Delen via

Wat is het medisch beroepsgeheim?

Artsen hebben een beroepsgeheim. Een arts moet zwijgen over alles wat hij tijdens zijn werk te weten komt over een patiënt. Zo kan iedereen erop vertrouwen dat alle informatie die je als patiënt met een arts deelt, vertrouwelijk blijft.

Ga naar dit onderdeel

Praktijkdilemma's

  • Moet ik als specialist altijd toestemming vragen aan de patiënt voor een terugkoppeling aan de huisarts?

    Casus

    Als specialist verstuur ik regelmatig ontslagbrieven naar huisartsen, zonder eerst toestemming te vragen aan de patiënten. Dat doe ik in het belang van de patiënt. Zo weet zijn vaste behandelaar wat er speelt en kan ik eraan bijdragen dat een eventuele vervolgbehandeling in de eerste lijn aansluit op de behandeling die wij hebben ingezet.

    Nu las ik dat een psychotherapeut een waarschuwing van de tuchtrechter heeft gekregen, omdat hij informatie over een patiënt had teruggekoppeld aan de verwijzend huisarts.1 Deze patiënt had tegen de psychotherapeut gezegd dat hij de huisarts niets mocht vertellen. Hierdoor ben ik gaan twijfelen over mijn werkwijze en vraag ik mij af of ik voortaan aan elke patiënt moet vragen of ik de huisarts een terugkoppeling mag geven.

    Advies

    U mag in de regel een terugkoppeling geven aan de verwijzend huisarts, zonder expliciete toestemming van de patiënt. Als de huisarts geen verwijzer is, doet u er verstandig aan de patiënt om toestemming te vragen voor terugkoppeling aan de huisarts. In de GGZ is het uitgangspunt dat terugkoppeling naar de huisarts met toestemming van de patiënt plaatsvindt. U mag in beginsel geen terugkoppeling geven als de patiënt heeft aangegeven dat u de huisarts niet mag informeren.

    Toelichting

    Terugkoppeling na verwijzing

    Met het oog op de kwaliteit en continuïteit van de zorg is het gebruikelijk dat een specialist die een patiënt heeft behandeld, de verwijzer – meestal de huisarts – over die behandeling informeert. Uit het feit dat de patiënt heeft ingestemd met de verwijzing mag worden afgeleid dat hij ook toestemt met de terugkoppeling van de specialist aan de verwijzend arts. Voorwaarde daarbij is dat de specialist de gegevensverstrekking beperkt tot de informatie die noodzakelijk is voor de verwijzend arts.2 Een verwijzend arts kan daarnaast, juridisch gesproken, veelal worden aangemerkt als medebehandelaar. Voor het uitwisselen van noodzakelijke gegevens over de gezondheid van de patiënt tussen medebehandelaars is geen toestemming van de patiënt nodig.3

    Heeft u ernstige twijfels of de toestemming van de patiënt kan worden verondersteld? Dan is het raadzaam om niet zomaar een terugkoppeling te geven aan de verwijzer, maar hier expliciete toestemming voor te vragen aan de patiënt. U noteert dan in het medisch dossier dat de patiënt heeft toegestemd of geweigerd.

    Terugkoppeling zonder verwijzing

    Er zijn ook situaties waarin een patiënt zonder verwijzing van de huisarts bij een specialist terechtkomt. Bijvoorbeeld als hij na een ongeval door een spoedeisende hulp arts wordt gezien. De huisarts is dan niet rechtstreeks betrokken bij de behandeling en is dus geen medebehandelaar. De specialist doet er dan verstandig aan om aan de patiënt of diens vertegenwoordiger toestemming te vragen voor het informeren van de huisarts. Hij kan daarbij aangeven dat het voor de continuïteit van zorg van groot belang is dat de huisarts geïnformeerd wordt over het onderzoek of de ingezette behandeling.

    Terugkoppeling vanuit de GGZ

    In de landelijke samenwerkingsafspraken tussen de GGZ en huisartsen staan aanbevelingen over de terugrapportage van een behandelaar in de GGZ aan de huisarts. De behandelaar in de GGZ mag na een consultatie, de intake en bij het afsluiten van de behandeling alleen een terugkoppeling aan de huisarts geven als de patiënt hiervoor toestemming geeft.4

    Bezwaar

    Heeft de patiënt aangegeven dat u de huisarts niet mag informeren? Dan mag u in beginsel geen terugkoppeling geven. U noteert dan in het medisch dossier dat de patiënt toestemming voor terugkoppeling heeft geweigerd.

