‘Bent u bekend met een allergie?’ vraagt de chirurg vlak voor de narcose vriendelijk. ‘Eh ja’, stamel ik verbaasd, ‘een allergie is dat je ergens niet tegen kunt. Mijn buurvrouw kan niet tegen hazelnoten en mijn kat mag geen zacht voedsel’.
Maar dat is niet goed. Het gaat er om of ik zelf een allergie heb. Dan is het toch beter om te vragen: ‘Bent u ergens allergisch voor?’ En had een eventuele allergie niet al bekend moeten zijn?
‘Weet u wat we bij u gaan doen?’ vraagt iemand anders in een groen pak. Ik, opnieuw verbaasd – en geschrokken ‘nou, ik hoopte eigenlijk dat u dat zou weten’.
Het blijkt opnieuw een vraag uit het veiligheidsprotocol. Want je wilt als arts zeker weten dat je bij de juiste patiënt de juiste dingen doet. Vanuit het systeem gedacht volkomen logisch – achter iedere vraag uit het protocol zit een verhaal waar het een keer mis is gegaan. Maar voor een zenuwachtige patiënt die halfnaakt, zonder bril en gehoorapparaat in een felverlichte zaal vol vreemde mensen in groene pakken ligt is het een bevreemdende ervaring.
Voor de ingreep moet ik zes uur ‘nuchter’ zijn. Dat is voor mij niet moeilijk, want ik drink geen alcohol. Opnieuw verkeerd begrepen: het gaat erom dat je zes uur tevoren niet mag eten. Koffie mag wel – maar alleen zonder melk. ‘Ja, dat gaat nog wel eens mis’ zegt de mevrouw die het infuus aanlegt, ’en dan moeten we iemand vlak voor de OK wegsturen’.
Naar het ziekenhuis moet ik meenemen: mijn ‘ID, zorgverzekeringsbewijs of (digitale) zorgpas’ en mijn ‘medicatie-overzicht dat ik op moet halen bij mijn apotheek’. Maar ik heb geen zorgpas, weet ook helemaal niet wat dat is, en ik ben tijdelijk niet mobiel – dus hoe kom ik bij de apotheek om dat overzicht op te halen? Paniek.
Gelukkig weet ik best dat het allemaal zo’n vaart niet loopt en dat niemand in het ziekenhuis ooit vraagt naar mijn ID, zorgpas of medicatieoverzicht. Maar voor andere mensen kunnen dit soort dingen enorme hobbels zijn op hun weg naar en door het ziekenhuis.
‘Gelijke toegang tot zorg staat onder druk omdat zorg voor grote groepen mensen vaak niet begrijpelijk is’ stelde de IGJ vorig jaar. Inmiddels begrijp ik dat heel goed. Maar ik denk dat het probleem breder is dan dat: we doen alsof patiënten mensen uit onze eigen bubbel zijn, met hetzelfde referentiekader als wij. En we doen alsof zieke mensen gezonde mensen zijn, die dezelfde dingen kunnen en willen als gezonde mensen.
Maar dat zijn ze niet. Zieke mensen zijn onzeker, in de war, kwetsbaar en op zoek naar houvast. Ze hebben pijn, zijn benauwd of op een andere manier gehinderd in hun functioneren. En dat is niet goed voor het vermogen om helder en rationeel na te denken of een beslissing te nemen. Mijn persoonlijke ervaring als patiënt: hoe zieker je bent, hoe minder je aan je hoofd kunt hebben. Als je ziek bent wil je niet nadenken over zorgpassen of medicatieoverzichten. Je wilt niet overal bovenop hoeven zitten. En je wilt erop kunnen vertrouwen dat de mensen in de groene pakken weten wie ze voor zich hebben, of je een allergie hebt en wat ze moeten doen.
‘Stem de zorg af op de persoon’ zegt de IGJ in haar rapport. Een terecht punt. Maar ik zou nog iets anders willen meegeven: probeer bij het inrichten van de zorg ook te kijken met de blik van een ziek mens, in plaats van een gezonde toeschouwer.
Net uit de narcose ben ik in de war en gedesoriënteerd. Ik vraag de verpleegkundige om even mijn hand vast te houden. Zodat ik iets voel en weer weet waar ik ben. Dat doet ze gelukkig. Staat in geen enkel protocol, maar het is wel wat je als verwarde patiënt op zo’n moment net even nodig hebt.
Gert van Dijk, ethicus bij de KNMG en het Erasmus MC.
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws