Kindermishandeling en huiselijk geweld

Artsen hebben een zorgplicht voor kinderen en volwassenen die schade door kindermishandeling en huiselijk geweld kunnen oplopen. Maar de afweging of en hoe u actie onderneemt, is vaak niet eenvoudig. U ziet signalen, maar zou het echt zo ernstig zijn? En rechtvaardigt dit ingrijpen van buitenaf? De KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld vormt de professionele norm voor artsen en helpt u, samen met het stappenplan kindermishandeling en het stappenplan volwassenengeweld, bij het maken van de afweging wanneer, bij wie en hoe u aan de bel trekt. De meldcode helpt u ook om af te wegen wanneer een melding bij Veilig Thuis is aangewezen. Instellingen en professionals in onder andere de gezondheidszorg zijn wettelijk verplicht een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling te hanteren.

Vermelden signalen in dossier en kindcheck

Bij een vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld is het belangrijk dat artsen signalen en bevindingen zo volledig mogelijk vastleggen. In de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en in de richtlijn Omgaan met medische gegevens staat wat in welk dossier opgenomen hoort te worden. In de meldcode komt ook de zogenoemde ‘kindcheck’ aan de orde, waarbij de arts bij een volwassen patiënt beoordeelt of hij/zij in een risicovolle situatie verkeert en of er ook kinderen zijn die mogelijk gevaar lopen. Denk bijvoorbeeld aan een zwaar verslaafde of zeer depressieve patiënt of een situatie van huiselijk geweld. Bij zo’n situatie helpen de stappen uit de meldcode.

Beroepsgeheim

Artsen mogen zonder toestemming van de patiënt geen medische gegevens aan derden verstrekken. Dit uitgangspunt kan in geval van kindermishandeling en huiselijk geweld onder druk komen te staan. In de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en in de richtlijn Omgaan met medische gegevens is beschreven hoe de arts in deze specifieke situatie kan handelen en welke plicht voorrang krijgt.

Aanvulling meldcode in ontwikkeling

Binnenkort komt er nieuwe regelgeving voor het toepassen van een afwegingskader dat professionals helpt het risico op en de aard en de ernst van het huiselijk geweld of de kindermishandeling te beoordelen. De artsencoalitie werkt momenteel aan dit afwegingskader voor alle artsen. Het afwegingskader gaat deel uitmaken van de KNMG-meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld.

De artsencoalitie

De artsencoalitie bestaat uit vertegenwoordigers van artsenorganisaties: Artsen Jeugd Gezondheidszorg (AJN), Federatie Medisch Specialisten (FMS), Koninklijke Nederlandsche Maatschappij der Geneeskunst (KNMG), Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Nederlandse Vereniging Kindergeneeskunde (NVK), Nederlandse Vereniging Spoedeisen Hulp Artsen (NVSHA), Nederlandse Vereniging van Psychiatrie (NVvP) en de Vereniging van Vertrouwens Artsen (VVAK).

Extra handvatten om adequaat te handelen

De KNMG wil de kennis van (aankomende) artsen vergroten zodat zij adequaat kunnen handelen bij een vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld. De KNMG-handreiking Competentieprofiel Kindermishandeling en huiselijk geweld geeft wetenschappelijke verenigingen, opleiders en aios handvatten om de competenties aan te leren, de lacunes in hun competenties te identificeren en zich waar nodig extra te (laten) scholen.

E-learning

Een e-learningmodule van de KNMG en Medisch Contact over de KNMG-meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld behandelt in een uur de inhoud van de meldcode aan de hand van gefilmde casuïstiek. De vervolgcursus Huiselijk geweld tegen volwassenen (KNMG, the Next Page, LHV en VHN) besteedt ook aandacht aan de kindcheck. Beide zijn geaccrediteerd voor medisch specialisten, huisartsen en sociaal geneeskundigen.

