Het einde van het jaar nadert. Voor veel mensen het uitgelezen moment om eens terug te blikken op het afgelopen jaar. Ik doe daar graag aan mee, al rek ik de tijdspanne waarin we terugblikken graag nét wat op.
Wat mij namelijk regelmatig bezig houdt is het fenomeen “tijdgeest”, of “tijdperk”. Want wat kan zoiets als de tijdgeest toch, al terugkijkend, totaal absurd aanvoelen. Dat het bijvoorbeeld ooit doodnormaal was dat vrouwen niet mochten stemmen, of zonder toestemming van hun man of vader geen bankrekening mochten openen. Of dat er gerookt werd bij de huisarts, of in de klas. Ondenkbaar.
Dat is misschien wel het meest fascinerende én verraderlijke van een tijdperk: zolang je erin zit, voelt de tijdgeest als vanzelfsprekend. ‘Zo gaat het nou eenmaal’. Kritiek klinkt overdreven, betuttelend, of – als het toppunt van hemeltergende verwijten – “ongezellig”. Tegenstanders worden weggezet als zeurders, moraalridders, of cultuurvernietigers. Verandering voelt als aantasting van vrijheid, vernietiging van traditie.
En toch: tijden kunnen veranderen. Neem roken bij de huisarts als voorbeeld. Ooit was het doodnormaal dat artsen tijdens een consult een sigaret opstaken. Niemand keek er echt van op; het hoorde bij het leven, en de autoriteit van de arts was een gegeven. Totdat dat gevoel langzaam begon te schuiven. Ons idee over gezondheid en welzijn veranderde, en ineens begon het beeld te wringen met de realiteit. Een rokende arts voelde niet langer geruststellend, maar vreemd.
Niet veel later werd dat niet alleen vreemd gevonden, maar zelfs onacceptabel. Natuurlijk niet door iedereen – ik ben er zelf niet bij geweest, maar het woord ‘moraalridder’ of iets soortgelijks zal ongetwijfeld regelmatig zijn gevallen. Toch volgde verandering: roken in de spreekkamer verdween, net zoals in de klas, het restaurant, de trein en het vliegtuig.
Nu schudden we massaal ons hoofd en vragen ons af: hoe hebben we dit ooit normaal gevonden? Dat is het teken van een veranderende tijdgeest: eerst schuift het gevoel, daarna de regels. Wat ooit vanzelfsprekend was, wordt ongemakkelijk. Wat ongemakkelijk is, wordt uiteindelijk ondenkbaar.
Dat biedt hoop voor iedereen die, net zoals ik, niet kan wáchten totdat het idiote geknal rondom de jaarwisseling eindelijk stopt. In 2025 ging de Eerste Kamer namelijk akkoord met het verbod op vuurwerk voor consumenten. En natuurlijk is de samenleving verdeeld. Hoewel argumenten vóór een verbod wat mij betreft voor zich spreken (zoals: geamputeerde ledematen, brandwonden, oogletsel, gewonde omstanders, druk op SEH’s1, hulpverleners die in groten getale worden opgeroepen om te redden wat er te redden valt, miljoenen aan schade, grove luchtverontreiniging) blijft het beeld dat dit “gezellige knallen” er nou eenmaal bij hoort hardnekkig aanwezig en wordt kritiek weggezet als betuttelend.
Ik hoop ontzettend dat deze jaarwisseling de laatste zal zijn van deze absurde traditie. Maar aan iedereen die meer moeite heeft met het naderende einde van dit gezellig-knallende tijdperk wil ik zeggen: hou vol. Verandering van de tijdgeest voelt vast altijd ongemakkelijk zolang de verandering nog plaatsvindt. Pas wanneer een tijdperk achter ons ligt, wordt de nieuwe tijdgeest vanzelfsprekend. Pas dan noemen we het ‘vooruitgang’, en niet ‘betutteling’. Dat iets niet alleen verboden, maar ook moreel ondenkbaar wordt.
Over een paar decennia zullen we terugkijken en ons afvragen hoe dit ooit normaal was. Net zoals hoe we nu kijken naar rokende huisartsen of vrouwen zonder stemrecht: met verbazing, gepaste schaamte, en de geruststelling dat we als mensheid al zuchtend en steunend soms toch iets leren.
Voor nu wens ik iedereen fijne feestdagen en een gezond nieuw tijdperk.
Lotte Schuitmaker, beleidsadviseur ethiek KNMG
1 Zie: Ongevallen met vuurwerk Jaarwisseling 2024-2025 Rapport 1029, 06-01-2025. Veiligheid NL
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws