Kindermishandeling

Artsen hebben een zorgplicht voor kinderen die schade door kindermishandeling kunnen oplopen. Maar de afweging of en hoe u actie onderneemt, is vaak niet eenvoudig. U ziet signalen, maar zou het echt zo ernstig zijn? En rechtvaardigt dit ingrijpen van buitenaf? De KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vormt de professionele norm voor artsen en helpt u, samen met het online stappenplan kindermishandeling, bij het maken van de afweging wanneer, bij wie en hoe u aan de bel trekt. De meldcode helpt u ook om af te wegen wanneer een melding bij Veilig Thuis is aangewezen.
Instellingen en professionals in onder andere de gezondheidszorg zijn wettelijk verplicht een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren. De KNMG-meldcode is naar aanleiding van deze wetgeving in 2014 geactualiseerd en aangevuld met de kindcheck.

Competentieprofiel

De KNMG wil de kennis vergroten van (aankomende) artsen om adequaat te handelen bij een vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het competentieprofiel Kindermishandeling en huiselijk geweld (vastgesteld in april 2014) geeft wetenschappelijke verenigingen, opleiders en aios handvatten om de competenties, passend bij hun specifieke vak, aan te leren.

E-learning

Een e-learningmodule van de KNMG en Medisch Contact over de KNMG-meldcode Kindermishandeling behandelt in een uur de inhoud van de meldcode aan de hand van gefilmde casuïstiek. De vervolgcursus Huiselijk geweld tegen volwassenen (KNMG, the Next Page, LHV en VHN) besteedt ook aandacht aan de kindcheck. Beiden zijn geaccrediteerd voor medisch specialisten, huisartsen en sociaal geneeskundigen.

KNMG nieuws

KNMG standpunten | richtlijnen | informatie

KNMG columns

Praktijkdilemma's KNMG Artseninfolijn

  • Wie heeft het gezag bij ondertoezichtstelling?

    Casus

    Als kinder- en jeugdpsychiater onderzocht ik een kind van 9 jaar dat met moeder op mijn spreekuur kwam. De ouders van het kind zijn gescheiden en hebben beiden het ouderlijk gezag. De kinderrechter heeft het kind onder toezicht gesteld en inmiddels is er een jeugdbeschermer toegewezen. Heeft deze jeugdbeschermer nu ook gezag en toegang tot het medisch dossier van het kind?

    Advies

    De kinderrechter kan besluiten tot een ondertoezichtstelling (OTS) indien de ontwikkeling van een kind door problemen in een gezin in gevaar kan komen. Vervolgens wordt er, in het kader van een OTS, een jeugdbeschermer aangewezen. Deze jeugdbeschermer is, anders dan de ouder(s) of voogd van een kind, niet met gezag belast. Dat betekent dat een jeugdbeschermer geen recht op toegang heeft tot het dossier van het kind.

    Toelichting

    Na een OTS wijst een gecertificeerde instelling een jeugdbeschermer aan om steun te bieden aan een gezin. De jeugdbeschermer is de nieuwe benaming voor de gezinsvoogd. Net als de gezinsvoogd heeft de jeugdbeschermer geen gezag over een kind waarop hij toeziet. Per 1 januari 2015 geldt evenwel de Jeugdwet. Op basis daarvan heeft de jeugdbeschermer wel een eigenstandig recht op informatie, ook ten opzichte van behandelaars. Het gevolg is dat artsen, en elke andere derde met een beroepsgeheim, desgevraagd en zonder toestemming van het kind en zijn gezagdragende ouders een jeugdbeschermer informatie moeten verstrekken (spreekplicht). Dit geldt alleen als de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS. Dit is het geval als de informatie bijdraagt aan het voorkomen van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind. Daarnaast maakt de Jeugdwet het u als arts juridisch mogelijk dat u uit eigen beweging de jeugdbeschermer informeert. Ook hierbij geldt dat de informatieverstrekking alleen is toegestaan indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Informatieverstrekking is wel iets anders dan toegang verschaffen tot het dossier van een kind. Dat is ook volgens de Jeugdwet niet toegestaan in geval van een verzoek van een jeugdbeschermer.

  • Dubbele toestemming gescheiden ouders

    Casus

    Een negenjarige jongen heeft ADHD. Zijn ouders zijn gescheiden en dragen beiden het gezag. Hij woont bij de moeder. De psychiater heeft Ritalin voorgeschreven. Moeder meldt zich bij de huisarts. Haar ex-man heeft tegen haar zin de behandeling bij de psychiater stopgezet en haar zoon krijgt nu geen Ritalin meer. Kan de huisarts een recept uitschrijven?

    Artsen hebben ‘behandelruimte’ als een vertegenwoordiger duidelijk niet het belang van de patiënt dient. Conflicten tussen ouders mogen behandeling niet in de weg staan. Het belang van het kind staat voorop.

    Antwoord

    Tot een kind zestien jaar is, beslissen zijn wettelijk vertegenwoordigers beiden over een medische behandeling. Vanaf twaalf jaar doen zij dit samen met het kind. Na echtscheiding houden in de regel beide ouders het gezamenlijk gezag, zijn zij beiden wettelijk vertegenwoordiger en beslissen beiden over de behandeling. Alleen als het gezag aan één ouder is toegewezen, is dit anders.

    Vaak begeleidt één ouder het kind bij een artsenbezoek. Bij een noodzakelijke, niet-ingrijpende of gebruikelijke behandeling mag de arts dan de toestemming van de andere ouder veronderstellen, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. In alle andere gevallen moet de arts expliciet vragen naar de toestemming van de andere ouder.

