De verkiezingen zijn voorbij, de ‘verkenner’ is benoemd, en nu moeten partijen laten zien wat ze werkelijk waard zijn als het gaat om de grote vragen in de zorg. Want in verkiezingstijd waren het vooral goed bekkende oneliners en schijnbaar daadkrachtige oplossingen voor vraagstukken in zorg en samenleving die -helaas- zelden werkelijk soelaas bieden. Ik noem er drie.
“Zelf beslissen over eigen sterven is een mensenrecht”(Politiek in gesprek over het levenseinde). Klinkt goed, maar wat wordt eigenlijk bedoeld? Wie of wat houdt op dit moment mensen tegen om zelf te beslissen over het levenseinde? Het probleem lijkt eerder dat mensen met ‘zelf beslissen’ bedoelen dat anderen verplicht moeten worden daarbij te helpen, alsof dit een opeisbaar recht is. Dat is een hardnekkig misverstand en getuigt bovenal van de maakbaarheidsgedachte dat wij mensen alles onder controle (kunnen) hebben. Quod non.
Overigens, als je werkelijk meent dat beslissen over eigen sterven een opeisbaar mensenrecht is, zouden we dan niet met suïcidepreventie moeten stoppen? Immers, het systematisch tegenaan van zelfdoding moet dan worden opgevat als een systematische inbreuk op een mensenrecht – en dat lijkt moeilijk te verdedigen.
Recent werd ook een initiatiefnota ingediend over het stoppen van geweld tegen vrouwen . Goed dat over concrete acties wordt nagedacht, maar laat die dan wel effectief en haalbaar zijn. Dat is niet het geval bij het invoeren van een wettelijke meldplicht voor zorgverleners als zij geweld tegen vrouwen signaleren (trouwens, is geweld tegen kinderen en mannen minder erg?). In Nederland is bewust geen meldplicht ingesteld om te voorkomen dat vrouwen zorg gaan mijden uit angst dat hun zorgverlener dan altijd een melding doet. Hierdoor raken deze vrouwen juist buiten beeld en krijgen ze niet de hulp die ze nodig hebben. In het huidige systeem, een verplichte meldcode met daarin een meldrecht, kunnen de zorgverleners en de vrouw samen beslissen wat in haar situatie de beste aanpak is.
Volgens de initiatiefnemers zou een meldplicht de ‘handelingsverlegenheid’ bij zorgverleners verminderen. Volgens mij ligt daar het probleem niet: wel bij de capaciteit van instanties zoals Veilig Thuis. Want met een melding ben je er niet: dan begint het werk pas!
Als derde voorbeeld noem ik het plan van een wettelijk verplicht aantal ic-bedden (Kamerbrief acute zorg sept 2025), dat bedoeld is om de ic-capaciteit ‘op peil’ te houden voor het geval er een crisis komt. Zorgverleners wijzen terecht op de keerzijde daarvan: personeel en bedden staan paraat, maar blijven vaak ongebruikt.. “Op lange termijn gijzelt zo’n getal je”, zegt NVIC-voorzitter Ramakers dan ook.( MC - De ic als een harmonica) Een ‘harmonica-model’ past volgen hem beter bij het uitgangspunt van passende zorg én bij de huidige situatie van schaarste in de zorg.
Wettelijk vastleggen van het aantal IC-bedden getuigt volgens mij eerder van een naïef geloof in wat wetgeving feitelijk kan realiseren, dan van een visie op wat de zorg nu en in de toekomst echt nodig heeft.
Zijn deze voorbeelden niet vooral bedoeld om de handelingsverlegenheid van de politiek zélf te maskeren? Omdat zij niet bij machte zijn de échte vragen in de zorg op te pakken? Daarom vraag ik de politieke partijen, die nu gaan bakkeleien over wie met wie, en wat en wanneer: richt je niet op de incidentele ‘rafelranden’ van de zorg, maar durf de grote vraagstukken op te pakken. Zoals de vraag of ons hybride publiek-private zorgstelsel nog past bij de uitdagingen van deze tijd – zeker nu, na de uitspraak van de Raad van State
ook het verbod op winstoogmerk aan een zijden draadje hangt. Of wat we in de reguliere zorg gewend zijn te bieden en ontvangen nog houdbaar is, nu de beschikbaarheid en toegankelijkheid snel afnemen. Of een crisis wordt bezworen met meer ic-bedden, of dat we beter eerlijk vertellen wie in oorlogstijd als eerste geholpen wordt: de zwaargewonde militair of de 'gewone' burger met een acuut oncologisch probleem.
Nu, na verkiezingstijd, is de tijd van snelle ‘oplossingen’ en kretologie voorbij. Het is tijd hoog voor het échte werk: de grote en impopulaire onderwerpen bij de kop pakken en keuzes maken die weliswaar niet lekker bekken, maar voor de zorg, de medewerkers in de zorg en de huidige en toekomstige patiënten noodzakelijk zijn.
Dr. mr. Antina de Jong, adviseur gezondheidsrecht en medische ethiek
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws