‘Het is een onschuldige cyste’, zegt de dokter geruststellend. En met die woorden ben ik niet alleen opgelucht, maar ook een VOMIT: een Victim of Modern Imaging Technology.
Een maand lang heb ik in het kankerprotocol angstig naar de CT-scan toegeleefd, omdat er toevallig bij een eerder onderzoek ‘iets’ gevonden was ‘dat we nader gaan onderzoeken’: een incidentaloma. Onrust die achteraf onnodig was.
Maar ook ‘onschuldige’ incidentaloma’s zijn niet echt onschuldig. Ze kunnen tot schade leiden in de vorm van extra onderzoeken, onnodige behandelingen, kosten, druk op de wachtlijst, en soms zelfs overlijden. En onnodige angst en onrust.
Moeten we dan maar ophouden om incidentaloma’s verder te onderzoeken? Nee, natuurlijk niet. Tegenover de VOMITS staan immers de BOMITS: de Beneficiaries of Modern Imaging Technology. Mensen die er wel baat bij hadden dat hun incidentaloma tijdig werd gevonden.
We moeten dus een afweging maken van de voor- en nadelen van verder onderzoek. Maar in die afweging staan de nadelen vanaf het begin met 1-0 achter. Zo is de kans dat een incidentaloma daadwerkelijk kwaadaardig is, heel precies in cijfers uit te drukken. Maar de zachte nadelen – angst, onrust, slapeloosheid, uitval op het werk – zijn subjectief en niet goed te kwantificeren. En wat je niet kunt meten telt doorgaans niet mee in de afweging. Bovendien overheerst achteraf vooral de opluchting dat de afwijking onschuldig was – de onrust die daaraan vooraf gaat is snel vergeten. En de angst om een diagnose te missen is zowel voor artsen als patiënten doorgaans groter dan de angst voor onnodig onderzoek. ‘Better safe than sorry’ is zowel voor artsen als patiënten een krachtige drijfveer. Bovendien zullen artsen voor niet-gevonden schadelijke afwijkingen waarschijnlijk eerder aansprakelijk worden gesteld dan voor achteraf onnodig gebleken onderzoek.
In verpleeghuizen is momenteel discussie over het al dan niet open laten van de deuren voor mensen met dementie. Ook die discussie gaat over ‘meetbare’ veiligheid en aansprakelijkheid versus ‘zachte’ waarden als vrijheid en geluk. En ook daar staan de zachte waarden met 1-0 achter. Want incidenten komen in de krant: een patiënt met dementie die het verpleeghuis uitloopt en verdrinkt is nieuws. Vervolgens is er vaak de druk om een ‘schuldige’ aan te wijzen. Dat leidt tot de incident-regel-reflex: een roep om nieuwe regels, in een poging om daadkrachtig over te komen en een volgend incident te voorkomen. Alle patiënten die de deur uitlopen en weer veilig terugkomen zijn geen nieuws. En ook mensen met dementie die achter de gesloten deur ongelukkig zijn halen de media niet.
Dapper is de zorgbestuurder die durft te zeggen dat we niet alle incidenten kunnen voorkomen – en dat ook niet moeten willen.
Discussies over veiligheid beperken zich niet tot de zorg, maar komen ook in andere delen van de samenleving voor. In mijn dorp kan een al jarenlang bestaand, door vrijwilligers gerund festival niet meer doorgaan. De oorzaak: strenge veiligheidseisen. Ook daar: meetbare veiligheid wint het van het niet te meten plezier dat mensen hebben aan het samen organiseren van een festival en het luisteren naar muziek.
Zo zijn we geneigd om meetbare veiligheid tot de hoogste waarde uit te roepen, vaak ten koste van niet-meetbare, zachte waarden als rust, plezier, geluk en vrijheid. En we zijn geneigd om datgene wat we als ‘onveilig’ beoordelen steeds verder op te rekken.
Naarmate de wereld veiliger wordt, wordt de onveiligheid die er nog is, steeds moeilijker verdragen en geaccepteerd.
Maar veiligheid heeft altijd een prijs. Die prijs kan angst of onrust zijn bij een patiënt met een incidentaloma, een ongelukkige patiënt met dementie achter een dichte deur, of een festival of dorpsfeest dat niet door kan gaan vanwege hoge veiligheidseisen.
Laten we bij het afwegen van die prijs niet alleen kijken naar datgene wat te meten is, maar ook oog hebben voor de zachte, moeilijk te tellen waarden die op het spel staan. Want niet alles wat telt kan worden geteld.
Gert van Dijk, ethicus bij de KNMG en het Erasmus MC.
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws