Geneeskundige verklaring

Een geneeskundige verklaring is een (schriftelijke) verklaring van een arts, over een patiënt die onder behandeling staat of stond van deze arts. In zo’n verklaring geeft de arts een op medische gegevens gebaseerd waardeoordeel over de patiënt en diens gezondheidstoestand.

De KNMG adviseert behandelend artsen om geen geneeskundige verklaringen af te geven over eigen patiënten. Wel mag een behandelend arts, met toestemming van de patiënt, feitelijke medische informatie verstrekken.

Weigeringsbriefje

De KNMG heeft een zogenoemd weigeringsbriefje opgesteld. Dit briefje, dat in verschillende talen beschikbaar is, kunt u ter ondersteuning aan de patiënt meegeven als toelichting bij uw weigering een geneeskundige verklaring af te geven.

KNMG nieuws

KNMG standpunten | richtlijnen | informatie

KNMG columns

Praktijkdilemma's KNMG Artseninfolijn

  • Hoe te handelen bij een buschauffeur met epilepsie?

    Casus

    Neuroloog: "Een 55-jarige buschauffeur heeft een eerste aanval van epilepsie gehad. Hij vraagt mij om hierover niets te melden aan zijn werkgever. Hij is namelijk lange tijd werkloos geweest en vreest bij de komende reorganisatie zijn baan te verliezen. Wat doe ik?"  

    Antwoord

    U als behandelaar dient uw patiënt te informeren over de invloed van een aandoening en de behandelmethode (bijvoorbeeld de medicatie) op zaken als de rijgeschiktheid. Die zijn na een eerste epileptische aanval aanzienlijk. Na een eerste epileptische aanval kan de buschauffeur op grond van de ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ (hierna: Regeling) door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) ongeschikt worden verklaard, tenzij hij vijf jaar lang aanvalsvrij is gebleven en gedurende die periode niet is behandeld met anti-epileptische medicatie. Uit de Regeling blijkt dat een uitzondering kan worden gemaakt voor personen die een erkende, gunstige prognose hebben gekregen, twee jaar lang aanvalsvrij zijn gebleven en in die twee jaar niet behandeld zijn met anti-epileptische medicatie. Daarbij moeten er geen voor de epilepsie relevante afwijkingen op de MRI-scan van de hersenen en een recente EEG zijn gevonden. Het CBR kan na die twee jaar de buschauffeur weer geschikt verklaren voor een termijn van één jaar.

    Dringt u er in ieder geval bij de patiënt op aan dat hij de epileptische aanval meldt bij het CBR. Een dergelijke melding is voor de patiënt een morele plicht, geen wettelijke plicht. Het melden kan door het kopen en invullen van een zogenaamde Eigen verklaring. Na een keuring door een andere, onafhankelijke neuroloog zal het CBR beslissen over het al dan niet beperken of ontzeggen van de rijbevoegdheid.

    Wijst u de patiënt er zo nodig op dat doorrijden bij een ongeluk kan leiden tot strafrechtelijke vervolging en dat de verzekeraar kan weigeren de schade te vergoeden. Ontstaat voor u een conflict van plichten, dan kunt u zelf een melding doen bij het CBR of de bedrijfsarts. Noteert u alles goed in het dossier. In theorie kan het voorkomen dat er na een ongeluk ook naar u wordt gewezen, omdat u de buschauffeur niet zou hebben geattendeerd op de risico’s van epilepsie voor de rijvaardigheid.

    Epilepsie en rijbewijs

    Rijbewijshouders die behoren tot groep 1 (de categorieën A1, A2, A, B en BE)  en een eerste epileptische aanval krijgen zijn de eerste zes maanden na de aanval ongeschikt om te rijden (Regeling), tenzij een uitzondering kan worden gemaakt. Voor de categorieën C, C1, CE, C1E, D, D1, DE en D1E (groep 2) geldt dat rijbewijshouders na een eerste epileptische aanval ongeschikt zijn, tenzij voornoemde uitzondering kan worden gemaakt. Voor buschauffeurs (rijbewijs D) kunnen strengere eisen gelden, soms uitgewerkt in een cao.

    Conflict van plichten

    De angst voor het verliezen van een baan is, zeker in deze tijd, invoelbaar. Als professional heeft u toch de plicht een buschauffeur met epilepsie te wijzen op de gevaren voor hemzelf en anderen. Zo nodig bent u gerechtigd, op grond van het zogenaamde ‘conflict van plichten’, uw beroepsgeheim te doorbreken. Net als in andere situaties adviseert de KNMG u daarmee te wachten totdat u ervan overtuigd bent dat de patiënt niet zelf de noodzakelijke stappen zet. Als de patiënt uw dringende appèl blijft negeren, raadt de KNMG u aan om uw zorgen – al dan niet na afstemming met de huisarts – te delen met de bedrijfsarts van de patiënt en/of de medisch adviseur van het CBR. 