KNMG nieuws

KNMG standpunten | richtlijnen | informatie

KNMG columns

Praktijkdilemma's KNMG Artseninfolijn

  • Moet een arts beide ouders informeren voor hij een melding doet bij Veilig Thuis?

    Casus

    "Ik als psychiater heb een zeer depressieve, gescheiden moeder in behandeling. Ik maak mij zorgen over haar thuissituatie. Drie jonge kinderen wonen bij moeder en zien hun vader elke twee weken een dag. Ik doe de kindcheck en vraag advies aan Veilig Thuis. Veilig Thuis adviseert om te melden. Moet ik de vader in kennis stellen voor ik de melding bij Veilig Thuis doe? "

    Advies

    Het uitgangspunt is openheid, niet alleen naar moeder maar ook naar vader toe. Daarbij gaan we ervan uit dat zowel moeder als vader het gezag dragen en dat de arts het stappenplan volgt van de KNMG-Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld. De arts moet in principe beide ouders inlichten over zijn vermoedens van kindermishandeling en over de melding die hij wil doen. En bereid zijn met beiden in gesprek te gaan. Als een gesprek onmogelijk is vanwege de veiligheid of gezondheid van het kind of andere kinderen uit het gezin, de veiligheid van de arts of omdat de arts de kinderen en/of ouder(s) dan uit het oog zal verliezen, laat de arts een gesprek achterwege.

    Toelichting

    In bovengenoemde casus heeft de psychiater alleen contact met moeder. Voordat hij tot een melding overgaat, vertelt hij haar dat hij de andere gezagdragende ouder, dus haar ex-partner, wil spreken om hem te informeren over de melding die hij wil gaan doen. Met dit gesprek kan hij zijn zorgen over de kinderen beter inschatten. Bovendien kan hij vertellen dat hij Veilig Thuis wil inschakelen vanwege zijn zorgen over de kinderen. Indien het niet lukt om de vader te informeren, bijvoorbeeld omdat moeder daar bezwaar tegen heeft, vermeldt de arts dit bij zijn melding aan Veilig Thuis. De arts vermeldt dan dat hij geen contact kon leggen met de andere ouder. Als moeder de contactgegevens van vader weigert te verstrekken, hoeft de arts niet zelf actief op zoek te gaan naar deze contactgegevens. Als de situatie zo acuut is dat er geen tijd is om de andere ouder te bereiken, gaat de arts ook direct over tot het doen van een melding.

    Conform de KNMG-Meldcode heeft het de voorkeur dat de arts beide ouders spreekt voordat hij tot een melding overgaat. Mogelijk kan de arts aan de hand van dat gesprek een oplossing vinden  in hulpverlening op vrijwillige basis. Als het risico voor de kinderen voldoende kan worden afgewend, hoeft de arts geen melding te doen bij Veilig Thuis.

    Het ministerie van VWS heeft een aparte handreiking uitgebracht over dubbele toestemming bij het doen van een melding van kindermishandeling.

    Zie ook:

  • Vermeld ik vermoedens van kindermishandeling in het dossier van kind of ouders?

    Casus

    “Ik ben chirurg en heb onlangs een vrouw behandeld die een zelfmoordpoging had gedaan. Deze vrouw bleek alleenstaand te zijn en twee jonge kinderen te hebben, waarover ik me zorgen maak. Ik heb eerst het stappenplan uit de Meldcode Kindermishandeling doorlopen en deed daarna een melding bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft een onderzoek ingesteld en koppelde de resultaten aan mij terug. Moet ik deze terugkoppeling opslaan in het medisch dossier van moeder of van haar kinderen?”

    Advies

    De terugkoppeling van Veilig Thuis aan de melder hoort de melder te archiveren in het dossier van de patiënt op wie de melding betrekking heeft. Bij kindermishandeling hebben de melding en terugkoppeling in de eerste plaats betrekking op een kind of kinderen. De informatie wordt dan genoteerd in het dossier van dit kind of deze kinderen. Betreft het een melding over een kind dat geen patiënt is? Noteer dan de informatie in het dossier van de ouder of ouders die wel patiënt zijn in de praktijk. Zo nodig noteert de arts de informatie in de dossiers van kind en ouder(s).

