Om mijn hoofd leeg te maken, loop ik regelmatig aan het einde van de werkdag vanuit mijn huis in 10 minuten naar de Muggenbult, aan de rand van het Naardermeer. Het is er prachtig, je staat midden in de natuur, met unieke vogelsoorten zoals de purperreiger, een bijzonder rietlandschap en zelfs otters. En dan te bedenken dat het er bijna niet meer was geweest.
Want ruim een eeuw geleden, in 1904, stelde het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam voor om het Naardermeer te kopen. De hoofdstad kampte met een afvalprobleem en wilde de plek gaan gebruiken als vuilstortplaats. Onderwijzer en bioloog Jac. P. Thijsse zag dat niet zitten. Hij vond het een landschap dat te mooi was om zomaar te laten verdwijnen. Om het Naardermeer te behouden, richtte hij en anderen in 1905 de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten op. Ze zamelden donaties in en kochten het gebied aan voor 12.000 gulden.
Thijsse investeerde in een plek die hij de moeite waard vond. Het Naardermeer groeide uit tot een uniek rietlandschap. We weten nu dat zulke plekken mensen gezonder, rustiger en gelukkiger maken. Wie regelmatig in de natuur komt, weet dat uit eigen ervaring.
Ook in de zorg moeten we zuinig zijn op de goede dingen die we hebben. Een mooi voorbeeld vind ik wat we de afgelopen jaren de zorgzame gemeenschap zijn gaan noemen: de buurtinitiatieven, de dorpsondersteuners, de wijknetwerken waar mensen naar elkaar omkijken.
Inmiddels zijn er vele honderden van zulke zorgzame gemeenschappen in Nederland. Ze voorkomen eenzaamheid, zorgen dat ouderen langer thuis kunnen blijven wonen en ontlasten de vaak overbelaste mantelzorgers.
Net als in de natuur is geen gemeenschap hetzelfde, maar maatwerk, nauw aansluitend op het ecosysteem waarin ze zijn ontstaan. Uit onderzoek blijkt dat het investeren in zorgzame gemeenschappen niet alleen maatschappelijke winst oplevert, maar voor zorgverzekeraars en gemeenten ook financieel rendabel is, in de vorm van lagere kosten voor de WlZ en de WMO1.
Als artsen zijn we opgeleid om te genezen. Maar gezondheid voorop: liever zie ik dat mensen helemaal niet ziek worden. Als het helpt dat een buurtgenoot op je let of dat een oudere niet vereenzaamt omdat iemand even langskomt, dan moeten we daarin samen investeren.
Zorgzame gemeenschappen doen precies dat: ze houden mensen weg uit de spreekkamer door naar elkaar om te zien, door een praatje te maken met die buurvrouw die al een week niet buiten is geweest. Zo eenvoudig kan het zijn, en het voorkomt dat eenzaamheid uitgroeit tot een depressie, dat een valpartij onopgemerkt blijft, dat iemand met een sociale vraag bij de huisarts belandt.
De politiek probeert dit soort zorg op verschillende manieren te ondersteunen. Logisch: investeren in het sociaal domein beperkt zorgkosten. Maar de baten van die investering slaan vaak neer bij een andere partij dan degene die betaalt. De gemeente financiert de dorpsondersteuner, de zorgverzekeraar profiteert van minder zorgvraag. Het ministerie van VWS kijkt naar zorgkosten, maar gezondheid wordt voor een groot deel bepaald buiten de zorg: in scholen, bij buurtinitiatieven, sportverenigingen en wijkcentra. Maar dit zijn domeinen van andere ministeries, in andere begrotingen, met andere verantwoordelijkheden. Iedereen handelt rationeel binnen zijn eigen domein, dit maakt dat niemand verantwoordelijkheid neemt voor het geheel.
Als artsen leren we holistisch te kijken: naar de patiënt als geheel, niet naar de klacht alleen. Dat doen we in ons maatschappelijk systeem nog te weinig. De prijs daarvan is zichtbaar: vele waardevolle lokale initiatieven dreigen nu te verdwijnen. De zogeheten ouderenenvelop - 470 miljoen euro bedoeld voor woonvormen en initiatieven die ouderen langer zelfstandig laten wonen - valt weg2.
De arts die een heupfractuur behandelt, wordt gezien. De buurtgenoot die de val daarvoor voorkwam, niet. Maar een gemeenschap die mensen langer gezond houdt is minstens zo waardevol als de zorg die bijspringt als het misgaat, alleen een stuk moeilijker te zien.
Het Naardermeer werd gered omdat genoeg mensen besloten dat het de moeite waard was om te behouden. Ga net als ik eens een keer wandelen in die schitterende omgeving. De natuur stemt tot nadenken over wat er bijna verloren ging, en hoe belangrijk het is om te zorgen voor wat het waard is te behouden.
Jurriaan Penders, voorzitter artsenfederatie KNMG
1. Ondersteuning zorgzame gemeenschappen loont financieel
2. ANBO-PCOB neemt initiatief tot kamerbrief zorgzame gemeenschappen | ANBO-PCOB
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws