In deze zomerse editie van Actueel gezondheidsrecht worden de meest relevante uitspraken op het gebied van gezondheidsrecht besproken. Er is gekozen voor een andere opzet: vanaf nu worden de samenvattingen zoals gepubliceerd op de websites van de betreffende rechterlijke instanties overgenomen. Deze komen in plaats van de zelfgeschreven samenvattingen. Daarnaast wordt de komende tijd verkend of en in welke vorm verdere aanpassingen wenselijk zijn.
Ongegronde klacht tegen een SEH-arts. Klaagster is niet tevreden over de zorg die haar moeder (patiënte) kreeg, waardoor haar moeder op 14 maart 2022 is komen te overlijden. Klaagster verwijt de SEH-arts onder andere dat de medicatielijst van patiënte bij opname vanaf de SEH naar de verpleegafdeling op 14 maart 2022 niet is aangepast aan de klachten die patiënte had. Het college overweegt als volgt. Bij de opname is onder meer afgesproken door de dienstdoend longarts na het moeizame gesprek met de familie over het codebeleid, dat de arts-assistent de logistieke overgang van de SEH naar de afdeling zou regelen, waaronder de opnamemedicatie. De SEH-arts was die avond te allen tijde beschikbaar voor overleg van deze arts-assistent. Zij was dus zo nodig bereikbaar. Er is echter geen contact met haar opgenomen. De dienstdoend SEH-arts bleek in de veronderstelling dat de verantwoordelijkheid van supervisie inmiddels was overgedragen aan de longarts aangezien deze tijdens het codegesprek direct bij deze casus betrokken was geweest. De overdracht van verantwoordelijkheden is echter niet actief benoemd en daar zijn geen lokale afspraken over zover bekend. Dit is wel een belangrijk aandachtspunt wat in alle ziekenhuizen onder de aandacht zou moeten komen. Onder voorgenoemde omstandigheden kan de SEH-arts niet verweten worden dat de medicatielijst niet is aangepast.
RTG Amsterdam 29-7-2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:186
Deels gegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klager heeft verschillende geslachtsveranderende operaties ondergaan. Twee operaties zijn uitgevoerd door de plastisch chirurg. Klager is niet tevreden over het resultaat en diverse andere aspecten. Klager verwijt de plastisch chirurg onder andere dat de operatieverslagen incompleet zijn en een ondertekend informed consent voor de operaties ontbreekt. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat het door de plastisch chirurg opgestelde operatieverslag te summier is en daarmee niet voldoet aan de minimale eisen waaraan een operatieverslag moet voldoen en de klacht in zoverre gegrond verklaard. De overige twaalf klachtonderdelen zijn door het Regionaal Tuchtcollege ongegrond verklaard. Klager heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing. De plastisch chirurg heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het Regionaal Tuchtcollege de klacht over het operatieverslag terecht gegrond heeft verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verklaart ook de klacht ten aanzien van het ontbreken van informed consent gegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat klager adequaat was voorgelicht over de diverse operaties inclusief de mogelijke complicaties die hem te wachten stonden om een acceptabel resultaat te krijgen. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde waarschuwing.
CTG 28-7-2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025
Voorzittersbeslissing kennelijk niet-ontvankelijk. Klacht van nabestaande van patiënt tegen – niet bij de behandeling betrokken – bestuurder/leidinggevende, tevens arts.
RTG Zwolle 22-7-2025, ECLI:NL:TGZRZWO:2025:84
Voorzittersbeslissing. Klacht is kennelijk van onvoldoende gewicht. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij in het verpleegkundig dossier onjuist heeft genoteerd dat tijdens een gesprek met klaagster de aanwezige arts het woord voerde in plaats van de aanwezige arts-assistent. De voorzitter is van oordeel dat het gaat om een eenvoudige verschrijving en het tuchtrecht in de gezondheidszorg is niet bedoeld om eenvoudige verschrijvingen in een medisch of verpleegkundig dossier aan de orde te stellen.
