Delen via

Wat is het medisch beroepsgeheim?

Artsen hebben een beroepsgeheim. Een arts moet zwijgen over alles wat hij tijdens zijn werk te weten komt over een patiënt. Zo kan iedereen erop vertrouwen dat alle informatie die je als patiënt met een arts deelt, vertrouwelijk blijft.

Ga naar dit onderdeel

Praktijkdilemma's

  • Moet ik iets doen met informatie over een patiënt die ik van een ander heb gekregen? 

    Casus

    In de afgelopen periode ben ik als huisarts diverse keren gebeld door een vrouw, die vindt dat ik haar buurman moet helpen. De betreffende buurman is een 80-jarige patiënt van mij. De buurvrouw zegt dat de verwardheid van haar buurman toeneemt. Volgens haar loopt hij regelmatig in zijn pyjama op straat en weet hij de weg naar huis dan niet meer. Zij maakt zich zorgen en vindt dat ik iets met haar informatie moet doen. 

    Wat moet ik hiermee aan? Mag ik het verhaal van de buurvrouw alleen aanhoren of mag ik ook met haar over mijn patiënt spreken? En wat zet ik dan in het dossier van de patiënt? 

    Advies

    Als arts krijgt u van anderen soms waardevolle informatie over uw patiënten. Als goed hulpverlener zult u naar aanleiding hiervan soms ook in actie moeten komen. Maar belangrijk is dat u dan rekening houdt met uw beroepsgeheim en geen informatie over de patiënt prijsgeeft. Dit geldt des te meer als de andere persoon geen vertegenwoordiger is van de patiënt en de patiënt geen weet heeft van de melding.

    Door met een betrokken buur over een patiënt te spreken kan de vertrouwensrelatie met die patiënt onder druk komen te staan. Het is belangrijk om dat te voorkomen. Het is verder aan uw eigen professionele oordeel wat u met de informatie doet en hoe u deze in het dossier noteert.

    Toelichting

    Soms kunnen mensen uit de omgeving van een patiënt hun zorgen over die patiënt bij u uiten. Dat valt te prijzen, zeker als een patiënt forse gezondheidsproblemen heeft en zich daarmee niet tot u wendt of kan wenden. Informatie en betrokkenheid van buren kunnen zelfs onmisbaar zijn om als goed hulpverlener uw verantwoordelijkheid te nemen. Daarom is het belangrijk dat u zich niet afsluit voor hun informatie.

    Maar ook als u buren of andere informanten aanhoort, bent u gehouden aan uw beroepsgeheim. Dat kan moeilijk zijn, zeker als de informant ook vragen aan u stelt (‘Heeft u meneer onlangs nog gezien?’) of informatie verschaft die bij u een reactie ontlokt (‘Dat heb ik niet geadviseerd.’). Door te antwoorden of anderszins te reageren, verstrekt u al snel informatie over uw patiënt waarvoor hij strikt genomen toestemming had moeten geven. Dat is in principe niet toegestaan. U mag alleen informatie aan een informant verschaffen als de patiënt daarmee heeft ingestemd of als de informant de officiële vertegenwoordiger is van de patiënt. In dit geval is de buurvrouw geen vertegenwoordiger en bent u als arts dus strikt gehouden aan uw beroepsgeheim.

    Hoe te handelen?

    Vertel de informant, voordat u met hem in gesprek gaat, dat het in de regel moeilijk is om iets met zijn informatie te doen. Dit omdat u als arts niet met de patiënt mag bespreken wat u heeft gehoord en van wie de informatie afkomstig is. Geef aan dat u zo nodig gegevens in het medisch dossier van de patiënt moet noteren.

    Vraag verder aan de informant of de patiënt weet dat hij met u over de patiënt zou gaan praten. En bekijk of u wellicht een gesprek met de patiënt en de informant samen kunt organiseren. Probeer te voorkomen dat u, ondanks de goed bedoelde intenties van de informant, in een lastige positie verzeild raakt. Het luisteren naar de informant moet niet leiden tot schade aan de arts-patiëntrelatie.

    Noteert u informatie van de informant in het dossier van de patiënt? Presenteer deze informatie dan niet als feiten, maar als ‘informatie afkomstig van een derde’. Als de patiënt dan inzage vraagt in het dossier, kan hij zelf zien wat er door een derde is gezegd. Openheid is wenselijk en in ieders belang.

    Stappen nemen of niet?

    Het is aan uw eigen professionele oordeel of u met de verkregen informatie stappen onderneemt richting de patiënt. Dat geldt ook voor het maken van aantekeningen in het dossier. Laat u zich door de informant niet verleiden tot het doen van uitspraken of u wel of geen maatregelen neemt; het is aan u om dat te beslissen. U kunt de informant, afhankelijk van de situatie, wel uitnodigen om later nog eens te bellen. Ook kunt u zijn telefoonnummer noteren, voor als u in de toekomst meer informatie nodig heeft.

  • Heb ik toestemming van de patiënt nodig om informatie aan een zorgverzekeraar te verstrekken voor een machtigingsaanvraag?

    Casus

    Als huisarts heb ik een patiënt met ernstig depressieve klachten verwezen naar een eerstelijnspsycholoog. Op de machtigingsaanvraag voor de zorgverzekeraar heb ik vermeld dat behandeling door een psycholoog noodzakelijk is. Nu vraagt de zorgverzekeraar aanvullend om meer informatie. Heb ik toestemming van de patiënt nodig om deze informatie aan de zorgverzekeraar te verstrekken?

    Advies

    Als u namens een patiënt een aanvraag indient bij de zorgverzekeraar voor een machtiging tot het verlenen van zorg, dan mag u alleen gezondheidsgegevens verstrekken als de patiënt daarvoor uitdrukkelijke toestemming heeft gegeven. 

    Toelichting

    Als een arts namens de patiënt een aanvraag indient bij de zorgverzekeraar voor een machtiging (toestemming voor het verlenen van zorg ten laste van ziektekostenverzekering), mag hij alleen met uitdrukkelijke toestemming van de verzekerde medische informatie meesturen.1 De zorgverzekeraar mag die gegevens dan gebruiken voor het beoordelen van de aanvraag. Als de zorgverzekeraar weet of kan vermoeden dat de arts daarvoor geen uitdrukkelijke toestemming van de patiënt heeft gekregen, dan mag de zorgverzekeraar deze gegevens niet verwerken voor de uitvoering van de verzekeringsovereenkomst.   

    Als de medisch adviseur van de zorgverzekeraar vragen heeft over de informatie die u heeft verstrekt, kan hij u vragen om een toelichting. Daarvoor hoeft u niet opnieuw toestemming te vragen aan de patiënt, behalve als onvoldoende aannemelijk is dat de eerder gegeven toestemming ook geldt voor het verstrekken van deze aanvullende informatie.  

    Als een arts de machtiging heeft aangevraagd, informeert de zorgverzekeraar die arts en/of de patiënt over de uitkomst van de aanvraag en stuurt hem de machtiging of afwijzing toe.  

    Heeft de patiënt zelf de aanvraag ingediend? Dan mag de medisch adviseur van de zorgverzekeraar alleen medische informatie bij zijn arts opvragen als de patiënt daar uitdrukkelijk toestemming voor heeft gegeven.

    Zorgverzekeraars mogen aan een verzekerde met een privacyverklaring GGZ géén tot de diagnose herleidbare gegevens vragen ten behoeve van een machtiging.   

    Het is raadzaam om bij een verwijzing waarvoor een machtiging van de zorgverzekeraar nodig is, de toestemming van de patiënt te vragen voor de noodzakelijke gegevensverstrekking aan de zorgverzekeraar. Alleen gegevens die noodzakelijk zijn in het kader van de betreffende machtigingsaanvraag mogen worden verstrekt. Mocht de patiënt die toestemming niet verlenen, dan mag de arts de informatie niet verstrekken en moet de patiënt de verzekeringsrechtelijke consequenties (geen recht op vergoeding) dragen.

    Meer informatie


    1 Zie paragraaf 3e. Aanvragen machtiging uit de Gedragscode verwerking persoonsgegevens zorgverzekeraars

  • Mag ik medische informatie over een patiënt verstrekken aan een apotheker? 

    Casus

    In het reguliere overleg met de apothekers binnen onze huisartsengroep hebben we gesproken over het (elektronisch) delen van medische informatie over patiënten. De algemene opvatting is dat het delen van deze informatie de zorg voor de patiënten ten goede kan komen. Sommige collegae zeiden echter dat ons beroepsgeheim dit verbiedt. Hoe zit dit precies?

