Allereerst wens ik jou en je naasten een gezond en betekenisvol 2026. Soms zijn de feestdagen een van die zeldzame momenten van rust, een moment om op adem te komen en stil te staan bij wat er écht toe doet, op het werk en daarbuiten.
Die rust is helaas vaak van korte duur. De druk op de zorg blijft hoog. Wachttijden blijven lang, personeelstekorten houden aan, verwachtingen veranderen niet. We buigen mee, want dat kunnen we. Maar ergens onderweg zijn we vergeten dat flexibel zijn niet hetzelfde is als sterk zijn, en dat sterk zijn niet betekent dat je jezelf moet uitputten.
We zijn gaan denken dat voortdurend aanpassen erbij hoort. Dat het de norm is. Maar ondertussen raken we kwijt wat voor óns werkt. Tijd dus om dat beeld los te laten. Aanpassen is geen doel op zich, maar een middel. Het werkt alleen als het aansluit bij de werkelijkheid. En juist die is ingrijpend veranderd. We leven niet in een tijd die langzaam evolueert, maar in een tijd van fundamentele verandering. Dat vraagt om iets anders: niet automatisch meebewegen, maar bewust koers bepalen. Soms betekent dat doorgaan. Soms is stoppen of benoemen dat iets niet langer werkt de eerste stap naar verbetering. Dat vraagt moed, en die moed zie ik vaak bij jonge artsen.
Zij stellen de vragen die wij zijn gaan vermijden. Waarom accepteren we werkweken van 60 uur als normaal? Waar ligt de grens tussen toewijding en uitputting? Het zijn vragen die raken aan de kern van goed en duurzaam dokterschap. Onze jongere collega’s kiezen ervoor om arts te zijn én mens, ze stellen grenzen, bewaken hun energie en maken bewust ruimte voor hun rol als partner, ouder, vriend of mantelzorger. Niet omdat ze minder toegewijd zijn, maar omdat ze begrijpen dat goede zorg begint bij goed voor jezelf zorgen.
Ze bevragen ook onze automatische zorgreflex. Moet elke hulpvraag medisch worden beantwoord? Of zijn er betere alternatieven buiten de zorg? De nieuwe generatie legt de vinger op ingesleten patronen en stelt vaste zekerheden ter discussie. Daarmee brengen ze beweging in een systeem dat dringend aan vernieuwing toe is. Die beweging vraagt om richting, om keuzes die passen bij wat écht nodig is, ook als dat schuurt met gewoontes waar we aan gehecht zijn.
Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Want ondanks alle inzichten en goede intenties, blijven we in de praktijk vaak stilstaan. Verandering roept weerstand op, omdat elke stap een kettingreactie teweegbrengt. We blijven hangen in het vertrouwde “ja, maar...”. We zien sneller belemmeringen dan kansen. En wie alleen denkt in problemen, komt zelden verder.
Wat wél werkt? Klein beginnen en denken in mogelijkheden. Kijk naar de groene initiatieven in de zorg: afvalscheiding, herbruikbare materialen, de Groene OK. Wat ooit radicaal leek, is nu vanzelfsprekend, omdat mensen ergens in geloofden en gewoon begonnen. Of neem het consult op afstand: jarenlang een wens, traag in ontwikkeling. Tot COVID kwam. Binnen weken was het geregeld. Verandering lukt als het móét. Maar waarom zo lang wachten?
Laten we van 2026 het jaar maken waarin we niet alleen meebewegen, maar ook koers bepalen. Niet harder werken, maar bewuster. Doen wat ertoe doet. Vanuit de vraag: Wat houdt ons tegen? En wat gebeurt er als we het gewoon anders doen?
Aan de nieuwe generatie artsen wil ik meegeven: blijf vragen stellen. Blijf denken in mogelijkheden. Laat je niet beperken door paden die ooit logisch leken, maar nu in de weg staan. Jullie perspectief houdt ons scherp, jullie maken ruimte. Niet alleen voor jezelf en voor collega’s, maar ook voor de patiënt. Voor zorg die menselijker, doelgerichter en duurzamer is.
Mijn wens voor het nieuwe jaar is simpel: blijf in beweging. Want juist in die beweging ontstaat ruimte om samen koers te bepalen, de zorg te verbeteren en haar toekomstbestendig te maken.
Jurriaan Penders, voorzitter artsenfederatie KNMG
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws