Politie en justitie (beroepsgeheim)

Geregeld, met name na incidenten waarbij onschuldige slachtoffers vallen, wordt een roep om versoepeling van het medisch beroepsgeheim gehoord. Deze geluiden kunnen afkomstig zijn van onder andere de politie, het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Daarbij worden uiteenlopende argumenten gebruikt.

Keer op keer heeft de KNMG laten weten het niet eens te zijn met een (gedeeltelijke) opheffing of versoepeling van het medisch beroepsgeheim, omdat dit tot veel grotere risico’s voor de samenleving kan leiden dan de gevaren die daarmee mogelijk zouden kunnen worden voorkomen.

Tegelijkertijd moeten artsen zich bewust zijn dat het beroepsgeheim in bepaalde situaties wel doorbroken mag worden. Het medisch beroepsgeheim is immers niet absoluut. In bepaalde gevallen kan het geoorloofd zijn om het beroepsgeheim te doorbreken, ook jegens politie of justitie. Bijvoorbeeld als dat geschiedt met toestemming van de patiënt, of als dat wettelijk verplicht is, of na afweging van een conflict van plichten.

De in 2012 herziene "Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie" dient om daarbij enige houvast voor de arts te bieden.

KNMG nieuws

KNMG standpunten | richtlijnen | informatie

KNMG columns

Praktijkdilemma's KNMG Artseninfolijn

  • Ben ik verplicht om te getuigen in een rechtszaak?

    Casus

    “Een tijdje geleden kwam er een man op mijn spreekuur met een bebloede mond en drie ontbrekende tanden. Hij vertelde dat het letsel was ontstaan door een val over een loszittende stoeptegel. De man was woest op de gemeente, omdat hij zich al eerder had beklaagd over de bestrating. Onlangs ontving ik een aangetekende brief van de advocaat van deze man. Hierin word ik opgeroepen om te getuigen in een rechtszaak tegen de gemeente. Ben ik verplicht om te getuigen?”

    Advies

    Ja, als u met een aangetekende brief of een dagvaarding bent opgeroepen om te getuigen, dan bent u verplicht om op de zitting te verschijnen.

    Toelichting

    Oproeping van getuigen
    In civiele zaken kunnen beide partijen getuigen oproepen. Ook de rechter kan dat doen, al dan niet uit eigen beweging. De oproeping van een getuige moet gebeuren met een aangetekende brief of een dagvaarding. Een getuige is dan verplicht om te verschijnen. Een oproeping met een niet-aangetekende brief is geen wettige oproeping. U hoeft hieraan dus geen gehoor te geven. Wel ligt het voor de hand om in dat geval contact op te nemen met degene die u oproept; mogelijk volgt er later alsnog een officiële oproep of is uw verschijning inderdaad minder belangrijk.

    Beroepsgeheim en verschoningsrecht
    Artsen kunnen vanwege hun beroepsgeheim een beroep doen op het verschoningsrecht. Dat betekent dat zij het recht hebben om vragen van de rechter niet te beantwoorden, als daardoor het beroepsgeheim geschonden zou worden. Waarheidsvinding is namelijk geen reden om het beroepsgeheim te doorbreken. Een getuige met verschoningsrecht is niet verplicht om op de zitting een getuigenis af te leggen. Het is aan de rechter om te beslissen of een getuige zich op het verschoningsrecht kan beroepen en dus geen verklaring hoeft af te leggen.

    Oproeping door een partij
    Bent u door (de advocaat van) een van de partijen opgeroepen als getuige? En voorziet u dat u zich op uw verschoningsrecht gaat beroepen? Neem dan contact op met (de advocaat van) deze partij. U kunt daarbij informatie inwinnen over het onderwerp waarover u gevraagd wordt te getuigen en bepalen of uw beroepsgeheim de beantwoording van die vragen in de weg staat. In overleg met de advocaat kan de partij dan besluiten om de oproep in te trekken. Uw verschijning op de zitting voegt dan immers niets toe aan het pleidooi van de advocaat, maar hindert u wel in het uitoefenen van uw beroep (vervanger regelen, etc.). Als de (advocaat van de) partij de oproeping toch handhaaft, dan bent u wel verplicht om op de zitting te verschijnen. Op de zitting kunt u zich dan op het verschoningsrecht beroepen.  

    Wat mag u wel zeggen als u zich niet op het verschoningsrecht beroept?
    U mag juridisch gezien alleen getuigen over feiten die u zelf heeft waargenomen. Omdat u niet heeft gezien hoe uw patiënt is komen te vallen, kunt u daarover niet getuigen. Let op: volgens de KNMG-richtlijnen is het u ook niet toegestaan om antwoorden te geven die een oordeel in zich dragen. Met andere woorden: u moet zich beperken tot feitelijke informatie.

    Zie ook

  • Medisch dossier van overleden kind overleggen aan politie?

    Casus

    “Ik ben huisarts en heb van de politie het verzoek gekregen om het volledige medisch dossier van een overleden baby te overleggen. Er is sprake van een shaken-baby-syndroom. De moeder is verdachte. Er zijn geen andere kinderen in het gezin. De ouders hebben toestemming gegeven om informatie uit te wisselen. In het dossier staat in mijn ogen weinig belastende informatie over de moeder. Morgen komt de politie het dossier ophalen. Mag ik - gezien het feit dat hier sprake is van een vordering - het volledige medisch dossier verstrekken aan de politie?”

    Advies

    Uitgangspunt is dat het beroepsgeheim voortduurt na de dood van de patiënt. Een arts mag vrijwel nooit gegevens over een overleden patiënt verstrekken aan derden, zoals de politie. Uitzondering: als nabestaanden in hun belangen worden geschaad, bijvoorbeeld doordat de patiënt is overleden als gevolg van een beroepsfout, dan kan de toestemming van de overleden patiënt worden verondersteld.

    De KNMG vindt dat informatie uit een medisch dossier mag worden verstrekt aan politie of justitie als de patiënt (of diens vertegenwoordiger) toestemming heeft gegeven of als er sprake is van een ‘conflict van plichten’. Omdat de wettelijke vertegenwoordiging door de ouders eindigt met het overlijden van het kind, kunnen de ouders geen rechtsgeldige toestemming geven voor de gegevensverstrekking. Verstrekken door de arts mag op grond van conflict van plichten als dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld om andere kinderen in het gezin te beschermen. Een risico voor andere kinderen is in deze casus echter niet aan de orde.

    Het kan zijn dat na de weigering informatie te verstrekken aan de politie, vervolgens de Officier van Justitie (een afschrift van) het medisch dossier van het kind opeist of - zoals dat juridisch heet - vordert. Een arts is niet verplicht zo’n vordering te honoreren. Daarvoor heeft de arts nu juist een verschoningsrecht. De rechtspraak bevestigt dat slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden het belang van de waarheidsvinding voorrang heeft op het verschoningsrecht van artsen. Zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn tot nu toe slechts aangenomen door de rechter (Hoge Raad) wanneer de verschoningsgerechtigde (arts) zelf werd verdacht van een strafbaar feit. De KNMG raadt artsen af om zelf af te wegen of er sprake is van ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’. Die afweging kan beter door de rechter worden gemaakt, omdat die over meer informatie beschikt die voor de afweging relevant kan zijn.

    Justitie en de verschoningsgerechtigde arts kunnen wel overeenkomen om het volledige medisch dossier voor te leggen aan een forensisch arts of het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De forensisch arts of het NFI kan dan beoordelen of en in hoeverre medische gegevens uit het dossier aan het OM kunnen en moeten worden verstrekt.

    Conclusie

    De KNMG adviseert de arts om in een casus als deze geen informatie aan de politie te verstrekken. De toestemming van ouders is juridisch gezien niet doorslaggevend. Wel kan de arts zich tegenover justitie bereid verklaren om de gevraagde informatie beschikbaar te stellen aan een forensisch arts of aan het NFI, die vervolgens beoordeelt of en zo ja welke informatie aan het OM moet worden verstrekt.

    Bronnen

  • Beroepsgeheim schenden als patiënt dreigement uit?

    Casus

    Een huisarts heeft een patiënt in zijn praktijk met een crimineel verleden. De patiënt is soms psychotisch, maar heeft altijd geweigerd zich te laten onderzoeken. De patiënt heeft de huisarts verteld dat hij een reclasseringsambtenaar 'aan het mes zal rijgen'. De huisarts neemt dit dreigement heel serieus. Mag de huisarts zijn beroepsgeheim doorbreken en, zo ja, jegens wie?

    Advies KNMG

    Bij concreet gevaar mag een arts zijn beroepsgeheim doorbreken indien de arts ervan overtuigd is dat er sprake is van een reële dreiging en dat dit gevaar uiteindelijk alleen kan worden afgewend door te spreken. Het verdient aanbeveling dat de arts de reclasseringsambtenaar dan rechtstreeks benadert. Contact opnemen met de politie heeft niet de voorkeur, ook omdat de politie met een dergelijke melding waarschijnlijk weinig kan.

    Toelichting

    In de wet staat dat een arts zijn beroepsgeheim mag doorbreken bij toestemming van de patiënt of in geval van een wettelijke meldplicht (bijvoorbeeld bij bepaalde infectieziekten).

    Er zijn daarnaast situaties denkbaar waarin de arts meent dat een ander belang zwaarder weegt dan zijn beroepsgeheim, omdat door te spreken ernstig nadeel kan worden voorkomen (conflict van plichten). De arts moet zelf dan een afweging maken tussen de belangen die worden gediend door het beroepsgeheim, te weten de toegankelijkheid van de gezondheidszorg en de privacy van de patiënt, en andere belangen. Besluit een arts dat andere belangen zwaarder wegen, en daarmee zijn beroepsgeheim te doorbreken, dan is hij alleen niet strafbaar als hij zich met succes kan beroepen op overmacht (artikel 40 WvSr.). Dat kan alleen als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan: 

    • Het niet doorbreken van de zwijgplicht levert voor de patiënt of voor een ander ernstige schade op;
    • Om onafwendbare schade te voorkomen is er geen andere uitweg dan doorbreking van het geheim;
    • Het moet vrijwel zeker zijn dat door de geheimdoorbreking die schade kan worden voorkomen;
    • De arts verkeert in gewetensnood door het handhaven van de zwijgplicht;
    • De arts heeft alles is in het werk gesteld om eerst toestemming van de patiënt te verkrijgen voor doorbreking van het beroepsgeheim.

      Bij doorbreking van het beroepsgeheim mag de arts slechts die gegevens verstrekken die nodig zijn om schade te voorkomen. Die gegevens moeten soms aan het potentiële slachtoffer, soms aan de politie of een ander worden verstrekt afhankelijk van de situatie. Indien het mogelijk is, moet de arts aan de patiënt melden dat hij de gegevens aan een ander heeft verstrekt.

    • Hoe zit het met het beroepsgeheim tegenover politie/justitie?

      Vraag

      Steeds vaker staan politie en justitie bij de dokter op de stoep om gegevens over patiënten te vragen. Wanneer mag een arts dan wel spreken en wanneer niet?

      Antwoord

      De Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie brengt helderheid.

      Vervolging en opsporing

      Als een patiënt verdachte is of een strafbaar feit pleegt jegens een arts, kan de arts te maken krijgen met de politie of justitie. Tussen artsen en politie wil het niet erg vlotten. De politie vraagt zich af waarom artsen niet meewerken aan vervolging en opsporing van notoire boeven. Artsen koesteren echter van oudsher het beroepsgeheim. Dat betekent dat ze geen antwoord geven op algemene vragen van de politie over verdachte patiënten, dat ze bekentenissen van patiënten binnenskamers houden en patiëntgegevens in principe niet overdragen aan justitiële autoriteiten. Ook al vinden ze dat soms moeilijk. Maar de politie is niet alleen afhankelijk van informatie van artsen.

