Passende zorg staat volop op de agenda. De zorgvraag groeit sterk, maar de mensen en middelen zijn beperkt. Veel rapporten hebben al aangegeven dat scherpe keuzes nodig zijn. Maar dat doet pijn. Wie durft die keuzes te maken?
In de beleidsbrief van VWS staat stevig: passende zorg is de norm en niet-passende zorg wordt niet meer vergoed. Er gaat samenhangende wet- en regelgeving komen. Dat klinkt bestuurlijk daadkrachtig. Gaat de overheid die keuzes dan toch maken? Nee, het kabinet wil dat beroepsbeoefenaren duidelijk maken wat wel en wat geen passende zorg is, en dat verzekeraars daar vervolgens op inkopen. Daar zit zeker een kans in, maar ook een belangrijk risico.
De kans is dat de beroepsgroep verstand heeft van de zorginhoud, en zich ook in de artseneed en gedragscode committeert aan de verantwoordelijkheid voor de samenleving en het bevorderen van beschikbaarheid en toegankelijkheid van de zorg.
Het risico is dat de beroepsgroep voor het karretje van de politiek wordt gespannen. Zorgverleners en zorgverzekeraars zijn niet democratisch gelegitimeerd om verdelingsvragen te beantwoorden. Daar hebben we in ons land politici voor gekozen, aan wie die verantwoordelijkheid is opgedragen en toevertrouwd.
Zonder helder antwoord op de vraag wat passende zorg is en wat niet, is wettelijke verankering zinloos, evenals sturing daarop via de zorginkoop. Patiënt, zorgverlener, zorgverzekeraar en politiek hebben heel eigen perspectieven op de vraag wat passend is (het ‘beste’, het beschikbare, het goedkoopste, etc.). Zelfs als we het eens worden over wat effectief en doelmatig is, dan nog kunnen we niet altijd iedereen helpen.
Passende zorg is vooral een verdelingsvraagstuk met een achterliggend waardendebat. Wat willen we eigenlijk kopen met al die zorgmiljarden? Daar ligt een oneindig verlangen achter: langer leven, kwaliteit van leven, de NZa heeft het zelfs over ‘betekenisvol leven’. Allemaal mooi, maar durven we ook te zeggen waar de zorg níét voor is?
Wie of wat gaat voor in die oneindigheid van zorgvragen? Het voelt zwaar ongemakkelijk de ene patiënt te prioriteren boven een andere. Dat is een verantwoordelijkheid waar we zorgverleners niet alleen mee moeten opzadelen. De beroepsgroep kán dit ook niet alleen bepalen. Wat passend kan zijn in de ene discipline, kan ten koste gaan van zorg voor patiënten in andere disciplines. Gaat dan wie het hardst roept voor of wat het best betaald? Is de zorg er alleen nog voor wie een hoger eigen risico kan ophoesten? Gaan patiënten met een cruciaal beroep voor? Wat nodig is, zijn heldere, gedragen en uitvoerbare criteria die een rechtvaardige prioritering geven.
Begrenzen en prioriteren van zorg is ingewikkeld en ongemakkelijk. Maar het wordt tijd het beest gezamenlijk in de bek te kijken. Politici, samenleving en zorgverleners moeten in dialoog gaan over gedeelde waarden voor de zorg die wérkelijk richting geven.
Samen kunnen we dan helder maken waar de zorg wel en niet voor is, en hoe we tegen die achtergrond de zorg rechtvaardig verdelen. Met een dappere politiek die ook zelf verantwoordelijkheid neemt. Dan worden kwetsbare patiënten niet de dupe en staat de zorgverlener er niet alleen voor.
Jan Reitsma, senior beleidsadviseur bij de KNMG.
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws