Op basis van de bevindingen uit het voor- en nader onderzoek besluit de RGS over een eventuele wijziging in de status van de erkenning, het al dan niet voortzetten van het intensief toezicht of de overgang naar regulier toezicht.
De RGS beëindigt het intensief toezicht en gaat over op het regulier toezicht zodra zij vaststelt dat aan de eisen voor erkenning in het Kaderbesluit CGS en specifiek besluit wordt voldaan en de ongunstige situatie die aanleiding was voor het instellen van intensief toezicht in voldoende mate is hersteld. In dat geval wordt de erkenning gecontinueerd en gaat de RGS over op regulier toezicht.
Indien tijdens het nader onderzoek blijkt dat de opleiding niet voldoet aan één of meer onderdelen van het Kaderbesluit CGS of dat bijvoorbeeld op onderdelen de kwaliteit of veiligheid van de opleiding of het opleidingsklimaat tekortschiet, kan de RGS:
Ad.A - De erkenning wijzigen in een erkenning voor bepaalde tijd onder voorwaarden
De RGS kan de erkenning van specifieke opleidingen binnen de opleidingsorganisatie omzetten naar een erkenning voor bepaalde tijd onder voorwaarden. Deze erkenning geldt voor een periode van maximaal twee jaar, waarin de opleidingsorganisatie, opleidingsprofessional of specifieke opleidingen onder intensief toezicht blijven. Van de opleidingsorganisatie wordt verwacht dat zij tussentijds rapporteert over de gestelde voorwaarden. Na afloop van die periode vindt een visitatie plaats. Door het wijzigen van de erkenning in een erkenning voor bepaalde tijd onder voorwaarden, komt een eventuele eerder opgelegde beperking van de erkenning te vervallen.
Een erkenning voor bepaalde tijd onder voorwaarden hoeft niet noodzakelijkerwijs van toepassing te zijn op de gehele organisatie. De gestelde voorwaarden kunnen zich beperken tot specifieke opleidingen binnen de organisatie. Wanneer bijvoorbeeld binnen de instelling of het instituut slechts één opleiding niet aan de eisen voldoet, kan de RGS de erkenning van de instelling of instituut aanpassen door alleen voorwaarden te formuleren voor de erkenning van die specifieke opleiding. Op deze manier neemt de RGS gerichte maatregelen om de kwaliteit en prestaties van individuele opleidingen te verbeteren, terwijl de erkenning van de organisatie voor de overige opleidingen binnen de organisatie behouden blijft.
De RGS beëindigt het intensief toezicht zodra de RGS na visitatie vaststelt dat aan de eisen wordt voldaan en de ongunstige situatie die aanleiding was voor het instellen van intensief toezicht in voldoende mate is hersteld. In dat geval wordt de erkenning weer omgezet naar een erkenning voor onbepaalde tijd en gaat de RGS over op regulier toezicht. Als blijkt dat de ongunstige situatie die aanleiding was voor het instellen van intensief toezicht niet is hersteld en/of niet aan de eisen voor erkenning wordt voldaan, trekt de RGS de erkenning in. Zie hieronder Ad.B.
Ad.B - De erkenning intrekken
De RGS kan de erkenning van de opleidingsorganisatie, opleidingsprofessional of specifieke opleidingen binnen de opleidingsorganisatie intrekken. Het intrekken van een erkenning hoeft niet noodzakelijkerwijs van toepassing te zijn op de gehele organisatie, maar kan zich ook beperken tot specifieke opleidingen. Wanneer bijvoorbeeld binnen de instelling of het instituut slechts één opleiding niet aan de eisen voldoet, kan de RGS de erkenning van de instelling of het instituut aanpassen door alleen de erkenning van die specifieke opleiding in te trekken.
Bij intrekking van de erkenning kan de RGS een termijn bepalen waarbinnen geen nieuwe erkenning aangevraagd kan worden. In het geval van intrekking worden per direct geen nieuwe aiossen tot de opleiding toegelaten en dienen de zittende aiossen de opleiding elders voort te zetten. De Raad van Bestuur/directie van de opleidingsorganisatie dient de aiossen hierover te informeren en hen te ondersteunen bij het vinden van een andere opleidingsplek. Met het intrekken van de erkenning wordt ook het intensief toezicht beëindigd.