RTG Amsterdam 21-7-2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:181
Klacht tegen een huisarts. Klager nam telefonisch contact op met de huisarts vanwege pijnklachten en een bult op zijn schouder. De huisarts ging, naar later bleek ten onrechte, uit van een slijmbeursontsteking. Enkele weken later bleek dat klager een ontsteking aan zijn hartklep had. Klager verwijt de huisarts, samengevat, dat zij hem ten onrechte geen fysiek consult heeft aangeboden en onvoldoende naar hem heeft geluisterd. Hierdoor is volgens klager een verkeerde diagnose gesteld. Het college is van oordeel dat de huisarts zich tijdens het telefonisch consult onvoldoende bewust was van de beperkingen die een telefonisch consult met zich meebrengt en legt de maatregel van een waarschuwing op.
RTG Zwolle 29-7-2025, ECLI:NL:TGZRZWO:2025:93
Deels gegronde klacht tegen een huisarts, waarschuwing en kostenveroordeling. Verzoek behandeling achter gesloten deuren afgewezen. Klaagster verwijt de huisarts onder meer dat zij klaagster – ten onrechte en zonder haar toestemming – heeft doorverwezen voor behandeling van psychische klachten. Voorts verwijt klaagster de huisarts dat zij – zonder toestemming van klaagster en zonder haar te informeren – contact met derden over klaagster opnam en daarmee haar medisch beroepsgeheim heeft geschonden. De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Het college is van oordeel dat er sprake is van een gegronde klacht inzake de klachtonderdelen b) geen toestemming voor verwijzen en d) schending van het beroepsgeheim. Ten aanzien van de maatregel is het college is van oordeel dat kan worden volstaan met de maatregel van waarschuwing. Daarbij speelt onder meer een rol dat de huisarts heeft verklaard zich te realiseren dat zij toestemming had moeten vragen aan klaagster en eerder haar excuses heeft aangeboden voor het opnemen van contact met de ex-partner van klaagster zonder haar toestemming. Deels gegronde klacht, waarschuwing, publicatie in het algemeen belang en kostenveroordeling.
RTG Amsterdam 18-7-2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:178
Klacht tegen een psychiater. Klagers zijn de ouders van een zoon (patiënt) die is overleden aan een overdosis/suïcide. Patiënt had psychiatrische klachten en had vanaf jonge leeftijd te maken met complexe verslavingsproblematiek. De psychiater was verbonden aan het FFACT-team (forensische flexibele assertieve community treatment) dat ambulante zorg verleende aan patiënt. Zij was de laatste twee jaar van zijn leven de regiebehandelaar van patiënt en verantwoordelijk voor zijn medicatie. Klagers verwijten de psychiater dat zij is tekortgeschoten bij het voorschrijven en monitoren van de medicatie (Baclofen). Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klagers hebben beroep ingesteld tegen deze beslissing. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psychiater in de periode dat patiënt na een suïcidepoging bij zijn nicht verbleef onvoldoende de regie genomen en de verslaglegging in het medisch dossier onvoldoende is. Het CTG verklaart de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond, maar legt de psychiater geen maatregel op.
CTG 16-7-2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:117
Klacht tegen een kaakchirurg. Klager is driemaal aan zijn kaak geopereerd door de kaakchirurg vanwege een onderbeet. Klager verwijt de kaakchirurg dat hij (a.) klager onvoldoende heeft geïnformeerd aan de operaties. Ook verwijt klager de kaakchirurg dat hij (b.) onzorgvuldig heeft gehandeld, waardoor klager dagelijks pijn heeft en zijn gezichtsvorm is veranderd. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel a. gegrond. De kaakchirurg heeft klager onvoldoende geïnformeerd over de mogelijke complicaties. De door de kaakchirurg verstrekte informatiefolder is evenmin volledig. Het CTG verklaart klachtonderdeel a. gegrond en legt aan de kaakchirurg op de maatregel van waarschuwing.