    Conflict van plichten

    Als een patiënt geen toestemming geeft voor een terugkoppeling aan de huisarts, kan de continuïteit van de zorg voor deze patiënt in gevaar komen. In dat geval kunt u overwegen om de huisarts te melden dat de patiënt geen toestemming geeft voor informatieoverdracht. Ook kunt u beslissen om de huisarts toch te informeren op basis van een conflict van plichten. In beide gevallen moet u kunnen onderbouwen waarom u toch informatie verstrekt. Daarnaast moet u de patiënt informeren dat u dit gaat doen.

    Meer informatie


    1 RTG Eindhoven 26 oktober 2011, 10120, ECLI:NL:TGZREIN:2011:YG1457.

    2 RTG Amsterdam 3 april 2012, 2011/087P, ECLI:NL:TGZRAMS:2012:YG1888.

    3 Artikel 7:457 lid 2 BW.

    4 Zie par. 5.6 van de Landelijke samenwerkingsafspraken tussen huisarts, generalistische basis GGz en gespecialiseerde GGz (LGA).

  • Hoe kan ik nagaan of een ex-kankerpatiënte haar ziekte moet melden aan een levensverzekeraar?

    Casus

    Een patiënte van 55 jaar wil een uitvaartverzekering afsluiten. Daarvoor moet ze van de verzekeraar een gezondheidsverklaring invullen. In de toelichting heeft zij gelezen dat zij niet hoeft op te geven dat zij kanker heeft gehad, als dat 10 jaar of langer geleden is en de kanker sindsdien niet meer is teruggekeerd. Zij twijfelt nu of zij aan de levensverzekeraar moet opgeven dat zij borstkanker heeft gehad. Hoe kan ik dit nagaan in haar medisch dossier?

    Advies

    Als de patiënte 10 jaar of langer vrij is van borstkanker, hoeft zij deze ziekte niet te melden als zij een overlijdensrisicoverzekering of uitvaartverzekering wil afsluiten of wijzigen. Die termijn van 10 jaar begint te lopen op het moment van ‘volledige remissie’. Dat is het moment waarop er volgens de hulpverlener die de patiënte heeft behandeld, geen aanwijzingen meer zijn van ziekteactiviteit.

    Het moment dat er sprake is van volledige remissie kunt u mogelijk terugvinden in haar medisch dossier. Dat is bijvoorbeeld de datum van de operatieve verwijdering van de tumor, mits er daarna geen tekenen zijn geweest van terugkeer van de kanker. Dus als de patiënte in 2010 geopereerd is en de kanker daarna niet is teruggekeerd, is zij inmiddels langer dan 10 jaar tumorvrij.

    Is er geen duidelijke datum in het dossier terug te vinden? Dan kunt u aan de hand van de informatie die u wel heeft, een inschatting maken van de datum waarop de volledige remissie aannemelijk is.

    Toelichting

    Sinds 1 januari 2021 geldt er een nieuwe regeling voor ex-kankerpatiënten die een overlijdensrisicoverzekering of uitvaartverzekering willen afsluiten of wijzigen. Zij hoeven niet meer op hun gezondheidsverklaring te vermelden dat ze kanker hebben gehad, als zij 10 jaar of langer geleden ‘genezen’ zijn en de kanker daarna niet teruggekomen is. Daarbij geldt het volgende:

    • De termijn is 5 jaar als de kandidaat-verzekerde 20 jaar of jonger was toen de diagnose werd gesteld.

    • Voor een aantal specifieke vormen van kanker gelden, afhankelijk van bijvoorbeeld het stadium, kortere termijnen. Dit geldt onder andere voor baarmoederhalskanker en maagkanker. Deze termijnen staan in de toelichting bij de gezondheidsverklaring die de kandidaat-verzekerde moet invullen (te vinden op: Medische keuring - VanAtotZekerheid).

    • Borstkanker staat niet op de lijst met kortere termijnen. Daarom geldt daarvoor de standaardtermijn van 10 jaar (of 5 jaar als de diagnose vóór het 21e levensjaar werd gesteld).

    Volledige remissie

    Volgens het Besluit verzekeringskeuringen ex-kankerpatiënten begint de termijn van 10 jaar (of korter) te lopen op het moment van ‘volledige remissie’. Dat is het moment waarop er volgens de hulpverlener die de patiënte heeft behandeld, geen aanwijzingen meer zijn van ziekteactiviteit. Dit kan bijvoorbeeld de datum zijn van de operatieve verwijdering van een tumor of tumor met regionale lymfklieren, waarbij er (ook achteraf) geen aanwijzingen van uitzaaiingen op afstand zijn.  