      Beroepsgeheim

      Politie en justitie oefenen soms grote druk uit op artsen om ze te bewegen tot het geven van informatie. Opsporen, vervolgen, de waarheid achterhalen: dat is immers hun taak. Maar staan de opsporingsautoriteiten wel stil bij de mogelijke gevolgen als een arts zijn beroepsgeheim doorbreekt? Wat gebeurt er als patiënten zich niet veilig weten bij artsen? Waar zoeken ze dan hulp en wat zou dat betekenen voor de volksgezondheid? Denk aan besmettelijke ziekten. Het is dus geen agentje pesten; er zijn grote belangen mee gemoeid.

      Al blijft het beroepsgeheim onverkort van kracht, in de praktijk blijkt de toepassing ervan vragen en onduidelijkheden op te leveren. De KNMG-Artseninfolijn krijgt steeds vaker vragen over wat artsen nu wel en niet mogen zeggen tegen de politie. Om artsen hierin tegemoet te komen is de Handreiking Beroepsgeheim en politie/justitie ontwikkeld.


    • Mag ik informatie over lichamelijk letsel verstrekken aan politie?

      Antwoord

      Ja, met toestemming van de patiënt mag u alleen feitelijke medische gegevens verstrekken, maar geen vragen van oordelende aard beantwoorden. Dergelijke vragen dienen te worden gesteld aan een onafhankelijk deskundig arts.

      Advies

      De KNMG geeft het advies om voor deze informatieverstrekking het speciaal hiervoor ontwikkelde Aanvraagformulier Medische Informatie – het zogenaamde ‘poppetjesformulier’ – te gebruiken. Hierop worden geen vragen van oordelende aard gesteld. Er circuleren binnen diverse politieregio’s vergelijkbare formulieren. Deze formulieren kunnen echter wel vragen van oordelende aard bevatten. Het is raadzaam hierop alert te zijn en oordelende vragen niet te beantwoorden.

      Poppetjesformulier

      Het Aanvraagformulier Medische Informatie is het resultaat van overleg tussen de KNMG en het Ministerie van Justitie. Met het formulier is tegemoetgekomen aan de behoefte van politie/justitie aan medische informatie over letsel van personen na bijvoorbeeld een verkeersongeval of mishandeling. Het doel van het formulier is dat de arts alleen feitelijke informatie prijsgeeft. Het formulier is uitsluitend beschikbaar via politie en justitie. De politie verstrekt het aanvraagformulier òf aan de persoon die letsel heeft opgelopen òf rechtstreeks aan de informatieverstrekkende arts.

      De behandelend arts is niet tot invullen verplicht. Allereerst dient de forensisch arts ten dienste van de politie voor invulling te worden ingeschakeld. Eventueel kan de behandelend arts feitelijke informatie geven over het letsel van betrokkene, als hij deze ten aanzien van dit letsel al eerder voor behandeling heeft gezien. Dat betekent dat hij geen informatie geeft over de te verwachten duur van de ziekte of arbeidsongeschiktheid, de prognose van het herstel en de oorzaak van het letsel. Het gaat om informatie die niet retrospectief alsnog door een arts kan worden geconstateerd.

      Toestemming

      De persoon, die letsel opliep, moet toestemming geven voor de gegevensverstrekking en dit wordt op het formulier aangetekend. Kan hij echter geen toestemming verlenen, omdat hij bijvoorbeeld verward of bewusteloos is, dan kan de arts de informatie toch verstrekken na toestemming van de vertegenwoordiger. Is geen vertegenwoordiger aanwezig of bereikbaar, dan kan de arts besluiten op grond van veronderstelde toestemming de informatie alsnog te verstrekken. Van het onvermogen om toestemming te verlenen maakt politie/justitie aantekening op het formulier. Gaat het om een minderjarige patiënt dan ondertekenen ouder(s) of voogd (mede). Als politie/justitie werkelijk behoefte heeft aan gegevens, waarin een oordeel wordt gegeven, dan ligt ook een onderzoek door een onafhankelijk forensisch geneeskundige voor de hand.

    Delen via

    Terug naar boven Stel uw vraag!