CTG 16-7-2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:118
Klaagster verwijt de bedrijfsarts dat hij onjuist en onzorgvuldig heeft gehandeld omdat hij bij haar de diagnose ‘ziekte van Alzheimer’ heeft gesteld, zonder nader onderzoek te doen en nadien diverse afspraken niet is nagekomen waardoor er nooit een vervolgafspraak heeft plaatsgevonden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de bedrijfsarts de maatregel van berisping opgelegd. De bedrijfsarts is daartegen in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het duidelijk is dat de bedrijfsarts nader onderzoek had moeten doen, voordat hij tot de conclusie kon komen dat bij klaagster sprake was van beginnende Alzheimer. Hij (nog) niet kunnen concluderen dat klaagster structureel ongeschikt was voor haar functie. De bedrijfsarts was de laatste afspraak met klaagster vergeten en andere afspraken zijn door omstandigheden in de risicosfeer van de bedrijfsarts afgezegd. Dat is volgens het CTG in dit geval tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het CTG verklaart het beroep ongegrond en laat de berisping in stand.
CTG 16-7-2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:116
Een verpleegkundige van een verslavingskliniek is geschorst door het Regionaal Tuchtcollege in Den Bosch omdat ze een seksuele relatie had met een voormalig patiënt. De Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd had hiervoor een tuchtklacht ingediend. Een dag nadat de patiënt de kliniek had verlaten, ging de verpleegkundige bij hem op bezoek en hadden zij seks met elkaar. Dit herhaalde zich in de maanden daarna, inclusief ontmoetingen met elkaars ouders. De relatie eindigde vier maanden later. Toen dit weer een aantal maanden later bekend werd, is de verpleegkundige op staande voet ontslagen. Zorgverleners mogen geen relatie aangaan met patiënten, zelfs niet na een ‘afkoelingsperiode’, omdat afhankelijkheid kan blijven bestaan. Ook deelde de verpleegkundige informatie over andere patiënten met hem via WhatsApp. Daarmee schond zij haar beroepsgeheim. Het tuchtcollege oordeelt dat dit seksueel grensoverschrijdend en onprofessioneel is en legt de verpleegkundige een schorsing van twaalf maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
RTG 's-Hertogenbosch 16-7-2025, ECLI:NL:TGZRSHE:2025:80
Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klagers verwijten verweerder onder andere dat hun zoontje (destijds 2,5 jaar oud) met koorts- en hoestklachten, geen tijdige en adequate zorg heeft gekregen. Tijdens het spreekuur heeft verweerder het zoontje onderzocht en afwachtend beleid geadviseerd. De klachten namen niet af en uit nader onderzoek bleek uiteindelijk dat er sprake was van kinkhoest. Het college overweegt dat het niet direct voorschrijven van antibiotica bij de klachten van klagers zoontje getuigt van zorgvuldigheid, omdat de richtlijnen een terughoudend antibioticabeleid adviseren bij kinderen met luchtweginfecties. Het college is van oordeel dat verweerder hiermee in de gegeven omstandigheden heeft gedaan wat hij redelijkerwijs kon doen.
RTG Zwolle 15-7-2025, ECLI:NL:TGZRZWO:2025:81
Een chirurg heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een patiënte, nadat hij haar aan haar been had geopereerd. Na de operatie bleef de patiënte contact houden met de chirurg, voornamelijk via WhatsApp en heeft de chirurg ontuchtige handelingen met haar heeft verricht. De patiënte heeft daar aangifte van gedaan. De chirurg wordt door de strafrechter veroordeeld tot een geldboete van € 5.000,-, of 60 dagen vervangende hechtenis. Ook moet de chirurg € 1.000,- aan immateriële schade en € 1.511,44 aan materiële schade aan de patiënte betalen.
