Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts die heimelijk geluidsopnamen heeft gemaakt van consulten van een patiënt en die daarna weigert aan de patiënt te geven. Tevens gegronde klacht over het zich onttrekken aan toetsing door het tuchtcollege en weigering om zich toetsbaar op te stellen. Gezien eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen wordt een schorsing voor de duur van een jaar opgelegd, maar voorwaardelijk onder stringente voorwaarden, gericht op persoonlijke en professionele ontwikkeling, in de omgang met cliënten en in conflictsituaties of geschillen.
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:22
Door nabestaande ingediende klacht tegen een anesthesioloog-intensivist over de zorg aan een patiënte die is overleden aan de gevolgen van een pancreatitis (alvleesklierontsteking) na een ERCP-procedure. De intensivist is betrokken geweest bij de zorg aan patiënte op de IC. Klacht gaat over het afzien van een CT-scan. Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze nabestaande diende ook nog vijf klachten in tegen andere beroepsbeoefenaren: alle kennelijk ongegrond.
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:16
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:17
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:18
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:19
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:20
RTG Zwolle 23 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:21
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek ongegrond. Verweerder heeft bij klaagster een abortus uitgevoerd bij een prille zwangerschap. Hij heeft klaagster het risico voorgehouden dat de ingreep vanwege de korte zwangerschapsduur zou mislukken en haar geadviseerd de ingreep later te laten plaatsvinden. Klaagster heeft de ingreep toch dezelfde dag laten uitvoeren en nadien bleek een tweede ingreep noodzakelijk. De klachten over voorlichting, voldoende tijd nemen voor klaagster zijn ongegrond.
RTG Zwolle 27 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:23
Klacht tegen arts werkzaam bij een abortuskliniek. Nadat een collega arts bij klaagster een abortus had uitgevoerd bij een prille zwangerschap, bleek een tweede ingreep noodzakelijk. De collega had bij de nacontrole een vitale zwangerschap (hartactie) waargenomen. De noodzakelijke tweede ingreep werd voor een week later bij verweerder ingepland. Voorafgaand aan de geplande ingreep nam verweerder met een uitwendige echo geen hartactie waar en presenteerde klaagster de mogelijkheid van een tweede ingreep af te zien en het natuurlijk verloop van een spontane miskraam af te wachten. Hiervoor koos klaagster. Een dag later werd door de verloskundige wel hartactie waargenomen. Klaagster heeft daarop besloten de zwangerschap uit te dragen.
Klacht over de communicatie gegrond verklaard, te weten de communicatie over klaagster met een derde zonder toestemming van klaagster, de wijze van e-mailen (via een privé e-mailadres) en het uitblijven van een poging tot contact met klaagster zelf. Ook de klacht over het vaststellen dat er geen hartactie was is gegrond. Vanwege de hartactie die een week ervoor was waargenomen was de bevinding onverwacht en de mogelijkheid een spontane miskraam af te wachten zonder nader onderzoek via een was nader onderzoek via een vaginale echoscopie onvoldoende zorgvuldig. De overige klachten over informatievoorziening en het beperken van de keuzevrijheid van klaagster zijn ongegrond. Maatregel berisping vanwege de verschillende tekortkomingen tezamen.
RTG Zwolle 27 januari 2026, ECLI:NL:TGZRZWO:2026:24
Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.
RTG Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager was patiënt in de praktijk van de huisarts en klaagt onder andere over het overdragen van zijn dossier aan een andere praktijk, zonder zijn toestemming, hetgeen de huisarts erkent. Het college oordeelt dat het onzorgvuldig is geweest dat het dossier van klager zonder zijn toestemming is overgedragen. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de uitschrijving en de overdracht, maar zij is als praktijkhouder wel eindverantwoordelijk. Het college begrijpt verder dat deze onterechte uitschrijving een incident is geweest, een eenmalige vergissing van een assistente. Er is lering getrokken uit het incident en de werkwijze is geëvalueerd. Het college acht deze maatregelen adequaat. Om die reden is het college van oordeel dat er onvoldoende grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt.
RTG Amsterdam 22 januari 2026, ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24
Klacht tegen gynaecoloog deels gegrond. Klaagster was bij verweerder onder behandeling voor secundaire amenorroe. Hij schreef dit toe aan intensief sporten door klaagster en adviseerde om drie keer per jaar een onttrekkingsbloeding op te wekken. Bij bloedonderzoek werd een afwijkende waarde oestrogeen bepaald, maar verweerder heeft niet de waarde, maar “geen bijzonderheden” genoteerd. Klaagster stelt dat verweerder haar had moeten waarschuwen over de kans op verminderde vruchtbaarheid en dat zij door het nalaten van verweerder later dan noodzakelijk is gediagnostiseerd met ernstige osteoporose. Deze klachten zijn ongegrond. Verweerder heeft in 2019 gedaan wat toen van hem verwacht mocht mogen worden, omdat de verwachte waarschuwing toen nog geen standaard was. De klacht over de onjuiste kwalificatie van het bloedonderzoek is wel gegrond verklaard, omdat de geconstateerde waarde wel een bijzonderheid betrof. Het verwijt is van gering gewicht, verweerder is onmiddellijk volledig open en transparant geweest en heeft lering getrokken. Omdat een maatregel daarmee geen redelijk doel dient legt het college geen maatregel op.
Relevante gezondheidsrechtelijke ontwikkelingen op gebied van wet- en regelgeving en rechtspraak. Dit overzicht is opgesteld door de gezondheidsjuristen van de KNMG.
Het is mogelijk dat uitspraken opgenomen in het onderdeel rechtspraak nog niet onherroepelijk zijn en dat hier nog hoger beroep tegen in wordt gesteld.