    Advies

    U mag aan een apotheker medische informatie over een patiënt verstrekken. Daarbij moet u zich beperken tot de informatie die de apotheker nodig heeft om zijn werkzaamheden voor de patiënt goed te kunnen verrichten. U mag geen informatie aan de apotheker verstrekken als de patiënt hiertegen bezwaar heeft gemaakt.

    Toelichting

    Om goede (farmaceutische) zorg te kunnen verlenen, is het belangrijk dat de apotheker en de huisarts beschikken over de juiste medicatiegegevens van patiënten. In dat kader kunnen zij gegevens uitwisselen. Een apotheker heeft bijvoorbeeld vaak relevante medische gegevens van een patiënt nodig om een medicijn zorgvuldig te kunnen afleveren. U mag dan de informatie verstrekken die noodzakelijk is voor de betreffende werkzaamheden.

    Om deze informatie uit te wisselen, heeft u geen expliciete toestemming van de patiënt nodig. U mag deze toestemming in beginsel veronderstellen. De patiënt moet er dan wel van op de hoogte zijn dat zijn gegevens kunnen worden gedeeld en dat hij hiertegen bezwaar kan maken. Dit kan bijvoorbeeld via een (online) privacystatement of een patiëntenfolder, waarop u de patiënt vooraf heeft gewezen. Als een patiënt bezwaar heeft gemaakt tegen de gegevensuitwisseling, dan mag u geen informatie aan de apotheker verstrekken.

    Soms vraagt een apotheker toegang tot het volledige medische dossier van een patiënt. Hiervoor is gerichte, expliciete toestemming van de betreffende patiënt nodig.

    Elektronische gegevensuitwisseling

    De gegevensuitwisseling tussen apotheker en huisarts gebeurt veelal elektronisch. In het algemeen geldt dat voor de elektronische uitwisseling van medische gegevens tussen zorgverleners de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt vereist is. Dit geldt niet voor zogenaamd ‘push-verkeer’. Bij 'push-verkeer' stuurt de verzender, ook wel de brondossierhouder zoals een huisarts, gericht bepaalde gegevens naar één of enkele ontvangers van wie vaststaat dat ze een behandelrelatie hebben met de betrokken patiënt. Te denken valt aan recept- en afleverberichten en terugkoppelingen van behandelresultaten. Zie voor meer informatie de Gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de Zorg.

    Laboratoriumuitslagen

    Een apotheker kan laboratoriumuitslagen nodig hebben voor een goede aflevering van een geneesmiddel. Als hij deze laboratoriumuitslagen elektronisch wil opvragen, dan heeft hij de uitdrukkelijke toestemming van de patiënt nodig.1 Een uitzondering hierop zijn afwijkende nierfunctiewaarden. Voorschrijvers zijn verplicht om afwijkende nierfunctiewaarden actief door te geven aan de apotheker.2 Hiervoor is geen toestemming van de patiënt vereist.


    1 Artikel 66a, lid 1 Geneesmiddelenwet. 

    2 Artikel 6.10 Regeling Geneesmiddelenwet. 

  • Mag ik het medisch dossier van een overleden kind aan politie of justitie verstrekken? 

    Casus

    De politie heeft mij als huisarts gevraagd om het volledige medisch dossier van een overleden baby te overleggen. Er is sprake van een shaken-babysyndroom, waarvan de moeder wordt verdacht. Er zijn geen andere kinderen in het gezin.   

    De ouders hebben toestemming gegeven om informatie uit te wisselen en in het dossier staat in mijn ogen weinig belastende informatie over de moeder. Mag ik – nu er in het verzoek staat dat het een vordering betreft – het volledige medisch dossier verstrekken aan de politie?

    Advies

    U mag in beginsel geen informatie over een overleden patiënt aan de politie verstrekken. De toestemming van de ouders om informatie te verstrekken is juridisch gezien niet doorslaggevend. Wel kunt u zich tegenover justitie bereid verklaren om de gevraagde informatie beschikbaar te stellen aan een forensisch arts of aan het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De forensisch arts of het NFI kan vervolgens beoordelen of, en zo ja welke informatie aan het Openbaar Ministerie moet worden verstrekt.

    Toelichting

    Artsen kunnen vanwege hun beroepsgeheim een beroep doen op het verschoningsrecht. Dat betekent dat een arts het recht heeft om vragen van politie of justitie niet te beantwoorden, als hij daardoor zijn beroepsgeheim zou schenden.

