities van de huisarts in het dossier van klaagster betreffen de visie van de huisarts op de gang van zaken rondom een consult en haar visie op de verzoeken tot vernietiging en correctie die daarna zijn gedaan. Deze gegevens en correspondentie horen niet thuis in het medisch dossier. Er bestond geen enkele noodzaak voor het maken van een notitie over de geestelijke gesteldheid van klaagster.
RTG Den Bosch, 12 januari 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8
Het college stelt voorop dat de gedwongen uitzetting van klager een heftige en ingrijpende gebeurtenis voor hem is geweest. Het gebeurde heeft ook de verpleegkundige die als medisch escort betrokken was erg aangegrepen. De videobeelden van de uitzetting die door de gemachtigde van klager zijn gemaakt zijn veelvuldig gedeeld in (sociale) media waarbij de vraag is opgekomen hoe ver wij als samenleving willen gaan in het uitzetten van mensen en of het toezicht daarop goed is geregeld. Het college benadrukt dat het niet tot taak heeft om op die vragen een antwoord te geven. Het college is kritisch over de toelichting van de verpleegkundige over de conclusie dat klager voldoende zuurstof had omdat hij luid schreeuwde. Indien een patiënt aangeeft benauwd te zijn of zuurstof tekort te komen, moet dat voor een verpleegkundige aanleiding zijn om die klacht te onderzoeken, onder andere door de saturatie te meten. Naar het oordeel van het college kon de verpleegkundige niet volstaan met de inschatting dat het in orde was omdat klager in staat was om te schreeuwen. Op dat punt acht het college de door de verpleegkundige geboden zorg onvoldoende. Voor het overige wordt de klacht ongegrond verklaard en in één klachtonderdeel is klager niet-ontvankelijk. Het college volstaat met een gegrondverklaring zonder oplegging van een maatregel.
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.