  • Blijf scherp bij medische verklaringen

    Vraag

    Mijn patiënte wil graag een verklaring van mij omdat ze wegens rugklachten niet meer in staat is om naar de sportschool te gaan. Daarmee kan ze haar jaarabonnement bij de sportschool tussentijds opzeggen. Mag ik deze verklaring afgeven? 

    Antwoord KNMG Artseninfolijn

    Nee, u mag deze verklaring niet afgeven. Wel kunt u aangeven dat uw patiënte rugklachten heeft, maar niet dat zij hierdoor niet in staat is te sporten. Als u dit zou verklaren, geeft u namelijk een oordeel over de (medische) (on)geschiktheid van uw patiënte om te sporten. Dit kunt u beter overlaten aan een onafhankelijke arts met specifieke deskundigheid op dit terrein.

    Waardeoordeel

    In een geneeskundige verklaring geeft een arts schriftelijk, meestal op verzoek van een patiënt of zijn vertegenwoordiger, een op medische gegevens gebaseerd waardeoordeel met betrekking tot de patiënt en diens gezondheidstoestand. De KNMG heeft als standpunt dat een behandelend arts geen geneeskundige verklaringen over eigen patiënten mag afgeven. Dit standpunt wordt gesteund door de tuchtrechter.

    Objectief en deskundig

    Het geven van een waardeoordeel, dat een ander doel dient dan behandeling of begeleiding, moet objectief en deskundig gebeuren. Dat kan het best door een onafhankelijke arts met deskundigheid op het specifieke medische terrein. Een behandelend arts wordt niet geacht objectief te zijn ten opzichte van zijn patiënt. Daarnaast beschikt een behandelend arts vaak niet over de specifieke deskundigheid die nodig is voor het geven van een waardeoordeel. Ook is de arts veelal niet op de hoogte van de medische criteria waaraan de instantie die de verklaring nodig heeft, toetst. 

    Vertrouwensrelatie

    Ook is belangrijk dat zo wordt voorkomen dat de vertrouwensrelatie tussen de patiënt en de arts mogelijk wordt geschaad. Deze relatie kan immers worden aangetast als het oordeel van de eigen arts niet gunstig is voor zijn patiënt.

    Wat mag wel?

    Met gerichte toestemming van de patiënt mag u  feitelijke medische gegevens verstrekken. Het is dus toegestaan om (voor zover u dat feitelijk heeft vastgesteld) aan te geven dat uw patiënte rugklachten heeft. Het is vervolgens aan de eigenaar van de sportschool om te oordelen of dit voldoende reden is om tot restitutie van het jaarabonnement over te gaan.

  • Kan de behandelend arts de 'Eigen Verklaring' voor het CBR mede invullen?

    Op de 'Eigen Verklaring' voor aanvraag van een rijbewijs dient de aanvrager aan de voorzijde zelf een aantal medische vragen te beantwoorden met ja of nee. Indien de aanvrager één of meer van de vragen met 'ja' beantwoordt, moet de aanvrager volgens de toelichting bij het formulier naar een arts. Deze arts kan dan in het vak aantekeningen/opmerkingen aan de achterzijde van het formulier aard en ernst van de aandoening of afwijkingen invullen.

    Dit vak kan voorzover er in het medisch dossier van de aanvrager relevante recente feitelijke medische informatie aanwezig is ook door de behandelend arts worden ingevuld; bijvoorbeeld met informatie over de diagnose en de vraag of er recent onderzoek is geweest en wat hiervan de uitslag is. Uiteraard verstrekt de behandelend arts deze feitelijke medische informatie alleen met toestemming van de patiënt. Een oordeel over rijgeschiktheid van de aanvrager mag een behandelend arts niet geven. (Zie voor de achtergronden hierna in de toelichting.) 

    De 'Eigen Verklaring met Geneeskundig verslag' - dat wil zeggen het geneeskundig verslag voor de rijbewijskeuring van ouderen - en de 'Eigen Verklaring CDE' bevatten aan de achterzijde vragen, waarin bij de beantwoording door de arts een oordeel moet worden gegeven over de geschiktheid van de aanvrager voor het besturen van motorrijtuigen. Ook moet worden aangegeven of er vermoedens zijn, die wijzen op de ongeschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen.

    De beantwoording van deze vragen betekent het geven van een waardeoordeel. Deze 'Eigen Verklaringen met Geneeskundig verslag' en de 'Eigen Verklaring CDE' mogen dus niet door een behandelend arts worden in- c.q. aangevuld (zie voor de achtergronden hierna de toelichting). De invulling van het 'Geneeskundig verslag voor de rijbewijskeuring van ouderen’ dient te geschieden door een onafhankelijk (huis-)arts. Het 'Geneeskundig verslag voor de rijbewijskeuring CDE' moet worden ingevuld door een arts van een Arbodienst.

    Voor alle duidelijkheid: op alle Eigen Verklaringen tekent de aanvrager voor de juistheid van de antwoorden op de vragen aan de voorzijde. De arts tekent en is verantwoordelijk voor de juistheid van de door de arts ingevulde gegevens aan de achterzijde.

    Toelichting

    De KNMG Richtlijnen bepalen dat een behandelend arts geen verklaringen afgeeft over een eigen patiënt, waarbij hij/zij een oordeel geeft over de (medische) geschiktheid of  ongeschiktheid van een patiënt om bepaalde dingen wel of niet te doen. Een voorbeeld hiervan is het beoordelen van de vraag of iemand in staat is een auto te besturen.

    Een geneeskundige verklaring met een waardeoordeel over een belang dat is gelegen buiten de behandeling van een patiënt vraagt om een onafhankelijk medisch oordeel. Een behandelend arts wordt geacht hiervoor niet voldoende objectief te zijn, gezien de vertrouwensrelatie met de patiënt. Ook wordt met deze regel voorkomen dat de vertrouwensrelatie, die in de behandelrelatie tussen arts en patiënt zo belangrijk is, in gevaar komt, als de arts tot een voor de patiënt onwelgevallig oordeel komt.

    Geneeskundige verklaringen waarin een oordeel wordt gevraagd mogen daarom alleen worden afgegeven door een onafhankelijke arts, deskundig ten aanzien van de vraagstelling.

  • Ik ga op vakantie en neem mee... de Schengenverklaring

    Casus

    Mijn patiënt gaat op vakantie en vraagt mij een zogenaamde Schengenverklaring in te vullen voor de Ritalin die ik heb voorgeschreven. Moet of mag ik dat als behandelend arts doen?

    Antwoord KNMG Artseninfolijn

    Ja. Bij gebruik van medicatie vallend onder de Opiumwet vereist het Schengenverdrag dat deze patiënten op reis binnen het Schengengebied een 'verklaring' bij zich dragen waaruit blijkt dat een arts hen het gebruik van die medicijnen heeft voorgeschreven. Meer informatie is te vinden op de website van het CAK. Dat geldt voor onder andere sterke pijnstillers, medicinale cannabis en ook voor Ritalin. De verklaring voorkomt dat patiënten op reis (juridische) problemen krijgt, als bij hen deze middelen vallend onder de opiumwetgeving worden aangetroffen. De verklaring wordt ondertekend door de voorschrijvend arts en gewaarmerkt door het CAK. Hij is dertig dagen geldig.

    Geen waardeoordeel

    Het is een behandelend arts volgens de KNMG-regels inzake het omgaan met medische gegevens verboden om voor zijn of haar eigen patiënten een zogenaamde 'geneeskundige verklaring' af te geven. Voorbeelden hiervan zijn verklaringen, waarin een arts aangeeft of een patiënt wel of niet in staat is auto te rijden, te werken, een rechtszitting bij te wonen of in aanmerking komt voor een invalidenparkeervergunning. Een geneeskundige verklaring is dus een verklaring waarin een arts op verzoek van de patiënt of een derde een waardeoordeel geeft over een belang dat is gelegen buiten de medische behandeling of begeleiding van die patiënt.  

    Wel feitelijke informatie

    Een behandelend arts mag met toestemming van de patiënt wel feitelijke medische informatie verstrekken. Feitelijke medische informatie, is informatie die de facto ook in het dossier van de patiënt vermeld staat. Bijvoorbeeld dat bij een patiënt een bepaalde diagnose is gesteld of dat de arts aan de patiënt bepaalde medicatie heeft voorgeschreven. 

    Dossier vormt basis

    Alhoewel de term ‘verklaring’ in de term Schengenverklaring misschien anders doet vermoeden, verstrekken artsen met de verklaring slechts feitelijke medische informatie: uit het dossier blijkt immers als het goed is ook dat de medicatie door hen is voorgeschreven. In het algemeen dient de voorschrijvend arts de verklaring op verzoek van de patiënt dan ook op basis van de gegevens uit het dossier in te vullen. De patiënt heeft op grond van de WGBO immers ook recht op inzage in en afschrift van zijn dossier.

  • Waar kan ik het weigeringsbriefje vinden?

    Om patiënten uit te leggen waarom de behandelend arts geen verklaring afgeeft heeft de KNMG het zogenaamde 'weigeringsbriefje' opgesteld.

    Dit weigeringsbriefje is beschikbaar in vier talen, Nederlands, Engels, Turks en Marokkaans.

    Delen via

    Terug naar boven Stel uw vraag!
    Uw browser wordt niet ondersteund. Sommige functies van deze site werken mogelijk niet correct. Wij adviseren u een andere browser te gebruiken.