    Een arts mag wel (informatie uit) het medisch dossier aan politie of justitie verstrekken als de patiënt (of diens vertegenwoordiger) hem daarvoor toestemming heeft gegeven. De toestemming van ouders is juridisch gezien niet doorslaggevend. Ook als de ouders van een overleden baby toestemming geven voor de verstrekking van gegevens aan politie of justitie, mag de arts met een beroep op zijn verschoningsrecht besluiten om de gevraagde gegevens niet te verstrekken.1

    Een arts kan overwegen om zijn beroepsgeheim te doorbreken als er sprake is van een conflict van plichten. Dit mag alleen als dat echt noodzakelijk is, bijvoorbeeld om andere kinderen in het gezin te beschermen.

    Vordering

    Weigert een arts op grond van zijn beroepsgeheim om informatie te verstrekken aan de politie? Dan kan de officier van justitie (een afschrift van) het medisch dossier van het kind opeisen of – zoals dat juridisch heet – vorderen. De rechtspraak bevestigt dat slechts in ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’ het belang van de waarheidsvinding voorrang heeft op het verschoningsrecht van artsen. De rechter (Hoge Raad) heeft ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’ tot nu toe slechts aangenomen wanneer de arts zelf werd verdacht van een strafbaar feit. 

    Een arts is niet verplicht om een vordering van de officier van justitie te honoreren en mag zich ook in dat geval beroepen op zijn verschoningsrecht. De KNMG raadt artsen af om zelf af te wegen of er sprake is van ‘zeer uitzonderlijke omstandigheden’. Die afweging kan beter door de rechter worden gemaakt, omdat die over meer informatie beschikt die voor de afweging relevant kan zijn.

    De arts kan met justitie wel overeenkomen om het volledige medisch dossier voor te leggen aan een forensisch arts of het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De forensisch arts of het NFI kan dan beoordelen of, en zo ja welke medische gegevens uit het dossier aan het Openbaar Ministerie kunnen en moeten worden verstrekt.

    Meer informatie


    1 HR 26 mei 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG5979 (r.o. 2.6.3 t/m 2.6.5).  

  • Mag ik nabestaanden inzage geven in het medisch dossier van een overleden naaste?

    Casus

    Vanochtend werd ik gebeld door de dochter van een patiënt van mij. Hij is vorige week overleden aan de gevolgen van longkanker. De dochter wil inzage in zijn medisch dossier. Ze zegt dat ze er persoonlijk belang bij heeft om meer te weten over de ziekte van haar vader. Mag ik haar inzage geven in het medisch dossier?

    Advies

    U mag nabestaanden in principe geen inzage geven in het medisch dossier van een overleden patiënt. Ook mag u hier geen afschrift van geven. Alleen als er sprake is van een uitzondering, mag u gegevens uit het dossier verstrekken. 

    Toelichting

    Hoofdregel

    De hoofdregel is dat gegevens uit het medisch dossier onder het medisch beroepsgeheim van de arts vallen. Dat geldt ook na het overlijden van de patiënt.

    Uitzonderingen

    Alleen in bepaalde gevallen mag u het beroepsgeheim doorbreken en mag u nabestaanden en anderen het dossier laten inzien of hen hier een afschrift van geven. Dit mag alleen als er sprake is van een van de volgende situaties:

    • De patiënt heeft hier tijdens zijn leven toestemming voor gegeven.1

    • Een nabestaande of voormalig vertegenwoordiger van de patiënt heeft een mededeling van een incident ontvangen op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).2

    • Iemand heeft een zwaarwegend belang bij inzage in het dossier.3

    • Het verzoek wordt gedaan door de ouders of voogd van een overleden kind dat jonger is dan 16 jaar.4 Voor hen geldt een bijzondere regeling voor inzage.

    Is er geen sprake van een van deze uitzonderingen? Dan mag u geen inzage in, of een afschrift van het medisch dossier verstrekken. Soms is het wel mogelijk om mondeling informatie uit het dossier met de nabestaanden te delen, bijvoorbeeld om hen te helpen bij hun rouwverwerking. U mag de nabestaanden dan in een nazorggesprek informeren over de omstandigheden waaronder de patiënt is overleden. Dat mag echter alleen als u ervan uit kunt gaan dat de patiënt daar toestemming voor had gegeven als hij nog leefde.

