Niet-reguliere behandelwijzen

Sommige artsen bieden, eventueel naast een reguliere behandeling, ook niet-reguliere behandelingen aan. In de volksmond ook wel alternatieve of complementaire behandelingen genoemd. De gedragsregels van de KNMG schrijven voor dat artsen dit alleen onder strenge voorwaarden mogen doen.

Download de KNMG-publicatie De arts en niet-reguliere behandelwijzen: gedragsregel
De gedragsregel De arts en niet-reguliere behandelwijzen is een aanvulling op de algemene gedragsregels van de KNMG, toegespitst op niet-reguliere behandelwijzen. De regels gelden voor alle artsen en niet alleen voor niet-regulier werkende artsen.

Voorwaarden voor aanbieden van niet-reguliere behandeling:

  1. De arts dient zich te richten naar het best wetenschappelijk bewijs, gecombineerd met klinische ervaring en rekening houdend met de wensen, verwachtingen en ervaringen van de patiënt.
  2. De patiënt dient voor behandeling nadrukkelijk te worden ingelicht.
  3. De arts mag niet voorbij gaan aan een geïndiceerde reguliere behandeling.
  4. De patiënt mag geen schade oplopen door de niet-reguliere behandeling.

Definiëring van schade

Schade wordt door de KNMG breed opgevat. Het betekent onder andere dat artsen geen valse hoop op genezing of verbetering van de klachten mogen bieden en geen onjuiste of incomplete informatie over de werkzaamheid van een behandeling mogen verstrekken. Ook moeten artsen voorkomen dat een reguliere behandeling niet of niet-tijdig wordt begonnen. Verder mogen artsen alleen handelen op basis van op reguliere wijze gestelde diagnosen en mogen zij geen behandelingen afraden die binnen de beroepsgroep algemeen zijn aanvaard. Deze voorwaarden gelden ook als curatieve behandeling niet meer mogelijk is of als de patiënt reguliere behandelingen afwijst.

Welzijn van de patiënt voorop

Artsen moeten zich altijd bewust zijn van het feit dat de artsentitel bij patiënten vertrouwen in de behandeling kan wekken. Niet-reguliere behandelaars verwijten reguliere artsen soms dat zij geen oog hebben voor het welzijn van de patiënt, dat zij zich te eenzijdig richten op de ziekte (en te weinig op de zieke) en de patiënt in de steek laten als deze uitbehandeld is. De KNMG verwerpt deze kritiek en stelt expliciet dat het tot de professionele standaard behoort om oog te hebben voor het bredere welzijn van de patiënt. Ook stelt de KNMG dat artsen patiënten troost moeten bieden en moeten begeleiden bij existentiële vragen die kunnen worden opgeroepen door een ziekte.

Geschiedenis van dit dossier

De gedragsregels uit 2008 vervangen het oude standpunt van de KNMG over alternatieve behandelwijzen uit 1994. Met deze nieuwe gedragsregels sluit de KNMG ook nauw aan bij de jurisprudentie zoals die de afgelopen jaren is ontwikkeld. De KNMG neemt in de in 2008 geactualiseerde gedrags­regels afstand van de begrippen ‘alternatief’ en ‘complementair’. Deze termen kunnen immers de suggestie wekken dat niet-reguliere behandelwijzen daadwerkelijk ‘complementair’ of ‘alternatief’ kunnen zijn. Ook de term ‘geneeswijzen’ wordt vermeden, omdat immers niet bewezen is dat niet-reguliere behandelwijzen ook inderdaad genezen. In plaats daarvan kiest de KNMG voor het neutralere ‘reguliere’ en ‘niet-reguliere’ behandelwijzen.

KNMG nieuws

KNMG standpunten | richtlijnen | informatie

Delen via

Terug naar boven Stel uw vraag!
Uw browser wordt niet ondersteund. Sommige functies van deze site werken mogelijk niet correct. Wij adviseren u een andere browser te gebruiken.