    Weigert deze vervolgens behandeling, dan biedt de WGBO de arts ruimte om het kind op grond van goed hulpverlenerschap tóch te behandelen. Bij kinderen van twaalf tot zestien jaar is dat mogelijk als het kind de behandeling zelf weloverwogen blijft wensen en als de behandeling ‘kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen’. Bij een jonger kind is diens mening formeel niet van belang, maar kan deze wel meewegen bij het antwoord op de vraag of de arts in strijd met goed hulpverlenerschap zou handelen als hij meegaat in de weigering van de vertegenwoordiger.

    Artsen hebben dus ‘behandelruimte’ als een vertegenwoordiger duidelijk niet het belang van de patiënt dient en bijvoorbeeld zijn mening teveel laat meewegen. Conflicten tussen ouders mogen een noodzakelijke behandeling niet in de weg staan. Het belang van het kind staat voorop. 

    Als ouders met gezamenlijk gezag het niet eens worden, kunnen zij de kinderrechter vragen om een beslissing. En de arts kan zelf via de Raad voor de Kinderbescherming vervangende toestemming van de kinderrechter regelen. Dit kan bij twijfel, bij een zeer ingrijpende of ongebruikelijke behandeling maar zal vooral aan de orde zijn als de weigerende ouder het kind feitelijk aan behandeling dreigt te onttrekken.

    De huisarts in deze casus moet zo mogelijk nagaan wat het kind zelf van de Ritalin vindt en waarom de vader toestemming weigert. Ook moet hij bepalen of Ritalin noodzakelijk is. Daarover kan hij het beste een andere arts consulteren, bijvoorbeeld een kinderpsychia­ter. Vindt deze Ritalin niet noodzakelijk, dan kan de huisarts geen recept uitschrijven en kan hij de moeder het beste naar de kinderrechter verwijzen. Weigert vader om oneigenlijke redenen toestemming én is behandeling met Ritalin noodzakelijk in het belang van het kind, dan kan de arts het recept uitschrijven, na vader daarover vooraf te hebben geïnformeerd.

    Wegwijzer

    Mede naar aanleiding van recente uitspraken van het Centraal Tuchtcollege, ontwikkelde de KNMG een Wegwijzer dubbele toestemming minderjarige

  • Kindermishandeling

    Casus

    Huisarts heeft een gescheiden moeder in de praktijk met 7-jarige dochter. Moeder is bekend met alcoholproblematiek en is al enige tijd onder behandeling bij de RIAGG. De school van het meisje heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis. Nu krijgt de huisarts een telefonisch verzoek van Veilig Thuis om informatie over moeder en dochter te verstrekken. Huisarts vraagt zich af of zij hierop in mag gaan.

    Advies

    In artikel 6 ‘Informatie op verzoek van Veilig Thuis’ van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld wordt een duidelijk antwoord met toelichting op deze vraag gegeven.

    1. De arts die door Veilig Thuis wordt benaderd om informatie, verstrekt –
      eventueel ook zonder de toestemming van betrokkenen – alle tot zijn
      beschikking staande informatie die noodzakelijk is om kindermishandeling
      te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te laten onderzoeken.
    2. Veilig Thuis onderbouwt haar verzoek zodanig dat de arts kan bepalen welke
      gegevens relevant kunnen zijn voor Veilig Thuis en welke niet.
    3. De arts kan alleen van informatieverstrekking afzien om gewichtige
      redenen, het belang van het kind betreffende. De arts deelt een
      dergelijk afwijzend besluit gemotiveerd aan Veilig Thuis mee.

    Toelichting

    Veilig Thuis kan naar aanleiding van een melding besluiten een onderzoek in te stellen. Veilig Thuis wint dan informatie in bij verschillende beroepskrachten in de omgeving van het gezin, zoals leerkrachten, het consultatiebureau et cetera. Ook artsen kunnen op die manier worden gevraagd om als informant van Veilig Thuis op te treden. In de regel gebeurt dit na het gesprek van Veilig Thuis met de ouders. De ouders zijn dan op de hoogte dat Veilig Thuis informanten gaat benaderen.

    Indien de melding daar aanleiding toe geeft, heeft Veilig Thuis de bevoegdheid om in de beginfase vooronderzoek te doen zonder medeweten van de ouders. In die laatste situatie zal Veilig Thuis dit vermelden.

    Voor iedere arts die een verzoek om informatie van Veilig Thuis krijgt, blijft uitgangspunt dat informatieverstrekking met toestemming van het kind en/of diens ouders plaatsvindt. Het meldrecht uit de Wet op de Jeugdzorg (WJz) biedt artsen echter zeker de mogelijkheid om zonder toestemming informatie aan Veilig Thuis te verstrekken. Dit is toegestaan als dat ‘noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden te onderzoeken.’

    De meldcode verlangt daarom van de arts om in beginsel (relevante) informatie te verstrekken vanuit de gedachte dat – als Veilig Thuis onderzoek heeft ingesteld – in elk geval sprake is van een redelijk vermoeden en van een noodzaak om (vermoedens van) mishandeling te onderzoeken. Wel moet Veilig Thuis de arts helpen bij diens belangenafweging en bij het bepalen welke gegevens relevant kunnen zijn voor het onderzoek en welke niet. De arts kan afzien van informatieverstrekking om ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Op de arts rust dan wel een expliciete motiveringsplicht: de meldcode verlangt van hem om duidelijk te motiveren waarom hij geen informatie verstrekt. 

Delen via

Terug naar boven Stel uw vraag!