Deels gegronde klacht tegen een verpleegkundige. De IGJ verwijt de verpleegkundige in strijd te hebben gehandeld met de door haar te verlenen zorg door zonder collegiaal overleg en zonder dat dit was voorgeschreven een van huis meegebrachte keelspray (die over de datum was) te geven aan een cliënt. Ook verwijt de IGJ de verpleegkundige zonder overleg met een arts en in afwijking van het medicatiebeleid een hogere dosering medicatie aan een cliënt toe te dienen en dit op onjuiste wijze af te tekenen. De klacht is deels gegrond. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige door zonder overleg met een arts of collega’s haar eigen koers te varen, niet in het belang van de aan haar zorg toevertrouwde cliënten heeft gehandeld.
RTG Amsterdam, 17 juli 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:178
Klager is gediagnosticeerd met Morgellons disease door een collega-dermatoloog van de dermatoloog tegen wie een klacht is ingediend. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd op huidziekten.nl over Morgellons disease. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met Morgellons disease. Ook verwijt hij de dermatoloog dat hij niet heeft gereageerd op uitnodigingen van klager om met hem over zijn opvattingen over het artikel in discussie te treden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft beslist dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. Het Centraal Tuchtcollege komt tot hetzelfde eindoordeel, omdat klager niet als rechtstreeks belanghebbende kan worden aangemerkt. Het beroep van klager wordt verworpen.
CTG, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:153
Deze periode zijn er drie tuchtzaken geweest tegen zorgprofessionals die een seksuele relatie met een (ex-) patiënt zijn aangegaan. Het gaat om achtereenvolgens twee psychiaters en een verpleegkundige. Alle klachten worden gegrond verklaard. De BIG-registratie van de psychiaters wordt doorgehaald, aan de verpleegkundige wordt een verbod tot wederinschrijving in het BIG-register voor de duur van zes maanden opgelegd.
RTG ’s-Hertogenbosch, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:125 ; RTG ’s-Hertogenbosch, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:126 ; RTG ’s-Hertogenbosch, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:124
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Het zoontje van klager was onder behandeling bij de kliniek waar de fysiotherapeut werkzaam is. Tussen de ouders was sprake van een relationeel conflict. De fysiotherapeut heeft een emailbericht aan de ex-partner van klager gestuurd over de gevolgen voor de gezondheid van het zoontje van een door klager voorgenomen reis, waarna de rechter klagers verzoek om die reis te maken heeft afgewezen. De fysiotherapeut had zich moeten realiseren dat sprake was van een ernstig relationeel conflict. Bovendien was er sprake van een behandelrelatie en had de fysiotherapeut zich sowieso dienen te onthouden van het delen van dergelijke opvattingen. Tot slot heeft de fysiotherapeut zich buiten haar deskundigheidsgebied begeven. De overige klachtonderdelen, over het verstrekken van informatie aan Veilig Thuis en bejegening tijdens een consult, zijn ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond, waarschuwing opgelegd.
RTG Amsterdam, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:174
Deels gegronde klacht tegen een (cosmetisch) arts. Naar het oordeel van het college is er sprake geweest van onzorgvuldige nazorg na de eerste interventie (bij de eerste nabloeding). De tijd die de arts heeft aangehouden voor het monitoren van klaagster wordt door het college beoordeeld als te kort. Dit geldt te meer, nu sprake was van een hematoom/nabloeding op een zeer kwetsbare plek in het hoofd- halsgebied en een dergelijke bloeding kan leiden tot stikken en overlijden. Daarnaast heeft de arts klaagster onvoldoende geïnformeerd over de nazorg. Ten aanzien van de bekwaamheid overweegt het college als volgt. Hoewel de arts hier meerdere keren concreet naar is gevraagd, heeft zij niet inzichtelijk kunnen maken waar haar opleiding nu concreet uit bestond. De arts heeft het college niet weten te overtuigen van haar bekwaamheid ten opzichte van de lipolaserbehandeling. Volgt een waarschuwing.
RTG Amsterdam, 15 juli 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:173
Verzet tegen een voorzittersbeslissing. Klacht tegen GZ-psycholoog. De GZ-psycholoog, werkzaam bij een instelling die forensische ambulante zorg, klinische zorg en reclassering verleent, heeft zorg verleend aan klager. Klager bedreigt verweerster langdurig na het beëindigen van de behandelrelatie tussen hen. Aan klager is door de rechtbank een contactverbod opgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht, omdat tijdens de procedure is gebleken dat klager zijn klacht enkel heeft willen indienen met als doel het opgelegde contactverbod te omzeilen en bedreigingen te kunnen uiten aan het adres van de GZ-psycholoog en dus dat sprake is van misbruik van recht. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege en wijst het beroep af. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.