    Toelichting

    Veilig Thuis stuurt terugrapportages aan melders om hen te informeren wat er met de melding is gedaan. Meldingen van kindermishandeling kunnen ook plaatsvinden over kinderen die geen patiënt zijn van de betreffende arts. Bij een kindcheck onderzoekt een arts het effect van de situatie van de ouder op zijn of haar kinderen. De melding en terugrapportage gaan dus over de kinderen, maar bevatten meestal ook informatie over de ouder. In overeenstemming met artikel 3 van de KNMG-Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld kan de arts de terugkoppeling in het dossier van het kind archiveren als de arts ook een behandelrelatie met het kind heeft. Als de terugkoppeling ook relevante informatie over de ouder bevat, kan de arts de rapportage ook in het dossier van de ouder archiveren.

    Doe een kindcheck

    U kunt als arts te maken krijgen met volwassen patiënten waarbij u een problematische thuissituatie vermoedt. Bijvoorbeeld patiënten die in psychische nood verkeren, problemen hebben met het gebruik van alcohol of drugs of een partner hebben die geweld gebruikt. Het is dan van groot belang dat u nagaat of deze patiënt kinderen heeft en in te schatten of deze kinderen veilig zijn. Dat heet de ‘kindcheck’. De kindcheck helpt om oudersignalen in kaart te brengen en vergroot de mogelijkheden om kindermishandeling te signaleren. 

    Twijfels over veiligheid

    Twijfelt u over de veiligheid van de kinderen van uw patiënt? Doorloop dan de stappen van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Schat u in dat hulp nodig is, neem dan contact op met Veilig Thuis: het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit zijn regionale organisaties waar slachtoffers, daders en om

    Zie ook

  • Wie heeft het gezag bij ondertoezichtstelling?

    Casus

    Als kinder- en jeugdpsychiater onderzocht ik een kind van 9 jaar dat met moeder op mijn spreekuur kwam. De ouders van het kind zijn gescheiden en hebben beiden het ouderlijk gezag. De kinderrechter heeft het kind onder toezicht gesteld en inmiddels is er een jeugdbeschermer toegewezen. Heeft deze jeugdbeschermer nu ook gezag en toegang tot het medisch dossier van het kind?

    Advies

    De kinderrechter kan besluiten tot een ondertoezichtstelling (OTS) indien de ontwikkeling van een kind door problemen in een gezin in gevaar kan komen. Vervolgens wordt er, in het kader van een OTS, een jeugdbeschermer aangewezen. Deze jeugdbeschermer is, anders dan de ouder(s) of voogd van een kind, niet met gezag belast. Dat betekent dat een jeugdbeschermer geen recht op toegang heeft tot het dossier van het kind.

    Toelichting

    Na een OTS wijst een gecertificeerde instelling een jeugdbeschermer aan om steun te bieden aan een gezin. De jeugdbeschermer is de nieuwe benaming voor de gezinsvoogd. Net als de gezinsvoogd heeft de jeugdbeschermer geen gezag over een kind waarop hij toeziet. Per 1 januari 2015 geldt evenwel de Jeugdwet. Op basis daarvan heeft de jeugdbeschermer wel een eigenstandig recht op informatie, ook ten opzichte van behandelaars. Het gevolg is dat artsen, en elke andere derde met een beroepsgeheim, desgevraagd en zonder toestemming van het kind en zijn gezagdragende ouders een jeugdbeschermer informatie moeten verstrekken (spreekplicht). Dit geldt alleen als de informatieverstrekking noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS. Dit is het geval als de informatie bijdraagt aan het voorkomen van een bedreiging in de ontwikkeling van het kind. Daarnaast maakt de Jeugdwet het u als arts juridisch mogelijk dat u uit eigen beweging de jeugdbeschermer informeert. Ook hierbij geldt dat de informatieverstrekking alleen is toegestaan indien dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Informatieverstrekking is wel iets anders dan toegang verschaffen tot het dossier van een kind. Dat is ook volgens de Jeugdwet niet toegestaan in geval van een verzoek van een jeugdbeschermer.