Rechtbank Noord-Holland 15-7-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:7950
Twintig jonge vrouwen (onder wie klaagster in deze zaak) hebben een klacht ingediend bij het Gerechtshof over het niet vervolgen van hun ex-huisarts. De huisarts werd in 2018 opgepakt en zat een paar dagen vast. In dat jaar zijn er 26 aangiften van ontucht tegen de huisarts gedaan. Het OM seponeerde de zaak en besloot dus de huisarts niet meer te vervolgen; bij verschillende aangiftes ontbrak het aan steunbewijs (dat is nodig in het strafrecht) en het ontuchtige handelen door de huisarts kon niet door het OM worden vastgesteld. Na het sepot begon een groep voormalige patiëntes een zogenoemde artikel 12-procedure bij het Gerechtshof om vervolging af te dwingen. Zij verwijten de ex-huisarts dat hij als arts ontucht heeft gepleegd met iemand die zich als patiënt aan zijn hulp en zorg heeft toevertrouwd dan wel feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Het hof heeft klaagster gelijk gegeven en beveelt het OM het onderzoek weer op te pakken en de huisarts – die niet meer als zodanig werkt - te vervolgen.
Gerechtshof Amsterdam 10-7-2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:1792
Klager wordt in een klacht tegen een chirurg gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard en de klacht wordt gedeeltelijk ongegrond verklaard. Verweerder voert in 2014 een fundoplicatie bij klager uit. Dat is een chirurgische operatie waarbij de bovenkant van de maag als een “manchet” om de onderkant van de slokdarm wordt gewikkeld. Op deze manier wordt voorkomen dat de maaginhoud terugvloeit naar de slokdarm. Klager dient in 2024 een klacht in over het vooronderzoek, de operatie en de nazorg. Het college oordeelt dat een aantal klachtonderdelen te laat is ingediend en daarom verjaard zijn en dat de andere klachtonderdelen geen steun vinden in het dossier en klager deze ook niet aannemelijk heeft gemaakt.
RTG 's-Hertogenbosch 9-7-2025, ECLI:NL:TGZRSHE:2025:76
Kennelijk ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klager is onvrijwillig opgenomen op een gesloten afdeling voor mensen met dementie in een verpleeghuis. Klager verwijt verweerster met name dat zijn opname te lang heeft geduurd. Het college is van oordeel dat het niet te lang heeft geduurd voordat een (her-)beoordeling van de diagnose van klager heeft plaatsgevonden. Weliswaar was niet met zekerheid te bevestigen of uit te sluiten dat er sprake was van dementie, maar er bestond wel een reden voor opname.
RTG Amsterdam 8-7-2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:172
Deels gegronde klacht tegen een arts. Klager en de arts zijn bekenden van elkaar. De arts vernam tijdens een patiëntenbespreking dat klager plotseling was opgenomen. Zij bezocht hem twee keer en bekeek het medisch dossier. Klager verwijt haar dat dit ongeoorloofde inzage was en dat de arts medische informatie heeft gedeeld die anders was dan de informatie die door zijn behandelend arts werd gedeeld. De arts heeft inzicht getoond in de onjuistheid van haar handelen en mede gelet op de omstandigheden waaronder de schending van het inzagerecht heeft plaatsgevonden, het reflecteren van de arts ter zitting en de reeds genomen maatregelen naar aanleiding van de onbevoegde inzage, ziet het college geen aanleiding om de arts nog een maatregel op te leggen.
RTG Amsterdam 8-7-2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:174
Klachten van een zorgverzekeraar tegen twee verpleegkundigen. De ene verpleegkundige was eigenaar/bestuurder van een onderneming die (thuis)zorg verleende. De gegrond verklaarde klachtonderdelen gaan over het declareren van niet geleverde zorg, het declareren van zorg die niet voor vergoeding in aanmerking komt en het niet voldoen aan de dossierplicht. Deze klacht is geheel gegrond. De andere verpleegkundige stelde voor verschillende zorgaanbieders (thuis)zorgindicaties. De gegrond verklaarde klachtonderdelen gaan over het afgeven van indicaties die niet voldeden aan de daaraan te stellen eisen en het niet beschikken over een deugdelijke zorgadministratie. Deze klacht is deels gegrond. Beide verpleegkundige krijgen de maatregel van doorhaling opgelegd. Dat houdt in dat zij niet meer als verpleegkundige aan de slag mogen.
RTG Zwolle 8-7-2025, ECLI:NL:TGZRZWO:2025:76 en RTG Zwolle 8-7-2025, ECLI:NL:TGZRZWO:2025:77
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.