De samenvattingen van de uitspraken van het lopende jaar worden separaat op deze website geplaatst en in het jaarverslag opgenomen.
De aios was het niet eens met het besluit tot voortijdige beëindiging van de opleiding. De aios voerde aan dat de eerste twee jaar van haar opleiding goed waren verlopen. Zij kwam aan het begin van het derde jaar door privéomstandigheden ziek thuis te zitten. Later heeft ze onder afgebakende omstandigheden weer kunnen werken. De aios was van mening dat de opleider onterecht voorbij was gegaan aan het advies van de bedrijfsarts dat ze alleen beter was voor haar eigen werk en nog niet voor de opleiding. De aios heeft afwijzend op het Geïntensiveerd Begeleidingstraject (GBT) gereageerd omdat zij verwachtte dat dat te intensief en niet haalbaar voor haar zou zijn. De aios gaf bovendien aan dat haar verzoek om hulp niet werd ingewilligd door de opleider.
De opleider voerde aan dat vanaf het voorjaar van 2024 al met de aios werd gesproken over het achterblijven van de leercurve en de zorgen over de haalbaarheid van de opleiding in de resterende opleidingsduur. De opleider wilde met behulp van het GBT extra ondersteuning bieden aan het verbeteren van de leercurve van de aios en wat tijd winnen in de opleiding. De opleider wilde bovendien wachten met het GBT totdat de aios volledig beter gemeld zou zijn. Dit was ook met de aios besproken. De volledige en onvoorwaardelijke betermelding van de aios kwam in december 2025. Toen de aios vervolgens niet met het GBT wilde starten, zag de opleider geen mogelijkheden meer om de aios verder te helpen. Kort daarna bleek dat de aios de opleiding nooit meer in de reguliere opleidingstijd zou kunnen halen en is besloten om, op een ander moment dan het reguliere beoordelingsmoment, de opleiding te beëindigen.
De geschillencommissie stelde vast dat de aios in ongeveer tweeëneenhalf jaar afwisselend volledig ziek, gedeeltelijk ziek en hersteld gemeld is geweest. De opleidingstijd loopt vanaf vijftig procent betermelding (naar rato) altijd door. De voortgang in de re-integratie was hierdoor ook wisselend. De opleider heeft de zorgen over de leercurve en de verstrijkende opleidingstijd twee jaar lang regelmatig met de aios gedeeld. In dat kader heeft de opleider het GBT willen aanbieden om de aios intensievere begeleiding te bieden zodat zij haar opleiding weer op de rit zou krijgen en om opleidingstijd te winnen. Ook zijn alternatieven, zoals het volledig onderbreken van de opleiding, aan bod gekomen. De aios heeft de alternatieven afgeslagen. Ze bleef vervolgens ook het GBT afslaan, ook nadat de aios met bevestiging van de bedrijfsarts onvoorwaardelijk beter was gemeld. De opleider heeft het GBT niet eenzijdig opgelegd en was daartoe ook niet verplicht. De aios is medegedeeld dat de opleiding via het reguliere opleidingsplan verder zou gaan. De geschillencommissie overwoog hieromtrent dat het voor de aios geen verrassing kon zijn dat de opleider een GBT wilde opstarten, omdat het meermaals met haar is besproken en aangekondigd was dat het GBT zou starten na een volledige betermelding.
Korte tijd later ontving de opleider het bericht dat de reguliere opleiding dusdanige druk veroorzaakte, dat de aios zich genoodzaakt voelde zich deels ziek te melden. De geschillencommissie achtte aannemelijk dat voor de opleider duidelijk was geworden dat de aios de opleiding, gezien de opgelopen achterstand en de verstreken opleidingstijd, niet meer binnen de resterende opleidingsduur kon afronden. De opleider hoefde daarom het reguliere beoordelingsmoment niet af te wachten.
De geschillencommissie wees het verzoek van de aios af.
De aios was het niet eens met het besluit tot wijziging van de opleidingslocatie in de regio. De aios stelde dat niet eerder met haar was besproken dat de opleidingsgroep het vertrouwen in haar had verloren en dat zij niet op de hoogte was gesteld van de vermeende fouten. Daardoor heeft ze niet de kans gehad om daarin te verbeteren. Bovendien heeft ze tijdens opfrisstages de indruk gekregen dat ze op de werkvloer wel vertrouwen in haar hadden. Vanwege haar privésituatie was het voor haar bovendien niet haalbaar de opleiding op een andere locatie te volgen dan in het opleidingsplan was vastgelegd.
De opleider stelde zich op het standpunt dat het besluit na een langdurig traject en met zorgvuldige afweging is genomen. Binnen het ziekenhuis is een onomkeerbare verstoorde verhouding ontstaan tussen de aios en de opleidingsgroep. Vanaf de start van de opleiding zijn bij de aios verbeterpunten gesignaleerd en besproken, zijn extra voortgangsgesprekken ingelast en is ook de inzet van het Geïntensiveerd Verbetertraject (GBT) aangekaart. De aios is vervolgens ziek uitgevallen. Tijdens de reintegratie is door verschillende gebeurtenissen de verhouding tussen de aios en de opleiders verstoord geraakt.
De geschillencommissie stelde vast dat aan het besluit een periode van ziekte, re-integratie en zwangerschaps- en bevallingsverlof is voorafgegaan en dat al voor deze periode er zorgen waren over de voortgang en ontwikkeling van de aios binnen de opleiding. Dit is zorgvuldig vastgelegd. De geschillencommissie constateerde dat het genomen besluit los stond van die eerder gesignaleerde zorgen waarvoor het GBT was bedoeld. Het besluit zag op de verstoorde verhouding tussen de opleidingsgroep en de aios. De door de opleider aangevoerde gebeurtenissen die ten grondslag lagen aan het besluit en de gestelde risico’s voor de patiënten, waren in het dossier echter niet terug te vinden. De geschillencommissie kwam tot de conclusie dat een toereikende feitelijke onderbouwing voor de stelling dat sprake was van een onomkeerbaar verlies van vertrouwen ontbrak. De geschillencommissie wees het verzoek van de aios toe tot hervatting van de opleiding in het ziekenhuis en merkte daarbij op dat de partijen in goed overleg naar een passende oplossing zouden zoeken.
De aios was het niet eens met de voortijdige beëindiging van zijn opleiding. Hij meende dat hij met een verlenging van het Geïntensiveerd Begeleidingstraject (hierna: GBT) bij een ander opleidingsinstituut de opleiding alsnog zou kunnen afronden. De aios stelde dat hij het eerste jaar van de opleiding goed had doorlopen. Hij erkende wel dat hij de overstap naar een andere locatie als zwaar had ervaren en wees ook op persoonlijke omstandigheden die zijn functioneren negatief hadden beïnvloed. Daar is volgens de aios onvoldoende rekening mee gehouden. De aios was ook van mening dat het GBT te kort was en dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen zich te ontwikkelen.
De opleiders stelden dat gedurende de opleiding structurele zorgen bestonden over het functioneren van de aios, waaronder zorgen over patiëntveiligheid. De aios heeft zowel informeel als formeel een GBT gevolgd op verschillende opleidingslocaties en daarbij intensieve begeleiding ontvangen. Hoewel verbetering werd waargenomen, bleef het functioneren steken op basisartsniveau. Het ontwikkelde zich niet tot het niveau dat van een tweedejaars aios mocht worden verwacht. De opleiders achtten voortzetting van de opleiding daarom niet haalbaar.
De geschillencommissie stelde vast dat de aios gedurende een langere periode intensief is begeleid en dat de opleiders daarbij rekening hebben gehouden met persoonlijke omstandigheden. Hoewel sprake was van verbetering, bereikte het functioneren niet het niveau dat van een tweedejaars aios mocht worden verwacht. De motivatie van de aios om de opleiding te vervolgen maakt dit niet anders. De opleiders hadden in redelijkheid tot de beëindiging van de opleiding van de aios kunnen komen. De geschillencommissie wees het verzoek van de aios af.
De aios was het niet eens met de inzet van een Geïntensiveerd Begeleidingstraject (hierna: GBT). De aios stelde dat het opleggen van het GBT niet aan de juiste voorwaarden had voldaan, er geen grond was voor de inzet van een GBT en dat er geen goede begeleiding is geboden voorafgaand aan de inzet van het GBT. De aios is na een gebeurtenis in privésfeer ziek thuis komen te zitten. De stage die zij op dat moment liep is kort na deze gebeurtenis ontkoppeld. De aios is van mening dat zij haar opleiding tot dat moment goed doorliep en weinig verbeterpunten had gekregen. Volgens de aios had het GBT niet ingezet mogen worden, omdat het over een privésituatie ging en omdat het GBT niet tijdens een voortgangsgesprek is besproken en besloten.
De opleider stelde zich op het standpunt dat gebeurtenissen in de privésfeer de professionele werkrelatie zodanig hadden beïnvloed dat deze niet los van elkaar konden worden gezien. Door de reactie en het handelen van de aios op hetgeen had plaatsgevonden, kwam aan het licht dat de aios op de competenties communicatie, samenwerking en professioneel gedrag onvoldoende functioneerde en extra begeleiding nodig had. Tijdens de opleiding was al eerder naar voren gekomen dat de competentie communicatie verbetering behoefde.
De geschillencommissie stelde vast dat de inzet van het GBT zorgvuldig en conform de formele vereisten had plaatsgevonden. Tevens stelde de commissie dat het GBT was besproken in gesprekken over de hervatting en voortgang van de opleiding van de aios. Daarnaast bleek dat het GBT niet was ingezet wegens het medisch inhoudelijk functioneren van de aios, maar vanwege tekortkomingen in de competenties communicatie, samenwerking en professioneel gedrag. Het incident in privésfeer of de ontkoppeling van de stage vormden niet de reden voor de inzet van het GBT, maar het daaropvolgend handelen van de aios.
Daarnaast was de geschillencommissie van oordeel dat hoewel het gedrag van de aios zich grotendeels in privétijd en tijdens een onderbreking van de opleiding heeft plaatsgevonden, het redelijk was dat de opleider vond dat die situatie de opleiding dusdanig raakte dat de inzet van het GBT gerechtvaardigd was. Door de aios de opleiding te laten hervatten met een GBT gaf de opleider de aios een kans om de competenties en daarmee haar opleiding weer op de rails te krijgen. De geschillencommissie wees het verzoek van de aios af.