    Eventuele aanvullende behandelingen, zoals preventieve chemokuren of hormoontherapie, die uitsluitend zijn bedoeld om de kans op recidief te verkleinen, tellen bij de bepaling van de verjaringstermijn niet mee.

    Dat is anders wanneer de primaire behandeling van de maligniteit bestaat uit  bestraling en/of chemokuren. In die gevallen kan het moment van volledige remissie langer op zich laten wachten, als pas bij een volgende controle naar het oordeel van de behandelend hulpverlener er geen aanwijzingen meer zijn van aanwezigheid van ziekteactiviteit. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit laboratorium- of beeldvormend onderzoek.

    Nagaan in medisch dossier

    Het is voorstelbaar dat de patiënte niet precies meer weet sinds wanneer zij kankervrij is. Het is ook begrijpelijk dat zij dat bij u navraagt, omdat het antwoord mogelijk in haar medisch dossier is te vinden. U heeft op grond van de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) een dossier van de patiënte bijgehouden. Daarin moet u ook informatie over die behandeling hebben opgenomen. Blijkt uit uw dossier niet wat het moment van volledige remissie was? Dan kunt u de patiënte verwijzen naar een andere hulpverlener die betrokken was bij de primaire behandeling.

    Lukt het ook niet om deze informatie bij een andere hulpverlener te achterhalen? Dan mag u met de informatie die u wel heeft, een schatting (aanname) maken van de datum van volledige remissie. Die schatting hoeft niet op de dag nauwkeurig te zijn. Zo kunt u bijvoorbeeld uitgaan van de laatste datum waarop er nog behandeling plaatsvond. Op basis daarvan kunt u een onderbouwde inschatting maken van de datum van volledige remissie. Die geschatte datum is dan het startpunt voor de verjaringstermijnen die gelden voor de plicht om de kanker te melden.

    Verantwoordelijkheid patiënt

    U bent als arts niet degene die bepaalt of de patiënte onder de regeling valt of niet. Dat moet de patiënte zelf bepalen. Ook moet de patiënte zelf bepalen of zij haar ziektehistorie met kanker moet melden of niet. Heeft u de informatie over het moment van volledige remissie aan de patiënte verstrekt? En is dat moment van volledige remissie korter dan 10 jaar geleden? Dan is het de verantwoordelijkheid van uw patiënte om de gezondheidsverklaring naar waarheid in te vullen en de kanker te vermelden.

    Voor welke verzekeringen geldt deze regeling?

    Deze regeling is alleen van toepassing op:

    1. overlijdensrisicoverzekeringen waarvan:

      • de verzekerde som niet hoger is dan € 278.004,- (prijspeil op 1 januari 2019; dit bedrag wordt elke 3 jaar aangepast aan de consumentenprijsindex); en

      • de looptijd eindigt voordat de verzekerde persoon de leeftijd van 71 jaar heeft bereikt;

    2. uitvaartverzekeringen die zijn aangegaan of afgesloten voordat de verzekerde persoon de leeftijd van 61 jaar heeft bereikt.

    Meer informatie

  • Heeft een gezinsvoogd gezag over het kind bij ondertoezichtstelling en mag ik hem toegang geven tot het medisch dossier? 

    Casus

    Als kinder- en jeugdpsychiater onderzocht ik een kind van 9 jaar, dat met zijn moeder op mijn spreekuur kwam. De ouders van het kind zijn gescheiden en hebben beiden het ouderlijk gezag. De kinderrechter heeft het kind onder toezicht gesteld en inmiddels is er een gezinsvoogd (jeugdbeschermer) toegewezen. Heeft deze gezinsvoogd gezag over het kind? En mag ik hem toegang geven tot het medisch dossier van het kind?

    Advies

    Een gezinsvoogd of jeugdbeschermer heeft, anders dan de ouder(s) of voogd van een kind, geen gezag over het kind waarop hij toeziet. Dat betekent dat u een gezinsvoogd geen toegang mag geven tot het medisch dossier van het kind. Wel mag u hem gerichte informatie over het kind geven, als die informatie noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de ondertoezichtstelling.

    Toelichting

    Als de ontwikkeling van een kind door problemen in een gezin in gevaar dreigt te komen, kan de kinderrechter besluiten tot een ondertoezichtstelling (OTS). In dat geval wijst de kinderrechter een instelling aan die de OTS uitvoert. Deze instelling wijst dan een gezinsvoogd (jeugdbeschermer) aan, die steun biedt aan het gezin.1

    Bij een OTS behouden beide ouders het ouderlijk gezag. Zij zijn wel verplicht om de aanwijzingen van de gezinsvoogd op te volgen. De gezinsvoogd krijgt zelf geen gezag over het kind waarop hij toeziet. Daarin verschilt een gezinsvoogd van een voogd.

    Informatie verstrekken aan een gezinsvoogd

    Op grond van de Jeugdwet heeft de gezinsvoogd een eigenstandig recht op informatie over het kind.2 Artsen (en anderen met een beroepsgeheim) moeten op verzoek van een gezinsvoogd informatie verstrekken, als die informatie noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de OTS. De arts heeft dan een zogenoemde spreekplicht.

    Ook mag een arts onder omstandigheden op eigen initiatief contact zoeken met de gezinsvoogd. Dit is het zogenoemde meldrecht. Ook hierbij geldt dat de arts alleen informatie mag verstrekken aan de gezinsvoogd, als dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de OTS.

    Zowel bij de spreekplicht als bij het meldrecht hoeft de arts formeel geen toestemming aan de ouders te vragen als hij informatie over hun kind wil doorgeven aan de gezinsvoogd. Het is wel wenselijk dat de arts vooraf aan de ouders vertelt welke informatie hij wil verstrekken. Is dat vooraf niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat dit het kind in gevaar brengt, dan is het raadzaam om dit zo snel mogelijk achteraf te doen.

    Toegang tot het medisch dossier

    Omdat de gezinsvoogd geen gezag heeft over het kind, heeft hij geen recht op inzage in of een afschrift van het medisch dossier van het kind. De arts mag hem alleen gerichte informatie geven.

    Meer informatie


    1 Jeugdbeschermer is de nieuwe benaming voor gezinsvoogd. De term gezinsvoogd wordt echter nog vaak gebruikt.

    2 Artikel 7.3.11 lid 4 Jeugdwet.

  • Mogen nabestaanden een obductierapport inzien? 

    Casus

    Een patiënte van mij is onlangs onverwacht overleden. Haar zoon wil graag weten wat de doodsoorzaak was. Hij heeft daarom toestemming gegeven voor een medische obductie. Inmiddels is het obductierapport binnen en de zoon wil dit graag inzien. Hij vindt dat hij daar recht op heeft, omdat hij ook de toestemming voor de obductie heeft gegeven. Mag ik hem inzage geven in het obductierapport?

    Advies

    U mag nabestaanden in principe geen inzage in of een afschrift van het obductierapport van een overleden patiënt verstrekken. Wel mag u de uitkomsten van de obductie op hoofdlijnen met de nabestaanden bespreken. Dit mag echter alleen als u kunt aannemen dat de overleden patiënt daarvoor toestemming zou hebben gegeven.

    Toelichting

    Als een patiënt onverwacht overlijdt, vindt er soms een medische obductie plaats. Dit is mogelijk als de overledene zelf of diens nabestaande daarvoor toestemming heeft gegeven. Het doel van een medische obductie is meestal om de doodsoorzaak vast te stellen of te verhelderen. Van de obductie wordt een rapport gemaakt.

    Geen toestemming, geen inzage

    De informatie in het obductierapport valt onder het medisch beroepsgeheim. Dat betekent dat u als arts in principe geen informatie uit het obductierapportrapport aan de nabestaanden mag verstrekken. Wel mag u mondeling informatie geven over de uitkomsten van de obductie, bijvoorbeeld in een nazorggesprek met de nabestaanden. U mag deze informatie alleen verstrekken als u kunt aannemen dat de patiënt hiervoor toestemming zou hebben gegeven.

    Heeft een patiënt uitdrukkelijk in zijn medisch dossier vastgelegd dat hij niet wil dat zijn nabestaanden zijn dossier inzien? Dan mag u de gegevens uit het obductierapport ook niet laten inzien. Hoewel het obductierapport geen onderdeel van het medisch dossier is, zou u door daar wel inzage in te bieden tegen de wens van de patiënt handelen om geen medische informatie met zijn nabestaanden te delen.

    Wel inzage bij een zwaarwegend belang

    Soms kunt u nabestaanden wel inzage geven in het obductierapport. Dit kan als er sprake is van een zwaarwegend belang. Zo kan uit de medische obductie informatie voortvloeien die van direct belang is voor de gezondheid van de nabestaanden. Bijvoorbeeld als uit de obductie blijkt dat de overleden patiënt een erfelijke ziekte had.

    In een dergelijke situatie mag u soms wel de geheimhouding van informatie uit het obductierapport doorbreken. U beperkt zich dan tot die informatie die van belang is om eventuele gezondheidsrisico’s te bepalen.

    Meer informatie

  • Mag ik aan de familie van een wilsonbekwame patiënt een afschrift van het medisch dossier verstrekken?

    Casus

    Ik ben specialist ouderengeneeskunde en werk op de psychogeriatrische afdeling van een verpleeghuis. Daar verblijft een zwaar dementerende man. De zoon van deze patiënt is het niet eens met de zorg en vraagt om een afschrift van het medisch dossier van zijn vader. De eerste contactpersoon is echter de echtgenote van de patiënt. Mag ik een afschrift van het dossier aan de zoon verstrekken?

    Advies

    U mag geen afschrift van het dossier van uw patiënt aan de zoon verstrekken, als deze zoon niet als (wettelijk) vertegenwoordiger optreedt. Alleen de (wettelijk) vertegenwoordiger heeft recht op relevante informatie uit het dossier. Daarbij gaat het om de informatie die nodig is om de taak van vertegenwoordiger goed te kunnen verrichten. In dit geval is de echtgenote de eerst aangewezen persoon om als vertegenwoordiger van de patiënt op te treden. De zoon zal daarom contact met haar moeten opnemen om de gewenste informatie te krijgen.

    Toelichting

    Als een meerderjarig persoon niet in staat is om een redelijke afweging van zijn belangen ter zake te maken, wordt hij beschouwd als wilsonbekwaam. In dat geval kan een ander namens hem optreden als vertegenwoordiger.

    Vertegenwoordiger

    Een vertegenwoordiger is een persoon die beslissingen neemt namens een wilsonbekwame patiënt. Deze persoon moet in het belang van de patiënt handelen en de patiënt zo veel mogelijk bij zijn taakvervulling betrekken1. In de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) is aangegeven wie als vertegenwoordiger kunnen optreden2. Dit kunnen (in de volgende rangorde) de volgende personen zijn:

    • de curator of mentor van de patiënt (door de rechter benoemd);

    • een persoon die schriftelijk door de patiënt is gemachtigd;

    • de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel van de patiënt;

    • een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind van de patiënt.

    Als er geen curator of mentor is, worden de belangen van de betrokkene behartigd door de schriftelijk gemachtigde. Dit is de persoon die de wilsonbekwame patiënt, toen deze nog wilsbekwaam was, gemachtigd heeft om als vertegenwoordiger op te treden. Ontbreekt een schriftelijk gemachtigde, dan treedt de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel namens de patiënt op.

    Is er geen echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel? Of wil deze niet optreden als vertegenwoordiger? Dan kan een ouder, kind, broer, zus, grootouder of kleinkind als vertegenwoordiger optreden. Onderling moeten zij uitmaken wie die taak op zich neemt. Komen zij er onderling niet uit, dan mag de arts uit hun midden een vertegenwoordiger aanwijzen.

    Informatieverstrekking aan de vertegenwoordiger

    Om de taak als vertegenwoordiger goed te kunnen uitvoeren, heeft de vertegenwoordiger  recht op inzage in, en een afschrift van het medisch dossier van de patiënt. Dit recht beperkt zich tot de informatie die de vertegenwoordiger nodig heeft voor een goede vervulling van zijn taak.

    De arts kan ervan afzien informatie aan de vertegenwoordiger te verstrekken, als dit in strijd is met goed hulpverlenerschap. Hiervan is alleen sprake in uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld als de patiënt uitdrukkelijk bezwaar heeft gemaakt tegen het verstrekken van bepaalde informatie aan de vertegenwoordiger en als de arts meent dat hij die wens kan en moet respecteren.

    Meer informatie

    Zie ook


    1 Artikel 7:465 lid 5 BW.

    2 Artikel 7:465 lid 3 BW.

Delen via

Terug naar boven
Uw browser wordt niet ondersteund. Sommige functies van deze site werken mogelijk niet correct. Wij adviseren u een andere browser te gebruiken.
Akkoord Cookie instellingen aanpassen

KNMG.nl maakt gebruik van cookies voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik, tonen van multimedia en voor de inschrijfmogelijkheid voor onze mailings. Door verder gebruik te maken van deze website gaat u hiermee akkoord. U kunt uw toestemming altijd intrekken via 'Cookie instellingen aanpassen'. Voor meer informatie over cookies zie onze privacyverklaring.