  • Dubbele toestemming gescheiden ouders

    Casus

    Een negenjarige jongen heeft ADHD. Zijn ouders zijn gescheiden en dragen beiden het gezag. Hij woont bij de moeder. De psychiater heeft Ritalin voorgeschreven. Moeder meldt zich bij de huisarts. Haar ex-man heeft tegen haar zin de behandeling bij de psychiater stopgezet en haar zoon krijgt nu geen Ritalin meer. Kan de huisarts een recept uitschrijven?

    Artsen hebben ‘behandelruimte’ als een vertegenwoordiger duidelijk niet het belang van de patiënt dient. Conflicten tussen ouders mogen behandeling niet in de weg staan. Het belang van het kind staat voorop.

    Antwoord

    Tot een kind zestien jaar is, beslissen zijn wettelijk vertegenwoordigers beiden over een medische behandeling. Vanaf twaalf jaar doen zij dit samen met het kind. Na echtscheiding houden in de regel beide ouders het gezamenlijk gezag, zijn zij beiden wettelijk vertegenwoordiger en beslissen beiden over de behandeling. Alleen als het gezag aan één ouder is toegewezen, is dit anders.

    Vaak begeleidt één ouder het kind bij een artsenbezoek. Bij een noodzakelijke, niet-ingrijpende of gebruikelijke behandeling mag de arts dan de toestemming van de andere ouder veronderstellen, tenzij er aanwijzingen zijn voor het tegendeel. In alle andere gevallen moet de arts expliciet vragen naar de toestemming van de andere ouder.

    Weigert deze vervolgens behandeling, dan biedt de WGBO de arts ruimte om het kind op grond van goed hulpverlenerschap tóch te behandelen. Bij kinderen van twaalf tot zestien jaar is dat mogelijk als het kind de behandeling zelf weloverwogen blijft wensen en als de behandeling ‘kennelijk nodig is om ernstig nadeel te voorkomen’. Bij een jonger kind is diens mening formeel niet van belang, maar kan deze wel meewegen bij het antwoord op de vraag of de arts in strijd met goed hulpverlenerschap zou handelen als hij meegaat in de weigering van de vertegenwoordiger.

    Artsen hebben dus ‘behandelruimte’ als een vertegenwoordiger duidelijk niet het belang van de patiënt dient en bijvoorbeeld zijn mening teveel laat meewegen. Conflicten tussen ouders mogen een noodzakelijke behandeling niet in de weg staan. Het belang van het kind staat voorop. 

    Als ouders met gezamenlijk gezag het niet eens worden, kunnen zij de kinderrechter vragen om een beslissing. En de arts kan zelf via de Raad voor de Kinderbescherming vervangende toestemming van de kinderrechter regelen. Dit kan bij twijfel, bij een zeer ingrijpende of ongebruikelijke behandeling maar zal vooral aan de orde zijn als de weigerende ouder het kind feitelijk aan behandeling dreigt te onttrekken.

    De huisarts in deze casus moet zo mogelijk nagaan wat het kind zelf van de Ritalin vindt en waarom de vader toestemming weigert. Ook moet hij bepalen of Ritalin noodzakelijk is. Daarover kan hij het beste een andere arts consulteren, bijvoorbeeld een kinderpsychia­ter. Vindt deze Ritalin niet noodzakelijk, dan kan de huisarts geen recept uitschrijven en kan hij de moeder het beste naar de kinderrechter verwijzen. Weigert vader om oneigenlijke redenen toestemming én is behandeling met Ritalin noodzakelijk in het belang van het kind, dan kan de arts het recept uitschrijven, na vader daarover vooraf te hebben geïnformeerd.

