Na afronding van het vooronderzoek zijn er twee mogelijke uitkomsten:

  1. Indien uit het vooronderzoek blijkt dat aan het Kaderbesluit CGS wordt voldaan, continueert de RGS het regulier toezicht.
  2. Indien uit het vooronderzoek blijkt dat niet aan het Kaderbesluit CGS wordt voldaan, schaalt de RGS het toezicht op van regulier naar intensief.

Wanneer de situatie daartoe aanleiding geeft, kan de RGS direct bij start van het intensief toezicht overgaan tot het beperken van de erkenning van de opleiding(en) en eventueel de opleider(s) voor maximaal één jaar.

Indien de situatie voor de aiossen wordt ingeschat als acuut onveilig, kan de RGS de erkenning van de opleiding(en) en eventueel de opleider(s) beperken1 voor maximaal één jaar. Deze beperking kan direct na de start van het intensief toezicht plaatsvinden, maar ook tijdens het nader onderzoek tijdens intensief toezicht. Gedurende de termijn van beperken kan de RGS nader onderzoek doen naar de situatie.

Wanneer de RGS overgaat tot het beperken van de erkenning, heeft dit als gevolg dat:

  1. de opleidingsorganisatie gedurende de periode van de beperking geen nieuwe aiossen mag laten starten voor de desbetreffende opleiding(en).
  2. de aiossen die al in opleiding zijn, hun opleiding kunnen voortzetten gedurende zes maanden vanaf het moment van beperking.

In deze periode zal de RGS op basis van nader onderzoek (zie stap 2 uit protocol intensief toezicht), een besluit nemen over de status van de erkenning. Indien er sprake is van een beperking van de erkenning, is de opleidingsorganisatie verplicht de aiossen hierover te informeren.

1 Tot 1 juli 2024 stond dit in het Kaderbesluit CGS vermeld als ‘schorsen’.