De uitvoering van euthanasie verloopt vrijwel altijd probleemloos. Maar soms gebeurt het dat een patiënt niet meteen in een adequate bewustzijnsverlaging raakt of niet overlijdt. In dat geval moet de gehele procedure opnieuw worden uitgevoerd.
In de KNMG/KNMP-Richtlijn Uitvoering euthanasie en hulp bij zelfdoding (Richtlijn) is ter verduidelijking een nieuwe passage hierover opgenomen: Paragraaf 3.6 Werkwijze als er geen adequate bewustzijnsverlaging optreedt of patiënt niet overlijdt.
Het blijkt dat artsen niet altijd weten, wat ze moeten doen als de uitvoering van euthanasie niet verloopt zoals beoogd. In de Richtlijn is daarom een aparte paragraaf opgenomen over de uitzonderlijke situatie dat een patiënt niet in een adequate bewustzijnsverlaging raakt of niet overlijdt. Deze verduidelijking is vanaf 1 januari 2026 in de Richtlijn opgenomen.
In de uitzonderlijke gevallen waarin een patiënt na toediening van de coma-inductor niet in een adequate bewustzijnsverlaging raakt, of waarin de patiënt na toediening van het spierrelaxans niet overlijdt, moet de gehele procedure vanaf het begin worden herhaald.
In beide gevallen betekent dit:
De noodset bevat alle benodigdheden hiervoor, inclusief naalden. Neem dus altijd een noodset mee.
Download de aangepaste richtlijn:
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws