Bij het instellen van intensief toezicht controleert de RGS of de opleidingsorganisatie voldoet aan de geldende erkenningseisen en het betreffende kwaliteitskader. Het onderzoek wordt op maat ingericht. Meestal bestaat het onderzoek uit een verzoek tot rapportage (zie Ad.A) en/of een visitatie (zie Ad.B) ter plaatse. Het opvragen van rapportages of het uitvoeren van een visitatie gebeurt zo vaak als de RGS nodig acht.
Ad.A - Rapport
In de meeste gevallen start het onderzoek met een verzoek tot rapportage, waarbij de opleidingsorganisatie wordt gevraagd een zelfevaluatie uit te voeren. Deze zelfevaluatie richt zich op de naleving van de geldende erkenningseisen en het betreffende kwaliteitskader. De bevindingen van deze zelfevaluatie dienen aan de RGS gerapporteerd te worden. Daarnaast kan de RGS verzoeken om in de rapportage op te nemen of en hoe de situatie onderwerp van de kwaliteitscyclus is geweest.
Ad.B - Visitatie
Tijdens het nader onderzoek vindt een bezoek op locatie plaats, ook wel bekend als een visitatie van de opleidingsorganisatie. De RGS voert deze visitatie zelf uit of laat deze namens haar uitvoeren door een ad hoc visitatiecommissie. De samenstelling van de visitatiecommissie en de keuze van gesprekspartners binnen de organisatie worden bepaald door de RGS, afgestemd op het doel van het onderzoek. De visitatie kan betrekking hebben op één opleidingsinstelling of opleidingsinstituut, of op delen daarvan. Ook kan de visitatie gericht zijn op één of meer opleidingen, met een lokaal, regionaal of landelijk bereik. Tevens kan de visitatie de bijbehorende opleidingsprofessional(s) betreffen.
Tijdens de visitatie dienen de RGS en/of de visitatiecommissie inzage te krijgen in alle noodzakelijke of gevraagde stukken en toegang te hebben tot de gehele organisatie, voor zover dit betrekking heeft op de betreffende opleiding(en). Het is noodzakelijk dat de beoogde gesprekspartners uit de organisatie beschikbaar zijn voor de RGS of de ad hoc visitatiecommissie.
Indien een ad hoc visitatiecommissie de visitatie uitvoert, rapporteert deze haar bevindingen aan de RGS en brengt advies uit over de te zetten vervolgstappen. Op basis hiervan besluit de RGS over de consequenties voor de erkenning.
Indien de situatie daartoe aanleiding geeft, kan de RGS tijdens het nader onderzoek de erkenning van de opleiding(en) en eventueel de opleider(s) beperken voor maximaal één jaar.