tekst Naomi van Esschoten
Een op de vijf Nederlanders is laaggeletterd. Zij hebben vaker moeite om gezondheidsinformatie te begrijpen en hun weg te vinden in de zorg. Dat kan bijdragen aan sociaaleconomische gezondheidsverschillen. Kunnen artsen daar iets aan doen? "We vragen wel naar seks, maar niet of iemand goed kan lezen en schrijven."
Twaalf suikerklontjes. De diëtiste had bij verschillende levensmiddelen het aantal suikerklontjes neergelegd dat ze bevatten. Bij gevulde koeken lagen er twaalf. "De huisarts kreeg mijn glucosewaarde maar niet omlaag. Ik keek naar die gevulde koeken en dacht: daarvan eet ik er elke middag drie", vertelt Rob Weijers. Een paar maanden later waren zijn suikerwaarden zover gedaald dat hij mocht stoppen met de metformine. "Maar toen ik thuiskwam, wist ik niet welke verpakking ik voortaan kon laten liggen: net als mijn hartmedicatie was het doosje van de suikermedicatie blauw met wit. Per ongeluk stopte ik met de verkeerde en belandde ik op de eerste hulp."
Ruim 45 jaar lang kon Weijers niet lezen of schrijven. "Als kind werd ik op school vaak uitgelachen. Als dat gebeurde, ging ik tijdenlang niet. Liever was ik in het bos, bij de dieren. Nog steeds herken ik alle vogels aan hun geluid. Maar lezen en schrijven heb ik niet geleerd." Toch wist hij zich staande te houden in verschillende banen, waaronder als meubelmaker, in de bestrating en als uitvoerder. Vaak was kunnen lezen daarvoor een vereiste. "Ik was heel vindingrijk om het verborgen te houden. Wel lag ik 's nachts wakker van de angst dat iemand erachter zou komen."
De chronische stress en het slaaptekort worden hem bijna fataal. "Op mijn 40e kreeg ik hartproblemen waardoor ik met spoed naar het ziekenhuis moest. Maar ik wilde zo snel mogelijk weer weg: mijn vrouw kon niet zelfstandig de trap op. Ik tilde haar 's avonds naar boven om naar bed te komen. We hadden geen hulpmiddelen via de Wmo. Die had ik nooit durven aanvragen, bang dat ik dan op een kantoor formulieren moest invullen. Net als dat ik geen uitkering aanvroeg als ik zonder werk zat. De schaamte en angst dat ik uitgelachen zou worden zoals in mijn kindertijd, waren enorm."
Het duurt dan nog een paar jaar voordat Weijers uiteindelijk zijn huisarts in vertrouwen neemt. "Hij kon me haast niet geloven. Maar hij schrok toen alle spanning van jaren eruit kwam en beloofde me te helpen. Zo kwam op mijn 45e alsnog mijn droom uit om het alfabet te leren lezen." Na tien jaar onderwijs kan Weijers nu aardig lezen en schrijven, maar digitaal vaardig is hij niet en ook medisch gaat het nog weleens mis. "De envelop voor het bevolkingsonderzoek darmkanker belandde bij het oud papier. Die leek op reclame voor de Postcodeloterij. En de apotheek plakt inmiddels stickers op mijn medicatie: een hartje voor hartmedicatie en een koelkast als het koel bewaard moet blijven."
Rob Weijers is niet de enige: in Nederland hebben 3 miljoen mensen van 16 tot en met 75 jaar moeite met lezen en schrijven. "We denken dan vaak aan migranten, maar het gaat ook om ouderen én jongeren", zegt oud-huisarts Maria van den Muijsenbergh, en emeritus bijzonder hoogleraar Gezondheidsverschillen. "Tegelijkertijd wordt onze maatschappij in hoog tempo geletterder en digitaler. Rob schetste al hoe het hem raakte in werk, sociale voorzieningen en gezondheid. Niet verwonderlijk is dat laaggeletterde mensen eerder en vaker gezondheidsproblemen hebben. Uit cijfers van het CBS blijkt dat zij gemiddeld 23,1 jaar korter in goede gezondheid leven."
Die gezondheidsverschillen zijn geen gevolg van individuele keuzes. "Laaggeletterdheid leidt tot angst, schaamte en continue uitdagingen. Met chronische stress als gevolg. Dat geeft een hogere kans op ziekten zoals diabetes, hart- en vaatziekten en depressie", schetst Van den Muijsenbergh. "Tegelijkertijd kent de toegang tot de zorg veel drempels: inloggen op een portaal om een afspraak te maken, de route vinden in het ziekenhuis, vragenlijsten invullen of het moeten lezen van een folder, bijsluiter of etiket. Laaggeletterden belanden ook vaker in het ziekenhuis door fouten met medicatie innemen. Bijvoorbeeld omdat de verpakking van de pillen steeds verandert of omdat ze de instructie 'tweemaal daags twee keer' niet snappen. Is dat nou twee keer per dag of eens in de twee dagen?"
Toch kunnen artsen veel doen, betoogt van den Muijsenbergh. In de eerste plaats laaggeletterdheid bespreekbaar maken. "We vragen wel naar seks, maar niet of iemand kan lezen en schrijven. Herken signalen zoals vaak afspraken missen, geen vragen stellen of geen vragenlijsten invullen. Ook als medicatie niet aanslaat zonder reden kan dat wijzen op een probleem met taal." Ernaar gevraagd worden vinden patiënten vaak een opluchting. "Zeg bijvoorbeeld: Veel patiënten hebben moeite met lezen, hoe is dat voor u? Leg het, met toestemming van de patiënt, vast in het HIS met ICPC-code Z07 of in het EPD."
Een laatste aandachtspunt is de communicatie. "Gebruik eenvoudige taal", tipt Maria van den Muijsenbergh. "Als een jurist jou iets uitlegt, vind je het fijn als hij dat niet doet met allerlei juridisch jargon. En gebruik de terugvraagmethode als je een instructie geeft: vraag of iemand in eigen woorden kan herhalen wat je hebt uitgelegd. Dat geldt overigens voor elke patiënt: uiteindelijk vindt iedereen het prettig om de spreekkamer uit te lopen in de wetenschap het goed begrepen te hebben."
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws