In deze zomerse editie van Actueel gezondheidsrecht worden de meest relevante uitspraken op het gebied van gezondheidsrecht besproken. Er is gekozen voor een andere opzet: vanaf nu worden de samenvattingen zoals gepubliceerd op de websites van de betreffende rechterlijke instanties overgenomen. Deze komen in plaats van de zelfgeschreven samenvattingen. Daarnaast wordt de komende tijd verkend of en in welke vorm verdere aanpassingen wenselijk zijn.
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De zoon van klagers is begin 2021 door suïcide overleden. Hij was bekend met depressieve klachten. Klagers stellen dat de huisarts hun zoon in de periode voorafgaand aan de suïcide adequate hulp en medische behandeling heeft onthouden en hem ten onrechte niet naar de specialistische GGZ heeft verwezen. Na het Regionaal Tuchtcollege heeft ook het Centraal Tuchtcollege de klacht ongegrond verklaard. Volgens het college heeft de arts conform de NHG Standaard Depressie/module suïcidaliteit tijdens ieder consult een inschatting gemaakt van de ernst van de suïcidaliteit. De arts heeft patiënt doorverwezen naar specialistische GGZ. De conclusie van de huisarts dat er geen aanwijzingen waren voor ernstige suïcidaliteit of een psychiatrische crisissituatie op grond waarvan onmiddellijk ingrijpen geboden was kan dit college volgen.
CTG 11 september 2025, ECLI:NL:TGZCTG:2025:150
Klager heeft door de huisarts een plekje laten verwijderen, later bleek dat dit een dermatofibroom (goedaardige huidtumor) was. Klager verwijt de huisarts dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgevoerd en klager niet heeft doorverwezen naar een specialist. Het college oordeelt dat de huisarts op goede gronden heeft voorgesteld het plekje te verwijderen en het plekje ook op de juiste wijze heeft verwijderd. Littekenvorming is inherent aan een dergelijke ingreep en afhankelijk van de genezing van de persoon zelf. Een huisarts hoeft bij een verdenking op een goedaardige tumor in beginsel niet door te verwijzen naar een specialist. Een huisarts is in het algemeen bevoegd en bekwaam een dergelijke tumor zelf te verwijderen en het weefsel op te sturen voor verder onderzoek. De klacht is kennelijk ongegrond.
RTG Amsterdam 2 september 2025, ECLI:NL:TGZRAMS:2025:221
Verweerster, huisarts werkzaam in PI, wordt verweten dat zij in strijd heeft gehandeld met de voor haar geldende professionele standaard door geen/niet tijdig een diagnose te stellen, te lang af te wachten en klager niet serieus te nemen nadat hij met zijn hoofd op de wasbak is gevallen en aanhoudende klachten had. Ook wordt de huisarts verweten dat zij klager niet voldoende heeft geïnformeerd en er geen sprake is geweest van informed consent. Het college overweegt dat het door de huisarts ingezette beleid passend en toereikend was. Geen sprake van onvoldoende zorg, informatievoorziening of onjuiste behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.
RTG ’s Hertogenbosch 3 september 2025, ECLI:NL:TGZRSHE:2025:106
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.