Vervolgopleidingen

Na afronding van de geneeskundestudie kunnen basisartsen zich specialiseren. Afhankelijk van het gekozen specialisme of profiel duurt een specialisatie tussen de twee en zeven jaar. Basisartsen kunnen kiezen voor een erkende of een niet-erkende vervolgopleiding.

Er is verschil tussen ‘erkende vervolgopleidingen’ en ‘niet-erkende’ vervolgopleidingen. Wettelijk erkende opleidingen, op grond van de Wet BIG en de Regeling Specialisten Geneeskunst, worden ook wel specialistische vervolgopleidingen genoemd en staan onder toezicht van twee KNMG-organen, CGS en RGS. Zij houden in de gaten wie welke opleiding volgt, of de arts-assistent in opleiding aan alle eisen voldoet om de titel te mogen voeren en ook in de toekomst te mogen behouden.

Een aparte categorie vormen de niet-erkende vervolgopleidingen die (nog) niet vallen onder de geregistreerde medische vervolgopleidingen, zoals de opleiding tot militair arts.

Afhankelijk van het specialisme komen aios in dienst bij de instelling waar zij hun opleiding volgen, met uitzondering van aios huisartsgeneeskunde en ouderengeneeskunde. Zij komen in dienst van de SBOH. De meeste opleidingen worden betaald uit het opleidingsfonds behalve bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde en een aantal profielopleidingen.

Modernisering Medische Vervolgopleidingen (MMV)

Sinds 2015 worden alle aios aantoonbaar opgeleid in de CanMEDS-competenties. Van 2010 tot en met 2015 bood het KNMG-project MMV praktische ondersteuning bij de implementatie van de modernisering van de medische vervolgopleidingen. De informatie en producten die uit het project zijn voortgekomen, zijn inmiddels via een aparte website te raadplegen: www.medischevervolgopleidingen.nl.

Titels

De titel die je krijgt na het afronden van een medische vervolgopleiding die erkend is bij de KNMG-registratiecommissie is wettelijk beschermd. 

De titel SEH-arts is een profielstatus. Er bestaan ook profielopleidingen van twee jaar binnen het specialisme van vier jaar arts Maatschappij en Gezondheid. Indien je binnen vijf jaar een tweede profielopleiding doet kan dat leiden tot een registratie als arts M&G. Meer daarover lees je op KNMG Opleiding, (Her)registratie & Carrière.

Subspecialiseren

Binnen een aantal medische specialismen kun je je verder specialiseren op een bepaald aandachtsgebied. De oncologie (binnen de interne geneeskunde), de vaatchirurgie (binnen de chirurgie) en de neuro-opthalmologie (binnen de oogheelkunde) zijn daar voorbeelden van. In het laatste deel van de opleiding besteed je dan extra aandacht aan dit gebied. Meer informatie hierover vind je bij de wetenschappelijke verenigingen. Deze verenigingen zorgen ook voor je subregistratie.

Niet-erkende vervolgopleidingen

De niet-erkende vervolgopleidingen, ook wel niet-specialistische vervolgopleidingen genoemd, staan niet onder controle van een KNMG-college. Dat wil niet zeggen dat deze opleidingen van minder kwaliteit zijn. Er is voor deze opleidingen geen centraal contactadres. Omdat deze opleidingen nog niet erkend zijn betaal je een deel van de studie zelf.

Een bijzondere specialistische opleiding is de opleiding tot kaakchirurg. De organisatie die zorg draagt voor die registratie is de NMT, de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde.

Beroepskeuze

Het is belangrijk dat basisartsen een specialisme kiezen dat bij hen past. Om het eenvoudiger te maken om tot een goede keuze te komen geeft de KNMG informatie over beroepskeuze.

CGS en RGS

Er zijn twee KNMG-organen die zich bezig houden met de opleiding en registratie van specialisten en profielartsen te weten het College voor Geneeskundig Specialismen (CGS) en de Registratiecommissie Geneeskundig Specialismen (RGS). Het CGS stelt regels vast voor de opleidingen, de erkenning van opleidingen en opleiders en de (her)registratie van specialisten en profielartsen. De RGS controleert of de aanvragen van artsen en instellingen voldoen aan de regels.

Terug naar boven Stel uw vraag!