    Wegwijzer

    Mede naar aanleiding van recente uitspraken van het Centraal Tuchtcollege, ontwikkelde de KNMG een Wegwijzer dubbele toestemming minderjarige

  • Kindermishandeling

    Casus

    Huisarts heeft een gescheiden moeder in de praktijk met 7-jarige dochter. Moeder is bekend met alcoholproblematiek en is al enige tijd onder behandeling bij de RIAGG. De school van het meisje heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis. Nu krijgt de huisarts een telefonisch verzoek van Veilig Thuis om informatie over moeder en dochter te verstrekken. Huisarts vraagt zich af of zij hierop in mag gaan.

    Advies

    In artikel 6 ‘Informatie op verzoek van Veilig Thuis’ van de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld wordt een duidelijk antwoord met toelichting op deze vraag gegeven.

    1. De arts die door Veilig Thuis wordt benaderd om informatie, verstrekt –
      eventueel ook zonder de toestemming van betrokkenen – alle tot zijn
      beschikking staande informatie die noodzakelijk is om kindermishandeling
      te stoppen of een redelijk vermoeden daarvan te laten onderzoeken.
    2. Veilig Thuis onderbouwt haar verzoek zodanig dat de arts kan bepalen welke
      gegevens relevant kunnen zijn voor Veilig Thuis en welke niet.
    3. De arts kan alleen van informatieverstrekking afzien om gewichtige
      redenen, het belang van het kind betreffende. De arts deelt een
      dergelijk afwijzend besluit gemotiveerd aan Veilig Thuis mee.

    Toelichting

    Veilig Thuis kan naar aanleiding van een melding besluiten een onderzoek in te stellen. Veilig Thuis wint dan informatie in bij verschillende beroepskrachten in de omgeving van het gezin, zoals leerkrachten, het consultatiebureau et cetera. Ook artsen kunnen op die manier worden gevraagd om als informant van Veilig Thuis op te treden. In de regel gebeurt dit na het gesprek van Veilig Thuis met de ouders. De ouders zijn dan op de hoogte dat Veilig Thuis informanten gaat benaderen.

    Indien de melding daar aanleiding toe geeft, heeft Veilig Thuis de bevoegdheid om in de beginfase vooronderzoek te doen zonder medeweten van de ouders. In die laatste situatie zal Veilig Thuis dit vermelden.

    Voor iedere arts die een verzoek om informatie van Veilig Thuis krijgt, blijft uitgangspunt dat informatieverstrekking met toestemming van het kind en/of diens ouders plaatsvindt. Het meldrecht uit de Wet op de Jeugdzorg (WJz) biedt artsen echter zeker de mogelijkheid om zonder toestemming informatie aan Veilig Thuis te verstrekken. Dit is toegestaan als dat ‘noodzakelijk is om kindermishandeling te stoppen of een redelijk vermoeden te onderzoeken.’

    De meldcode verlangt daarom van de arts om in beginsel (relevante) informatie te verstrekken vanuit de gedachte dat – als Veilig Thuis onderzoek heeft ingesteld – in elk geval sprake is van een redelijk vermoeden en van een noodzaak om (vermoedens van) mishandeling te onderzoeken. Wel moet Veilig Thuis de arts helpen bij diens belangenafweging en bij het bepalen welke gegevens relevant kunnen zijn voor het onderzoek en welke niet. De arts kan afzien van informatieverstrekking om ‘gewichtige redenen, het belang van het kind betreffende’. Op de arts rust dan wel een expliciete motiveringsplicht: de meldcode verlangt van hem om duidelijk te motiveren waarom hij geen informatie verstrekt. 

Delen via

Terug naar boven Stel uw vraag!
Uw browser wordt niet ondersteund. Sommige functies van deze site werken mogelijk niet correct. Wij adviseren u een andere browser te gebruiken.