Sommige onderwerpen zorgen al voor spanning nog vóór het gesprek goed en wel begonnen is. Niet-reguliere behandelwijzen zijn zo’n onderwerp. Ook bij mij.
Evidence based medicine vormt het fundament van ons vak. Zonder dat fundament verliest geneeskunde haar houvast. Toch zijn niet al onze behandelwijzen gestoeld op wetenschappelijk bewijs. En daar waar dat wel het geval is, merken we nogal eens dat dit niet aansluit bij de verwachtingen van patiënten. Gezondheid gaat voor hen over meer dan de afwezigheid van ziekte, het gaat over leefstijl, zingeving, controle op het eigen leven. Vragen daarover komen in de spreekkamer vanzelf ter sprake.
Het is daarom niet verrassend wat we steeds vaker zien: naast de reguliere zorg zoeken patiënten hun eigen weg, vanuit de wens om meer grip te krijgen. Op een lichaam dat hen ontglipt, op een ziekte die zich niet laat beheersen. Die behoefte aan regie is begrijpelijk en menselijk.
Het is voor ons als artsen van belang om te blijven onderzoeken: wat drijft hen? En wat zegt dat over wat wij te bieden hebben, of nog niet bieden? Onze professionele verantwoordelijkheid vraagt dat we het gesprek openhouden, ook wanneer patiënten keuzes maken buiten onze vertrouwde kaders. Dat kan lastig zijn, zowel in het gesprek met de patiënt als in dat met collega's. En die spanning is niet altijd even zichtbaar.
Als voorzitter van de KNMG herken ik die spanning aan den lijve. Stel dat ik word uitgenodigd voor een congres over integratieve geneeskunde, waar het gaat over de holistische benadering die we juist in het kader van passende zorg zo belangrijk vinden. Verschijn ik daar, dan zullen sommigen concluderen dat ik niet-reguliere behandelwijzen legitimeer. Blijf ik weg, dan kan het al snel lijken alsof ik het gesprek uit de weg ga. Terwijl de vraag groter is dan mijn persoonlijke aanwezigheid.
Dit raakt aan hoe wij ons als beroepsgroep verhouden tot een ontwikkeling die voor veel patiënten betekenisvol is. In die dynamiek dreigt iets verloren te gaan: het gesprek met de patiënt. Daar ligt voor mij de kern van het vraagstuk. Onze opdracht is niet te kiezen tussen bewijs en betekenis, maar beide serieus te nemen. Dat betekent: onze wetenschappelijke basis nooit loslaten, maar wel bereid zijn het gesprek aan te gaan over wat patiënten beweegt, ook als hun zoektocht buiten de reguliere geneeskunde reikt. Want daar ligt onze verantwoordelijkheid. Als wij ons terugtrekken, verliezen we niet alleen invloed, we verliezen ook het vertrouwen dat patiënten in ons stellen.
Dat vraagt om een houding die soms ongemakkelijk voelt. Patiënten mogen van ons verwachten dat we ons uitspreken wanneer diagnostiek of behandeling buiten de grenzen van de reguliere geneeskunde vallen. Maar diezelfde patiënt verdient ook dat we begrijpen wat hen drijft. Binnen die professionele grenzen past dus openheid: luisteren naar wat iemand zoekt en waarom, voorbij de diagnose. En daarover in verbinding blijven met elkaar ook als je paradigma verschilt.
Ik denk bijvoorbeeld aan de patiënt die niet alleen vraagt welke behandeling mogelijk is, maar ook wat hem helpt om de dag door te komen, om te blijven werken, om hoop te houden. Wat wil iemand blijven doen, ondanks, of misschien juist mét, zijn klachten? Welke waarden zijn voor iemand belangrijk?
In dat bredere gesprek kunnen reguliere én aanvullende vormen van ondersteuning ter sprake komen, terwijl professionele grenzen helder blijven. De KNMG stelt daarin duidelijke kaders: niet-reguliere behandelwijzen zijn bespreekbaar zolang zij reguliere zorg niet verdringen, de patiënt niet schaden en gebaseerd zijn op een regulier gestelde diagnose. Niet alles hoeft omarmd te worden. Maar bij voorbaat afwijzen is ook geen optie.
Stevig staan in ons vak betekent ook erkennen wat dat vak al in zich draagt: aandacht voor het bredere welzijn van de patiënt, empathie voor wat ziekte met iemand doet en begeleiding bij de existentiële vragen die ziekte oproept. Én nieuwsgierigheid naar de wereld van onze patiënten, zonder de grondslagen van ons vak los te laten. Samen vormen ze het kompas dat ons richting geeft.
Onze opdracht is niet te kiezen tussen zwart en wit, tussen bewijs en betekenis, maar beide serieus te nemen.
Jurriaan Penders, voorzitter artsenfederatie KNMG
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws