De druk op artsen neemt al jaren toe. Personeelstekorten, regeldruk, maatschappelijke verwachtingen en een ‘altijd-aan’-cultuur zorgen voor volle agenda’s en weinig hersteltijd. In dat klimaat lijkt werkplezier soms een luxe. Maar juist dan is het essentieel, zeggen KNMG-voorzitter en bedrijfsarts Jurriaan Penders en bijzonder hoogleraar duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt Annet de Lange.
“Als we naar cijfers kijken zien we dat werkdruk systematisch stijgt in zorg en welzijn,” zegt bijzonder hoogleraar duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt Annet de Lange. “Het werkvermogen van artsen komt onder druk te staan. Dat gaat ten koste van werkplezier.”
Penders ziet dezelfde ontwikkeling in zijn werk als bedrijfsarts. “We zien veel professionals die een hoge werkdruk ervaren. Verzuim en verloop zijn toegenomen. Dat hangt samen met minder werkplezier.”
Werkplezier is geen gezellig extraatje, maar een beschermende factor. Tegen stress, uitval en de sluipende normalisering van overbelasting. “Een bepaalde werkdruk is activerend en nodig voor ontwikkeling,” zegt De Lange. “Maar structureel overwerken is belastend voor de gezondheid.”
Werkdruk gaat daarbij niet alleen over veel werk, benadrukt De Lange. Het gaat om een disbalans tussen belasting en herstel. Wanneer spanningsklachten te lang aanhouden en er te weinig energiebronnen zijn, groeit het risico op stress, burn-out en uitval. Werkplezier werkt dan als buffer. Artsen met werkplezier houden het langer vol, herstellen sneller en blijven meer betrokken bij hun vak.
“Werkplezier hangt samen met positieve uitkomsten voor de professional, de organisatie en de omgeving,” zegt De Lange. “Het is de basis van goede zorg.” Penders ziet dat terug in de praktijk. “Je ziet dat zorg beter wordt geleverd door mensen die met plezier hun werk doen. Dat werkt als een vliegwiel. Minder uitval betekent stabielere teams, betere continuïteit van zorg en minder druk op collega’s.”
Werkplezier wordt vaak verward met gezelligheid of een goede sfeer. Maar het begrip is breder. “Werkplezier is meer dan fluitend naar je werk gaan,” zegt De Lange. “Het gaat om energie, bevlogenheid, zingeving en trots. En ook om of de werkomgeving aansluit bij je belastbaarheid.”
Autonomie speelt een rol: ruimte om mee te denken over je werk. Net als verbondenheid: een team waarin je je veilig voelt. En ontwikkelmogelijkheden: blijven leren en groeien.
Werkplezier is persoonlijk en verschilt vaak per levensfase. Startende artsen hebben andere behoeften dan artsen met jonge kinderen of mantelzorgtaken. Oudere artsen moeten soms rekening houden met fysieke belasting. “Werkplezierinterventies moeten daarom maatwerk zijn,” zegt De Lange.
Artsen herkennen oplopende werkdruk bij zichzelf en bij hun collega’s vaak te laat. Signalen zijn er wel: vermoeidheid, prikkelbaarheid, slechter slapen, het gevoel achter de feiten aan te lopen, minder zingeving. Werk dat ooit energie gaf, voelt ineens zwaar. Toch praten artsen er weinig over. “In de beroepsgroep zit nog een traditionele gedachte: we doen het voor de patiënt. Dus hard werken en niet klagen,” zegt Penders. “Maar we moeten de drempel over om hierover te praten.”
Volgens hem weet iedere arts hoe belangrijk emotionele zorg is voor patiënten, maar passen ze dat minder toe op zichzelf. “We moeten elkaar vragen hoe het gaat.” Psychologische veiligheid in teams is daarbij essentieel. Alleen dan worden signalen gedeeld voordat mensen uitvallen.
Volgens De Lange werken interventies rond werkplezier alleen als ze aansluiten bij de praktijk van artsen zelf. “Werkplezierinterventies zonder zicht op het systeem zijn niet verstandig,” zegt zij. “Je moet eerst goed kijken naar de werkomgeving en of die veilig is, voordat je oplossingen invoert. Daarnaast moeten interventies maatwerk zijn, omdat behoeften verschillen per persoon en levensfase.” De Lange benadrukt dat zorgverleners zelf moeten meedenken over oplossingen: zij weten het beste wat werkt in hun werk. Pas wanneer interventies passen bij de dagelijkse praktijk en samen met professionals worden ontwikkeld, kunnen ze bijdragen aan meer werkplezier.
Werkplezier vergroten hoeft niet altijd groots. Vaak zit de winst in kleine aanpassingen. De Lange noemt job crafting: sleutelen aan je werk. “Het gaat om kleine dingen aanpassen. Vaker samenwerken met collega’s die energie geven, of meer aandacht geven aan wat je interessant vindt. Een simpele oefening helpt: schrijf drie energiegevers en drie energievreters op. Kijk wat je kunt veranderen.” Penders vult aan: “Kijk wat je het leukste en belangrijkste vindt in je werk en hoe je daar iets meer ruimte voor kunt maken. Hou het klein, dan lukt het vaker.”
Ook herstelmomenten zijn cruciaal. “We weten allemaal dat het niet handig is om ’s avonds nog uren achter je laptop te zitten,” zegt Penders. Toch gebeurt het dagelijks. Terwijl je behoefte hebt aan ontspanning, schrap je je uurtje sporten en werk je nog een uurtje langer door. Werkplezier vraagt dus ook om discipline: pauzes nemen, grenzen stellen, hulp vragen, elkaar aanspreken.
Werkplezier zit ook in betekenis kunnen geven. Penders vertelt een parabel uit 1700 over drie steenhouwers die werken aan de St Paul’s Cathedral in Londen. De een hakt stenen voor inkomen, de ander levert vakwerk, de derde bouwt een kathedraal. “Het verschil zit dus in hoe je naar je werk kijkt.”
Voor artsen is betekenis vaak duidelijk: mensen helpen, gezondheid verbeteren. Maar in een systeem vol protocollen en administratie kan dat uit het zicht verdwijnen. Wanneer artsen weer zien wat hun werk betekent voor patiënten en families, groeit energie vanzelf. “Het gaat om de balans tussen administratie en directe zorg,” zegt Penders. “De noodzaak om zaken vast te leggen staat echt niet ter discussie, het gaat meer over de verdeling in de aandacht voor beide.”
Werkplezier is geen individuele opdracht. Het vraagt om keuzes in roosters, administratie, personeelsbeleid en organisatiecultuur. Penders ziet dat bestuurders vaak willen verbeteren, maar vastlopen in drukte. “Iedere verandering vraagt eerst extra capaciteit naast de zorg die doorgaat.” Toch is niets doen geen optie. Werkplezier is geen bijzaak. Het is een randvoorwaarde voor goede, houdbare zorg. Voor artsen, voor patiënten en voor het systeem. Of zoals Penders het samenvat: “Professionals met plezier leveren betere zorg.”
Dat vraagt moed van artsen om signalen serieus te nemen en grenzen te bespreken. Van teams om een veilige cultuur te creëren. Van organisaties om herstel mogelijk te maken. En van beleid om structurele werkdruk aan te pakken. Maar het is een investering die zichzelf terugverdient. In betere zorg, gezondere artsen en een houdbaar zorgsysteem. Uiteindelijk begint goede zorg bij de mens achter de dokter.
Ben je arts en wil je reageren op dit artikel, stuur dan een mail naar communicatie@fed.knmg.nl
Lees meer nieuws