    Verzoek om informatieverstrekking

    Is er sprake van een uitzondering en krijgt u van een nabestaande een verzoek om inzage in, of een afschrift van het dossier van een overleden patiënt? Dan is het belangrijk dat u niet méér gegevens verstrekt dan noodzakelijk is voor het doel waarvoor de nabestaande inzage vraagt. Het is daarom zaak dat de nabestaande zijn verzoek zo veel mogelijk specificeert. Bijvoorbeeld door aan te geven welke informatie hij precies wil hebben en op welke grond hij zijn verzoek baseert.

    Een patiënt kan bij leven hebben aangeven aan wie u na zijn overlijden wel of geen gegevens uit zijn medisch dossier mag verstrekken en voor welke gegevens dit geldt. Ook kan hij toestemming hebben gegeven voor inzage in zijn volledige medisch dossier. Is dit het geval, dan mag u de gegevens verstrekken of volledige inzage geven. U kunt hier in uitzonderingsgevallen van afzien:

    • als u zeker weet dat inzage niet meer overeenkomt met de wens van de patiënt. U kunt het inzageverzoek dan weigeren op grond van goed hulpverlenerschap;

    • als door de inzage de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de patiënt of de aanvrager wordt geschaad.

    Zwaarwegend belang

    Sinds 1 januari 2020 is ‘zwaarwegend belang’ in de wet opgenomen als reden om onder omstandigheden gegevens uit het medisch dossier van een overleden patiënt te mogen inzien. Volgens de wet kan ‘een ieder’ op grond van een zwaarwegend belang verzoeken om inzage in het dossier van een overleden patiënt.5 Krijgt u een verzoek op grond van een zwaarwegend belang, dan mag u dit niet te gemakkelijk honoreren. Er worden hoge eisen gesteld aan een dergelijk verzoek.

    Die eisen bepalen dat u een verzoek om inzage alleen mag honoreren als de aanvrager met voldoende concrete aanwijzingen aannemelijk heeft gemaakt dat:

    • er daadwerkelijk sprake is van een zwaarwegend belang;

    • dit belang mogelijk wordt geschaad door geheimhouding van het medisch dossier; en

    • inzage in het medisch dossier noodzakelijk is om het zwaarwegende belang te kunnen behartigen.

    Het is aan u om te beoordelen of de aanvrager voldoende heeft aangetoond dat hij een zwaarwegend belang heeft bij de inzage in het dossier. Een voorbeeld van zo’n belang is een financieel belang. Zo kunnen nabestaanden om gegevens uit het medisch dossier van hun overleden familielid vragen, als zij zich ten onrechte benadeeld voelen door een wijziging van een testament of als zij belang hebben bij een uitkering uit een levensverzekering.

    Emotioneel belang of rouwverwerking

    In de praktijk komt het regelmatig voor dat nabestaanden een medisch dossier willen inzien op grond van een emotioneel belang of rouwverwerking. Nabestaanden mogen het dossier echter niet op deze grond inzien. Het kan in zo’n geval wel belangrijk zijn om een nazorggesprek met de nabestaanden te voeren. In dat gesprek mag u de nabestaanden informeren over de omstandigheden waaronder de patiënt is overleden. Dit mag alleen als het aannemelijk is dat de overleden patiënt daarvoor toestemming zou hebben gegeven.

    Meer informatie


    1 Artikel 7:458a lid 1 onder a BW. 

    2 Artikel 7:458a lid 1 onder b BW. 

    Artikel 7:458a lid 1 onder c BW. 

    4 Artikel 7:458a lid 2 BW. 

    5 Artikel 7:458a lid 1 onder c BW. 

Meer praktijkdilemma's over beroepsgeheim

Delen via

Terug naar boven
Uw browser wordt niet ondersteund. Sommige functies van deze site werken mogelijk niet correct. Wij adviseren u een andere browser te gebruiken.
Akkoord Cookie instellingen aanpassen

KNMG.nl maakt gebruik van cookies voor optimale werking van de website, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik, tonen van multimedia en voor de inschrijfmogelijkheid voor onze mailings. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u hiermee akkoord. U kunt uw toestemming altijd intrekken via 'Cookie instellingen aanpassen'. Voor meer informatie over cookies zie onze privacyverklaring. privacyverklaring.