RTG Den Haag, 14 juli 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:150
Klacht tegen orthopedisch chirurg. Voorzittersbeslissing. Kennelijk niet-ontvankelijk. Klaagster heeft de tuchtklacht gebruikt als instrument in een conflict met het ziekenhuis en de arts waarbij zij aandrong op een schadevergoeding door de verzekeraar en aangaf de klacht te willen intrekken indien aan haar voorwaarden zou worden voldaan. Daarnaast diende klaagster meerdere (inhoudelijk grotendeels gelijkluidende) klachten in tegen dezelfde arts en bleef zij via deze weg contact zoeken, ondanks opgelegde contactbeperkingen.
RTG ’s-Hertogenbosch, 8 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:121
Klager verwijt de psychiater onjuiste diagnosestelling, een onterechte aanvraag voor een LFPZ‑status en ernstige overtredingen zoals valsheid in geschrifte, smaad, laster, psychische mishandeling en schending van EVRM‑rechten. Het college vindt hiervoor geen enkele aanwijzing. De psychiater was niet betrokken bij de diagnosestelling, en voor zover hij betrokken was bij de LFPZ‑aanvraag, blijkt daaruit geen tuchtrechtelijk verwijt. Het college concludeert dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
RTG Amsterdam, 10 juli 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:168
Gegronde klacht tegen kinderarts. Inspectie verwijt de kinderarts dat de dossiervoering, samenwerking en communicatie niet conform de professionele standaard was. Ontslag na disfunctioneren. Tekortschieten in dossierplicht ex artikel 7:454 BW. Niet voldoen aan algemene competenties van de medisch specialist. Goede zorgverlening aan patiënten niet of onvoldoende gewaarborgd. Ernstige risico’s voor de patiëntveiligheid en voor de patiëntenzorg. Niet toetsbaar opgesteld. Schorsing voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
RTG ’s-Hertogenbosch, 8 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:120
Klager is een jaar in behandeling bij een gz‑psycholoog voor sociale angst. De behandeling wordt beëindigd nadat hij seksuele gevoelens tijdens de behandeling ervaart. Hij dient 13 klachten in over onder andere geheimhouding, informatievoorziening, regie, dossier, overdracht en beëindiging. Het tuchtcollege verklaart12 van de 13 klachtonderdelen ongegrond. Alleen het onderdeel over het onbeveiligd mailen van vertrouwelijke gegevens is gegrond, maar rechtvaardigt geen maatregel.
RTG ’s-Hertogenbosch, 8 juli 2026, ECLI:NL:TGZRSHE:2026:116
Klacht tegen een verpleegkundige die zonder behandelrelatie en zonder legitiem doel informatie zou hebben ingezien en gedeeld over een patiënt. Het college acht het verweer van de verpleegkundige aannemelijk dat zij in het systeem met de muis per ongeluk een verkeerde patiënt heeft aangeklikt. Het college oordeelt dat een verkeerde muisklik een menselijke vergissing is zonder onjuiste intentie. Dit is van onvoldoende gewicht om de verpleegkundige een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Klacht ongegrond.
RTG Zwolle, 7 juli 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:108
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager dient namens hemzelf en zijn minderjarige kinderen een klacht in tegen de arts dat er, kort gezegd, een eenzijdig en onzorgvuldig onderzoek is gedaan waarbij de beschuldigingen van de ex-partner zijn overgenomen zonder dat gekeken is naar alternatieve verklaringen. Klager is bevoegd om in zijn rol van wettelijk vertegenwoordiger te klagen, zonder dat de moeder van de kinderen met het indienen van de klacht heeft ingestemd. Het college verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
RTG Amsterdam, 7 juli 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:163
Klacht tegen een klinisch geriater. Klager is niet tevreden over de wijze waarop de klinisch geriater in opdracht van de rechtbank over zijn vader een deskundigenrapport heeft geschreven. Hij verwijt de klinisch geriater onder meer dat hij de ‘Leidraad deskundigen in civiele zaken’ niet heeft gevolgd en onvolledig onderzoek heeft gedaan. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel a over het niet volgen van de leidraad deels gegrond verklaard, bepaald dat geen maatregel wordt opgelegd en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege komt tot het oordeel dat de klacht ook op andere onderdelen gegrond is en legt aan de klinisch geriater een waarschuwing op.
CTG, 6 juli 2026, ECLI:NL:TGZCTG:2026:140
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.